Tegen de stroom in

Focus op beter

Tekst Hadassa Lok Beeld Hilbert Krane

Of je nu casemanager bij het dak- en thuislozenloket bent, de jongste teamleider van de afdeling of adviseur bij de gemeente: als je iets wilt bereiken, heb je lef nodig. Wat betekent het om lef te tonen op de werkvloer? Drie jonge ambtenaren beantwoorden deze vraag. Ze zijn het over een ding eens: laat van je horen.

Rabia Yesildag: ‘Voor mij gaat lef over verder denken’

‘Elkaar scherp houden, sensitiviteit, dat vind ik belangrijk’

‘Voor mij gaat lef over verder denken,’ vertelt Rabia Yesildag. Als casemanager bij het Daklozenloket in Den Haag ontvangt ze mensen die thuisloos zijn geworden en inventariseert ze op welke gebieden zij hulp nodig hebben. ‘De uitdaging ligt voor mij in het zoeken naar een duurzame oplossing, niet alleen iemand zo snel mogelijk ergens aan het werk krijgen. Het unieke aan onze afdeling is het persoonlijke contact en de ruimte voor maatwerk. Uiteraard hebben we een wettelijk kader, maar daarbinnen zijn veel mogelijkheden om mensen verder te helpen.’ Die mogelijkheden ziet Yesildag soms ook buiten de lijntjes van haar functie. ‘Ik moest even over een drempel heen om te pleiten voor menstruatie­producten in de toiletten van het Daklozenloket. Vooral omdat menstruatiearmoede een onzichtbaar probleem is, dat niet hoog op de agenda staat. Deze producten zijn duur als je leeft van een daklozenuitkering. Voor zoiets kan een bijzondere bijstand aangevraagd worden, maar veel mensen – ook collega’s – zijn daarvan niet op de hoogte. Het op deze manier zichtbaar maken vergt wel wat lef.’

Guppy Harun Kekec heeft een leerwerkplek als teamleider en stagecoördinator bij de Utrechtse Belastingdienst: ‘Omdat ik het guppy in het managementteam ben, is het voor mij belangrijk om lef te tonen en mezelf uit te spreken. Deze kans heb ik ook gekregen door het over mijn ambities te hebben. Of je nu grote of kleine ambities hebt: kom ervoor uit.’ Bij lef denkt Kekec direct aan een idee dat hij in coronatijd heeft gepitcht: ‘Mijn collega’s vonden het leuk, maar durfden er in eerste instantie niet echt aan mee te werken.’ Kekec wilde bij collega’s op bezoek om te filmen hoe zij thuis werkten. ‘Ik was benieuwd naar hoe ze het hadden ingericht en hoe ze er – letterlijk en figuurlijk – bij zaten.’ Zijn teamleider gaf hem de vrije hand. ‘Na de eerste filmpjes kwam er een omslagpunt. Ik ben zowel bij de regiodirecteur langs geweest als bij de kantoortoets­medewerker, een enorm contrast.’ Met het concept van de thuisvideo’s won hij uiteindelijk zelfs een innovatie-challenge. ‘Ik heb corona-wind-mee gehad,’ zegt Kekec lachend.

Goede banen Chaigneau is veel aanwezig in de wijk en weet dat inwoners soms tegen vastgebeitelde structuren aanlopen. Een bewonersinitiatief liep er bijna op stuk: ‘Een enthousiaste gast die met kinderen sportte en met hen optrok, liep continu tegen blokkades aan binnen de gemeente. Hij belde mij met de boodschap: ik ben er zo klaar mee! Op zo’n moment ga ik naar mijn collega’s toe. Ik leg hen uit dat verschillende losse – op zichzelf legitieme – redenen ertoe leiden dat zo’n fantastisch initiatief een breekpunt bereikt. Soms stuit je op weerstand als je daar als broekie iets van zegt.’ Toch is hij overtuigd van het belang: ‘Het is waardevol om te weten wat er speelt in een wijk, een buurt, een straat. Niet elke ambtenaar voert dat gesprek zelf, maar ik probeer collega’s met de verhalen die ik meeneem te verleiden om in elk geval te luisteren.’ Het sportinitiatief kon uiteindelijk ondersteund door een gedeeld subsidieverband worden voortgezet.

‘Of je nu grote of kleine ambities hebt: kom ervoor uit’

Elkaar scherp houden Lef gaat ook over het durven aanspreken van collega’s en leidinggevenden, onderstreept Yesildag: ‘Elkaar scherp houden, sensitiviteit, dat vind ik belangrijk. Ik werk met mensen die hulp nodig hebben om hun leven op de rit te krijgen. Als we intercollegiaal casussen bespreken stel ik vaak ter discussie of iets een duurzame oplossing is.’ Dat kan schuren. ‘Misschien sta ik wel bekend als die vervelende vrouw,’ lacht Yesildag. ‘Dat ik voortdurend vragen stel en ook ongevraagd feedback geef op hoe andere mensen dingen aanpakken, zal soms best irritant zijn.’ Op die momenten is ze echter niet bezig met het oordeel van anderen. ‘Ik zie het als onze taak om mensen zo goed mogelijk te helpen met het oog op de lange termijn. Het klinkt bijna religieus als ik het zo zeg, maar dat grotere doel wat ik dien weegt voor mij zwaarder dan wat anderen van me vinden.’

Martin Chaigneau: ‘Als je je nederig opstelt, kun je elke kritische vraag stellen’

Rugdekking ‘Als je dingen aankaart, schop je weleens tegen schenen aan,’ zegt ook Chaigneau. ‘De confrontatie aangaan is soms spannend. Binnen een logge organisatie tegen de stroom in iets in beweging proberen te krijgen, daar is zeker lef voor nodig.’ Zijn ongemak delft eveneens het onderspit: ‘Zoiets als dat sportinitiatief, daarvan zie ik hoeveel het de kinderen brengt. Daarom kaart ik het aan in de rest van de organisatie, ook al zit niet iedereen daarop te wachten.’ Kekec gaat een eerlijk gesprek niet uit de weg: ‘Ik zie geen kloof tussen mij en iemand in een hogere of lagere functie. Als ik een gesprek aanga, is dat van persoon tot persoon. Dat maakt dat ik iemand gemakkelijk aanspreek op een werkwijze die ik niet begrijp, op een respectvolle manier.’ De manier waarop je je opstelt maakt uit, stelt Chaigneau: ‘Als je je nederig opstelt, kun je elke kritische vraag stellen die je hebt.’ Een randvoorwaarde voor lef hebben is een goede verstandhouding met je manager of directe collega’s. Chaigneau: ‘Ik heb een manager van wie ik weet dat ze achter me staat. Ze geeft me veel vrijheid, maar ik licht haar altijd in als ik iets ga doen. Zodat zij me rugdekking kan geven als het nodig is.’ Kekec benadrukt: ‘Je hebt mensen om je heen nodig die je helpen en voor je openstaan. Zonder mijn collega’s zou ik niet zover gekomen zijn... Het is belangrijk dat managers openstaan en luisteren naar ideeën, ook naar de onzinnige. Anders komen mensen niet meer langs en loop je het briljante idee mis dat er ook tussen zit. Neem mensen serieus en durf risico te nemen.’

Durf te leren ‘Ik weet zeker dat veel ambtenaren goede ideeën hebben, maar zich tegen laten houden door gedachten als “het gaat toch niets worden” of “de organisatie is log”,’ zegt Kekec. ‘Probeer het en blijf het proberen. Ik bedelf mijn teamleider met onorthodoxe ideeën. Natuurlijk krijg ik weleens te horen: dit kan echt niet. Daar laat ik me niet door ontmoedigen. Ik vind dat er veel beter kan.’ Die focus op wat beter kan heeft ook Yesildag: ‘De centrale vraag is: wat zou de uitkomst moeten zijn en hoe gaan we dat bereiken? Ik wil niet naar de blokkades kijken, maar werken vanuit de overtuiging dat er altijd wel een mouw aan te passen is.’ Chaigneau besluit: ‘Durf ook gewoon iets te gaan doen, zonder dat je dat met alles en iedereen hebt afgestemd. Pak iets op, kijk wat ervan terechtkomt en wat je ervan kunt leren. Ik geloof echt dat individuele ambtenaren op die manier een verschil kunnen maken, door wat vaker simpelweg tot actie over te gaan.’ ◼

Harun Kekec: ‘Ik zie geen kloof tussen mij en iemand in een hogere of lagere functie’

Deel dit artikel