Right to Challenge

Uitdaging van samenwerking

Tekst Bas Nieuwenhuijsen Beeld Liliane Geerling

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 besloot het nieuwe college van burgemeester en wethouders de inwoners van de stad meer zeggenschap te geven. De bewoners van de Schepenstraat behoorden tot de eerste Rotterdammers die van de nieuwe mogelijkheden gebruikmaakten. ‘In Rotterdam ligt de focus op samenwerken in plaats van challengen. De insteek is: hoe komen we samen tot het beste resultaat,’ aldus Ines Balkema, programmamanager Right to Challenge/Cooperate.

De Schepenstraat in Rotterdam

‘Bij het Right to Challenge gaat het om samenwerking’

Right to Challenge geeft burgers het recht de – lokale – overheid uit te dagen: als ze aantoonbaar een bepaalde taak net zo goed of beter kunnen uitvoeren voor hetzelfde budget, mogen ze die van de gemeente overnemen. ‘Het is dus niet ingevoerd als bezuinigingsmaatregel,’ benadrukt Ines Balkema, ‘maar als manier om dingen beter te doen samen met de inwoners. Eigenlijk is Right to Challenge de verkeerde naam, het gaat om samenwerking. Als mensen een idee indienen, kijk ik eerst of het gaat om een huidige taak van de gemeente en wat voor budget erbij hoort. Een panel op managementniveau beoordeelt de plannen en de vakinhoudelijk betrokken wethouder neemt er een besluit over, zodat er doorzettings­macht is. Dat is nodig, want het is voor een gemeente moeilijk om taken en budget los te laten.’

Sociaal hart Veel challenges hebben betrekking op groenonderhoud. ‘Overzichtelijk en heel zichtbaar,’ verklaart Balkema. Maar er zijn er ook op andere terreinen, zoals welzijn en zelfs afvalverwerking. ‘Er zit altijd een sociaal hart achter en je ziet rond projecten meer activiteiten ontstaan die te maken hebben met verbinding.’ Dat is zeker het geval geweest bij een van de eerste Right to Challenge-projecten: de herinrichting van de Schepenstraat. In de loop der jaren was deze lange, oudere straat net ten noorden van het centraal station ernstig verzakt. Liliane Geerling werd, net als de andere bewoners, in het najaar van 2014 geconfronteerd met een plan van de gemeente. ‘We hadden kritiek daarop: het plan deed geen recht aan de oorspronkelijke situatie, er zouden veel bomen sneuvelen en de riolering werd pas 5 jaar later aangepakt, waardoor de boel opnieuw open moet.’ De bewoners begonnen een vereniging en kwamen met een alternatief. ‘De gemeente deed een peiling om te zien of de straat daar echt achter stond: 98 procent van de bewoners steunde ons,’ aldus Geerling, voorzitter van de vereniging. Ook met de kennis zat het goed. ‘Ik ben zelf stedenbouwkundige, maar er was bijvoorbeeld ook een meubelmaker bij met veel kennis van bomen en hout, iemand die veel weet van grondwater en meer specialisten.’

Buurtfeesten Ze kijkt tevreden terug. ‘Er is nu bijvoorbeeld meer groen in de straat, meer ruimte om je fiets neer te zetten en we hebben heel veel bomen kunnen behouden. We waren bang voor een kale straat, maar dat hebben we voorkomen.’ Het project, dat in 2019 officieel is opgeleverd, leidde tot meer sociale cohesie in de straat. ‘We hebben buurt­feesten georganiseerd, er wordt op elkaars kinderen gepast, er is meer onderlinge afstemming.’ ◼

Deel dit artikel