‘Participatie doe je er niet zomaar even bij’

Tekst Maurits van den Toorn Beeld Shutterstock

Gemeenten zijn oprecht in hun behoefte om inwoners bij hun beleid te betrekken maar de ene keer gaat het beter dan de andere. Den Haag, Utrecht en Eindhoven hebben een traditie als het om burgerparticipatie gaat en vertellen over wat goed gaat.

Het aantal bewoners dat in Den Haag meedoet met digitale participatietrajecten neemt al een paar jaar toe, vooral als het gaat om wijkbudgetten en projecten in de openbare ruimte, vertelt wethouder Martijn Balster van Wonen, Wijken en Welzijn. ‘De opkomst bij deze online participatietrajecten ligt op bijna 20 procent, veel hoger dan bij de offline-bijeenkomsten. De aandacht voor digitale participatie werd nog eens versterkt door corona. Het aantal grote participatietrajecten met fysieke bijeenkomsten is gedaald met circa 30 procent, al is er altijd een offline onderdeel voor mensen die minder digitaal vaardig zijn.’ Mensen willen vooral digitaal meepraten (80 procent) en in hun eigen buurt of straat meedoen (50 procent). Daarnaast nemen veel mensen ook zelf het initiatief in hun buurt of wijk zonder dat de gemeente daar een participatietraject voor organiseert. De meeste initiatieven gaan over het verbeteren van de sociale cohesie, buurtevenementen en activiteiten voor de jeugd. ‘Vooral in coronatijd zagen we een opbloei van buurt- initiatieven,’ zegt Balster, ‘waarbij mensen elkaar zijn gaan helpen. Ook op het gebied van energie/duurzaamheid, kunst & cultuur en maatschappelijke opvang zien we veel initiatieven.’ Dat betekent niet dat alle wensen kunnen worden vervuld. Balster: ‘De stad groeit en we willen iedereen een goed huis bieden, maar de ruimte is beperkt. Dat levert spanningen op: de belangen van huidige en toekomstige bewoners kunnen botsen en dat is lastig. Participatie bij grote gebiedsontwikkelingen in het Central Innovation District rond de grote spoorwegstations, Binckhorst en Zuidwest staat daarom hoog op onze agenda. Daarbij willen we ook de participatie die wordt georganiseerd door particuliere ontwikkelaars verbeteren; we komen met een handreiking daarvoor.’ Aan de uitspraak in het coalitieakkoord ‘we versterken de bewonersparticipatie’ wordt invulling gegeven met het binnenkort te verschijnen Haags Kompas, met daarin zes principes waaraan goede participatie moet voldoen, zoals transparantie en toegankelijkheid. Dat kompas vormt de basis van de Haagse werkwijze voor alle participatietrajecten. ‘En we werken aan de ontwikkeling van wijkparticipatieplatforms, in eerste instantie voor vier grote gebiedsontwikkelingen en de wijk Mariahoeve. Daarmee maken we een transparant, actueel, begrijpelijk overzicht van participatieprojecten in een bepaald gebied.’

Den Haag Uit het coalitieakkoord: ‘In overleg met de gemeenteraad en de stad zorgen we voor gedegen participatietrajecten met duidelijke spelregels. De betrokkenheid van bewoners en bedrijven is daarin cruciaal, net als draagvlak en vertrouwen uit wijken. De gemeente heeft de leiding in de participatietrajecten bij ruimtelijke ontwikkelingen. We dagen de mensen in de stad en deskundigen vaker uit om met eigen ontwikkelvoorstellen te komen en we stimuleren het debat over ruimtelijke ontwikkelingen. We versterken de bewonersparticipatie, maken participatietrajecten beter bekend en laagdrempeliger.’

Groene golf Ook in Utrecht is de aandacht voor participatie er al langer, maar in de afgelopen jaren is deze geïntensiveerd, aldus Jacqueline Scholing, directeur Wijken. ‘Dat is gedaan door het stimuleren van initiatieven van inwoners en van participatie bij plannen van de overheid. We hadden al een Initiatievenfonds om voorstellen te financieren ter bevordering van de sociale cohesie, en aan het begin van de huidige coalitieperiode zijn we met een “groene golf” voor initiatieven gekomen. We hebben nu een ingang en een mailadres waar mensen met voorstellen terechtkunnen. Soms stroken voorstellen niet met onze interne gemeentelijke indeling van onderwerpen. We zorgen er met de “groene golf” nu voor dat er altijd een contactpersoon bij de gemeente is, als mensen daar behoefte aan hebben natuurlijk. Ook laten we snel weten wat we ermee kunnen doen – dat is niet altijd “ja”, maar we laten in ieder geval snel “ja” of “nee” horen.’ De gemeente heeft het programma Samen stad maken opgezet. In het coalitieakkoord wordt specifiek participatie van jeugd en jongeren genoemd. Dat heeft handen en voeten gekregen door juist ook kinderen te interesseren voor het Initiatievenfonds. Scholing: ‘We hebben via sociale media opgeroepen om met ideeën te komen en een speciaal telefoonnummer daarvoor ingesteld. Dat heeft onder meer voorstellen opgeleverd voor een hinkelbaan, een voetbalkooi en een mountainbikebaan voor kleine kinderen. Een aantal van die voorstellen wordt nu uitgewerkt of is al gerealiseerd.’ Andrea Berghuizen, programmamanager Samen stad maken: ‘We hebben ook een jeugdpanel ingesteld dat onder meer geadviseerd heeft bij de subsidieaanvragen Perspectief voor Jeugd. Ook waren we al langer bezig met kinderraden; we werken nu met loting zodat meer kinderen kunnen meepraten en we proberen het onderwerp participatie voor jongeren in het onderwijs op de agenda te krijgen, zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs.’

Utrecht Uit het coalitieakkoord: ‘Samen stad maken: samen met de gemeenteraad gaan we door met het vernieuwen van de (wijk)participatie. We zoeken Utrechters op en sluiten aan bij hun leefwereld, we zijn duidelijk over randvoorwaarden, financiële mogelijkheden en besluitvorming en we gaan van wijk- naar buurtniveau. Naast stadsgesprekken organiseren we buurtgesprekken over thema’s die specifiek spelen in een buurt. Dat kan digitaal of fysiek. Participatie van kinderen in de stad kan via de kinderraad, in het kader van Utrecht als kinderrechtenstad of op andere manieren. We zoeken naar manieren om jongeren een stem te geven en te betrekken bij besluitvorming.’

Dialoogsessies Corona heeft veel dingen belemmerd, maar het is tegelijk een stimulans geweest voor digitale participatie. Scholing: ‘We hebben daardoor andere doelgroepen bereikt, er doen meer jongeren mee en we krijgen daardoor meer respons dan door een bijeenkomst in een zaaltje, al zullen we altijd ook fysieke bijeenkomsten blijven organiseren.’ Participatie doe je er niet zomaar even bij. Berghuizen: ‘We hebben er veel tijd in gestoken om het te faciliteren. We geven onze mensen trainingen, hebben formats voor participatieplannen ontwikkeld en organiseren casusbesprekingen waar collega’s met elkaar kunnen meedenken. Helemaal nieuw zijn dialoogsessies: bewoners en ambtelijk projectleiders bespreken met elkaar of met de participatie de gewenste doelen zijn bereikt: is er meer betrokkenheid, heeft het tot een beter plan geleid en heeft iedereen die dat wilde ook mee kunnen doen?’ Scholing: ‘Participatie lost geen meningsverschillen op, maar het helpt om plannen te verbeteren. Je moet er als organisatie in geloven en je moet het echt goed doen. In dit geval geldt: baat het niet, dan schaadt het wel.’

‘Niet alle wensen kunnen worden vervuld’
‘Met digitale communicatie bereiken we nieuwe mensen’

Traditie Eindhoven heeft een traditie als het om participatie gaat, vertelt Olha Bondarenko, strategisch adviseur inwoners- en overheidsparticipatie. ‘Eind vorige eeuw is uit de samenwerking tussen de overheid en verschillende partijen in de stad brainport ontstaan om de stad uit een crisis te halen. Samenwerking, ook met de inwoners, over alle ontwikkelingen in de stad zit in ons dna. Dat klinkt ambitieus en het is ook ambitieus, maar het is goed gelukt. We hebben dat in 2008 vastgelegd in de verordening Samenspraak en inspraak, het coalitieakkoord sluit daarbij aan.’ De gemeente is tijdens en ondanks corona op deze manier blijven werken. ‘We hebben een inventarisatie gemaakt van de ontwikkeltrajecten. Dat waren er ongeveer zeventig, van klein tot groot en op allerlei terreinen: ruimtelijk, sociaal, economisch, veiligheid. Een klein aantal onderwerpen waarvoor persoonlijk contact nodig is hebben we uitgesteld, maar veel trajecten hebben we digitaal voortgezet, zoals bewonersraadplegingen in een nieuwe wijk bij de luchthaven. De respons was enorm met meer dan duizend reacties. Voor de instellingen van een emissievrije zone in het centrum hebben we ook digitale bijeenkomsten georganiseerd. Daarbij hebben we te maken met landelijke partners, zoals grootwinkelbedrijven; die vonden het zelfs wel prettig dat ze niet hoefden te reizen.’

Skateboarders Evenals in Utrecht heeft corona ook in Eindhoven een boost gegeven aan digitale communicatie. Bondarenko: ‘We hebben gemerkt dat we daarmee nieuwe groepen mensen bereiken, zoals jongeren en mensen met kleine kinderen die niet zo gauw naar een bijeenkomst in een buurthuis willen of kunnen komen. En we bereiken veel mensen door verschillende innovatieve methoden als gamification en social design te gebruiken. Voor de vernieuwing van het Stadhuisplein hebben we klassieke klankbordgroepen georganiseerd, maar we hebben ook de skateboarders op het plein benaderd, postings op Instagram gezet en mensen zonder digitale mogelijkheden op een leuke manier in de wijken benaderd. Uiteindelijk hebben daardoor zo’n 5000 mensen gereageerd.’ Ze vat samen: ‘De geest van samenwerking en een goede verhouding tussen de representatieve en de participatieve stad hebben we hier al heel lang. Ik hoop dat het ook weer in het komende coalitieakkoord komt te staan.’

Eindhoven Uit het coalitieakkoord: ‘Mensen geven we zo veel mogelijk zeggenschap over wat er in hun buurt gebeurt. We zoeken daarbij ook naar nieuwe vormen van participatie. We betrekken bewoners, maatschappelijke organisaties en andere partners aan de voorkant bij initiatieven in hun omgeving. […] We gaan met bewonersorganisaties in overleg over wat in hun buurt belangrijk is, zoals het plaatsen van bladkorven, extra prullenbakken of bankjes. We willen zeggenschap van inwoners faciliteren en als partners samen optrekken. [...] We faciliteren en stimuleren initiatieven van bewoners, bijvoorbeeld voor collectieven rond energiecoöperaties, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, wijkevenementen of gezondheid.

Valkuilen ‘De pogingen van gemeenten om burgerinitiatieven en burgerparticipatie van de grond te krijgen zijn echt oprecht, maar er gaan wel dingen mis,’ ziet Vivian Visser, socioloog en bestuurskundige aan de Erasmus Universiteit, die aan een promotieonderzoek naar burgerparticipatie werkt. ‘Initiatieven hebben vooral succes als de gemeenteraad er bij wijze van spreken een beetje bang van wordt. Je ziet bijvoorbeeld bij de energietransitie hier in Rotterdam dat er om initiatieven uit de bevolking wordt gevraagd, maar dat vervolgens vooral die initiatieven die passen bij wat de gemeente voor ogen heeft een goede ingang krijgen. Andere initiatieven lopen vast en worden “onschadelijk” gemaakt door de stringente voorwaarden die eraan worden gesteld. De overheid is op die manier vooral op zoek naar “uitrollers” voor het eigen beleid en niet naar andere ideeën. Dat is jammer, het doet de unieke bijdrage van burgerinitiatieven teniet.’ Ook bij participatie zijn veel obstakels en valkuilen. Daarbij is de interne kant ervan voor gemeenten misschien nog wel lastiger dan de buitenkant. ‘Het is mooi als er meer mensen worden bereikt, maar er moet vervolgens wel binnen de eigen organisatie en bij de gemeenteraad ruimte worden gecreëerd om wat met de inbreng van de inwoners te doen. Als je als inwoner merkt dat er niets met je inbreng wordt gedaan, dan doe je niet nog een keer mee; je ziet dat inwoners dan afhaken of gaan rebelleren.’ Ambtenaren moeten burgerparticipatie dan ook goed managen en zorgen dat er binnen de organisatie ruimte voor komt. Visser: ‘Dat vergt een cultuuromslag, ambtenaren moeten leren om iets van hun expertise over te dragen aan de inwoners die hun stem laten horen.’ Ze herkent de ervaring dat er door het organiseren van digitale bijeenkomsten meer en andere groepen inwoners worden bereikt. Dat is positief, maar dergelijke sessies lenen zich niet erg voor interactie. ‘Het wordt al gauw vooral een kwestie van zenden. En de terugkoppeling en het langduriger betrokken houden van inwoners is lastig, je moet dan bijvoorbeeld iedereen mailtjes gaan sturen.’ ◼

Deel dit artikel