Slag om de arm

Bij de eerste persconferenties over corona vrolijkte hij ons nog op met zijn goede humeur. Naast een ernstige minister-president Rutte stak hij opvallend vrolijk af. Maar naarmate de pandemie langer duurde, bleek al snel dat hij weinig goed kon doen. Zelfs nu hij gezondheidsminister-af is, wordt Hugo de Jonge nog achtervolgd door aan COVID-19 gerelateerde perikelen. De mondkapjesdeal met Sywert van Lienden bijvoorbeeld, of het gebruik van zijn privémail voor regeringszaken.

Als minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het vierde kabinet-Rutte ziet de toekomst er voor hem rooskleuriger uit. Met de Nationale Woon- en Bouwagenda en een woonprogramma (nee, ik heb het niet over Weer verliefd op je huis of Eigen Huis & Tuin) dat als eerste is gepresenteerd, lijkt hij alom punten te scoren. Zo is emeritus hoogleraar woningmarkt Johan Conijn aangenaam verrast dat de doelen zo concreet zijn en de minister de regie lijkt terug te pakken. En ook voormalig VROM-bewindslieden Sybilla Dekker (VVD) en Hans Alders (PvdA) zijn blij, met name omdat De Jonge – zoals hij zelf ronkend aan de Tweede Kamer schrijft – rekening houdt met een ruimtelijke context waarin de woningbouwopgave wordt ‘geconfronteerd met andere urgente opgaven, zoals klimaat­bestendigheid, energietransitie, stikstof, landbouw, natuur inclusief bouwen en bedrijvigheid [...].’ De minister heeft ambitie. Zo wil hij tot en met 2030 zo’n 900.000 bouwen, waarvan ten minste twee derde betaalbaar moet zijn voor mensen met een lager en middeninkomen. Dat komt neer op 100.000 woningen per jaar. Opvallend genoeg stonden Dekker en Alders in hun VROM-tijd voor eenzelfde opgave. Blijkbaar zijn we sindsdien nog niet veel opgeschoten. Gaat dat nu veranderen? Volgens directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen Chris Kuijpers (BZK) is het niet echt een goed moment om met een ambitieus programma te komen: naast schaarste is er sprake van snel stijgende materiaalkosten en hoge inflatie. Directeur Leefomgeving bij de VNG Albert Vermuë voegt daaraan toe: ‘De grootste uitdaging is: we moeten het allemaal beter, slimmer, intelligenter doen, anders blijven we steken in goede bedoelingen. Beleid maken is mooi, maar er is de afgelopen jaren te weinig aandacht voor de uitvoering geweest, het zijn te veel afzonderlijke werelden geworden die weer bij elkaar moeten komen.’ We moeten dus aan de slag. Want er is urgentie, politieke bereidheid en geld, zegt Kuijpers. Of dat voldoende is, moet blijken. De minister lijkt dat zelf ook te beseffen, blijkens zijn slag om de arm in eerdergenoemd schrijven aan de Tweede Kamer: ‘De waarheid blijft dat er geen snelle oplossing is.’

Mark Notebomer is eindredacteur van Publiek Denken

Deel dit artikel