Tekst Gert Riphagen

Ik ben gek op lijsten en lijstjes; ik kan er uren zoet mee zijn. Misschien komt dat door mijn verleden als sportjournalist: ranglijsten zijn onontbeerlijk voor een goed inzicht in sportprestaties. Lijsten zijn doorgaans ook gemakkelijk te lezen: ze gaan per regel, lekker overzichtelijk. Voor lijsten gelden ook geen hinderlijke taalkundige eisen van goed lopende zinnen. Werkwoordsvormen kun je voor een keer helemaal vergeten. Het leven is overzichtelijk met lijsten.

‘Wat als een programma als Word een ambtelijke-taaldoder had?’

Vooral woordenlijsten vormen voor mij een luilekkerland. Onlangs stuitte ik op het internet bij toeval op een woordenlijst die Marlies van de Ven van het bureau KANKAN Webcommunicatie met toestemming van de gemeente Den Haag online heeft gezet: www.kankan.nl/helder-nederlands. De lijst gaat terug op een alleraardigst en nuttig boekje dat de gemeente Den Haag 15 jaar geleden in het kader van de taalcampagne Helder Haags uitbracht. Het Helder Haags Woordenboek is een woordenlijst tegen onbegrijpelijke en onnodig omslachtige ambtelijke termen. De gemeente Den Haag heeft deze woordenlijst kennelijk ooit online gezet, maar de lijst was in de loop der tijd van het web verdwenen, totdat Marlies van de Ven hem aan de vergetelheid ontrukte. Hulde! Maar ze is er nog niet klaar mee: ze roept iedereen op suggesties voor uitbreidingen en verbeteringen te doen (info@kankan.nl), zodat de lijst – net als de taal zelf – een levend organisme blijft.

Gemakkelijk Het Helder Haags Woordenboek was geen boekje dat de ambtelijke termen verklaarde, maar het bood alleen alternatieven voor de gebruikte woorden, begrijpelijke alternatieven. De samensteller en bedenker van het boekje, de toenmalige Haagse taaladviseur Wouter de Koning, schreef daarom op de achterflap: ‘Het Helder Haags Woordenboek is geen gewoon woordenboek. Verwacht geen uitleg over de betekenis van woorden. Dit boekje geeft gewone woorden waarmee je ambtelijke termen kan vervangen.’ Met deze woordenlijst bood De Koning de Haagse ambtenaar een nuttige en soms ook hilarische hertaling van al te gemakkelijk gebruikte onbegrijpelijke termen. Zo gemakkelijk kan het zijn. Er zijn vast vergelijkbare initiatieven waar onbegrijpelijke of onnodig ingewikkelde (ambtelijke) taal aan de kaak worden gesteld, het Helder Haags Woordenboek is vast niet uniek. Voor de uitgever van het blad PM (de voorloper van Publiek Denken) werkte ik 15 jaar geleden met een aantal taalliefhebbers mee aan de publicatie Zullen we zwaluwstaarten. Staaltjes van ambtelijke (war)taal. Dit boek bevatte artikelen, columns, ervaringen van ambtenaren met schrijven, tips voor beter taalgebruik en ook de bullshit bingo met woorden als: adequaat, synergie, proactief, kaderstellend, ketenaanpak, kortsluiten, ombuigen en het onvermijdelijke strategisch. Het was een goedbedoelde poging om de uitwassen in het ambtelijk taalgebruik tegen te gaan. Dat was dan nog in de tijd dat stukken hoofdzakelijk op papier werden verspreid en gelezen. Het internet had toen nog niet de enorme vlucht genomen van, pakweg, de afgelopen tien jaar. Als gevolg daarvan bleef het aantal lezers van informatie toen vaak beperkt tot een overzichtelijke groep van direct betrokkenen en belanghebbenden en deskundigen. Met andere woorden: ambtelijke wartaal kende toen nog een beperkt verspreidingsgebied…

Helder Haags

In de categorie Dikdoenerij: de mening zijn toegedaan vinden op grond van het voorgaandedaarom onzes inzienswij vinden zulks impliceert derhalvedit betekent

In de categorie Vaktaal (jargon): amoveren → streng ten detrimente van juncto onbezoldigd

In de categorie Spreek je moerstaal: zero tolerance → streng spin-off → gevolg pilot → proefproject target → doel

In de categorie Archaïsch (ouderwets) taalgebruik: gemeenzaam → informeel epistel → brief evenzo → ook zulks → dit

Excommunicatie Vandaag de dag is dat totaal anders: alle informatie is primair digitaal en vaak via het internet beschikbaar. De coronapandemie heeft ons de afgelopen 2 jaar nog eens hardhandig op de feiten gedrukt: iedereen kan van elk door de overheid gepubliceerd stuk meteen kennisnemen. En kan er ook meteen, al dan niet welwillend, op reageren, bijvoorbeeld via sociale media. Dat stelt hoge(re) eisen aan de begrijpelijkheid van overheidscommunicatie. Daar is niks mis mee, maar het is maar even dat u het weet. En dan volstaat het niet om vooral goed naar publiekscommunicatie – hoe belangrijk ook – te kijken; de begrijpelijkheid van de schriftelijke overheidscommunicatie moet op alle niveaus omhoog, dus ook in de formele communicatie naar bijvoorbeeld Eerste en Tweede Kamer en in beleidsnota’s. Ik heb de afgelopen jaren in mijn columns voor Publiek Denken geregeld aangegeven dat daar nog een wereld te winnen is. Gelukkig zijn er wel initiatieven voor onder meer beter schrijven van ambtenaren, zoals die van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de campagne Direct Duidelijk: www.gebruikercentraal.nl/direct-duidelijk. Soms droom ik dat de spellingcontrole van een tekstverwerkingssysteem als Word een ambtelijke-taaldoder bevat. Zo’n killer die alle ongewenste ambtelijke termen automatisch vervangt door begrijpelijke alternatieven. Niet vrijblijvend, maar gewoon verplicht. Een toepassing op basis van voortreffelijke woordenlijsten, anders wordt het niks. Wat geweldig zou dat zijn! Maar dan word ik wakker en zie ik – schrijvend aan deze column – de gebrekkige werking van de spellingcontrole in Word. Die laat alle in deze column aangehaalde twijfelachtige ambtelijke termen gewoon voor wat ze zijn, maar suggereert wel om van webcommunicatie -> excommunicatie te maken… Zo word je weer uit de droom geholpen! ◼

Deel dit artikel