Een kwestie van experimenteren en leren

Klimaatadaptief bouwen met natuur

Tekst Ellen Röling Beeld Shutterstock

Projectontwikkelaars, bouwbedrijven en gemeenten staan voor de grote uitdaging om ook oplossingen voor natuurinclusie en klimaatadaptatie mee te nemen in woningbouwplannen. Maar de vraag is: hoe dan? Daarop blijkt nog geen pasklaar antwoord te zijn. ‘Maar een ding is zeker. Voor toekomstbestendige bouw is niets doen op dat vlak geen optie. Maar hoe dan wel, dat moeten we met z’n allen nog al experimenterend uitzoeken.’

‘De gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast, zijn met groen en bouwkundige maatregelen gelukkig te verzachten en er zijn ondertussen zo veel onderzoeken over de maatschappelijke baten van wonen in het groen dat het meer dan jammer is als je daar niet iets mee doet in je bouwplannen,’ stelt Eric Gerritsen van DuurzaamDoor, een kennisprogramma uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Als tafelsecretaris van de participatietafel Natuurinclusief Bouwen faciliteert hij samenwerkingsverbanden van leergierige ontwikkelaars, bouwers, ambtenaren en andere betrokkenen bij bouwprojecten die experimenteren in woonwijken om kennis op te bouwen over klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen.

‘Doet een groene gevel iets voor biodiversiteit?’

Stap voor stap ‘Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen staat nog in de kinderschoenen,’ legt Gerritsen uit. ‘Het politieke en maatschappelijke draagvlak ervoor groeit snel, maar er is nog weinig kennis en praktijkervaring voorhanden, ook niet in het buitenland. We bevinden ons nu nog in een fase van transitie waarin marktpartijen en overheden samen moeten experimenteren en uitvinden wat wel en niet werkt. Een aantal grote bouwers en ontwikkelaars tonen zelf ambitie en realiseren nieuwbouwprojecten die een positieve bijdrage leveren aan de natuur, in plaats van dat ze met projecten de natuur zo min mogelijk kwaad proberen te berokkenen. Enkele gemeenten experimenteren met maatregelen en ook ecologen en landschapsarchitecten zijn ermee bezig. In de praktijk gaat het om een handjevol voorlopers die elkaar opzoeken om samen te leren in netwerken waar het “niet weten” het gezamenlijke vertrekpunt is.’ Een van die netwerken is KAN Bouwen, dat is voortgekomen uit het netwerk van DuurzaamDoor en nu met cofinanciering vanuit de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zelfstandig doorgaat. KAN Bouwen richt zich met name op nieuwbouwwijken. En ook over de rol van de gemeente hierin. ‘Hoe gaat een ambtenaar bijvoorbeeld nieuwbouw gunnen? Een paar gemeenten experimenteren met nieuwe instrumenten om klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen te stimuleren, zoals puntensystemen in de beoordeling van bouwplannen. En wat voor kennis moet de gemeente zelf in huis hebben? Hoe maak je een goede businesscase en welke baathebbers dragen daaraan bij? Want degene die investeert, is niet per se degene die profiteert.’

Kies voor toekomstbestendig

In opdracht van DuurzaamDoor wordt momenteel alle relevante beschikbare kennis en ervaringen met het vergroenen van bedrijventerreinen verzameld en op een rijtje gezet. Een coalitie van marktpartijen, maatschappelijke organisaties en overheden gaat zich de komende jaren voor deze opgave inzetten en heeft daarvoor een reservering voor financiering van het Nationaal Groeifonds gekregen. Als secretaris van de participatietafel Natuurinclusief Bouwen is Gerritsen er nauw bij betrokken. ‘Ook hier moeten we stap voor stap uitvinden hoe je groen in een gebied “naar binnen kunt trekken” om hittestress en overstromingen tegen te gaan en er aantrekkelijke, toekomst­bestendige gebieden van te maken. De specifieke uitdaging hierin is alle ondernemers en eigenaren meekrijgen. Bij nieuwe bedrijventerreinen zal dat minder ingewikkeld zijn omdat je als gemeente randvoorwaarden aan de uitgifte van percelen kunt stellen. Maar ook dat vraagt nog veel geëxperimenteer. Juist omdat we nog zo weinig weten, zal bij bouwers en gemeenten die nog niet zijn aangehaakt misschien de neiging bestaan om voor dit moment voor snelheid te kiezen. Zeker omdat de woningbouwopgave zo urgent is. Maar dat zou een gemiste kans zijn. In het begin zal het nadenken over natuurinclusie en klimaat­adaptatie projecten misschien vertragen. Maar die investering verdien je terug op de langere termijn. Want je wilt een wijk bouwen waar mensen nog heel lang willen wonen. Reparatie achteraf kost extra moeite en geld. Als straks de Omgevingswet van kracht wordt, is een integrale aanpak sowieso verplicht. Ik adviseer gemeenten om zich samen aan te sluiten bij bestaande lerende netwerken, zoals KAN Bouwen, om sneller te gaan en verder te komen.’ ◼

‘Reparatie achteraf kost extra moeite en geld’

Deel dit artikel