Interview met hoogleraar economie Peter van Bergeijk

‘Als alle shit achter de rug is, moeten we goed nadenken over de toekomst’

Tekst Asha Narain Beeld Levien Willemse

Peter van Bergeijk is hoogleraar economie aan het International Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam. En als hij niet doceert of onderzoek doet, is hij kunstenaar. De cover van zijn laatste boek Pandemic Economics, waarin hij de economische gevolgen van de coronacrisis voor Nederland analyseert, heeft hij zelf ontworpen. Van Bergeijk: ‘Het is een cartoon van een hoogleraar in een uitgestorven landschap, die de wet van vraag en aanbod uitlegt. Helaas zijn er geen mensen meer die naar hem kunnen luisteren.’

Peter van Bergeijk zou straks graag met verwondering terug willen kijken naar de coronacrisis in plaats van te zwartepieten

‘Iedereen is bezig met brandjes blussen’

In Pandemic Economics legt Van Bergeijk uit dat we ons voor moeten bereiden op een volgende pandemie en ons daarbij niet (alleen) kunnen verlaten op de medische wetenschap en kortetermijnmaatregelen als lockdowns of de afschaling van reguliere zorg. Vanzelfsprekend spelen zij een belangrijke rol, zegt hij, maar dat geldt ook voor de economie. Een “huwelijk” tussen de medische en economische wetenschap is in zijn ogen noodzakelijk om een nieuwe crisis het hoofd te bieden. ‘We moeten ons voorbereiden, voorbereiden en voorbereiden. Alleen zo kunnen we overleven.’ Om te overleven is een discussie tussen medici en economen nodig, maar die vindt volgens Van Bergeijk onvoldoende plaats. ‘Dat komt onder andere doordat iedereen bezig is met brandjes blussen. Maar als we alle “shit” achter de rug hebben, moet er echt worden nagedacht over de toekomst.’

Aids De cartoon op de cover van zijn boek illustreert het zogenoemde ruïneerprobleem. Van Bergeijk: ‘Die term verwijst naar een crisis die je de eerste keer misschien de baas kunt zijn, maar niet wanneer hij terug blijft komen. Een pandemie kun je de eerste keer goed opvangen maar een tweede keer is je economische uitgangspositie veel slechter en de derde keer zit je echt in de problemen. Vandaar de term ruïneerprobleem.’ Het bijzondere van deze tijd is dat zich drie ruïneerproblemen tegelijk voordoen. ‘De pandemie, het milieu en de economie. In zo’n situatie draait het dus om meer dan medische zorg alleen: het gaat om overleven. De kans dat zich binnen 10 jaar een nieuwe infectieziekte aandient is 40 procent. Iedere kwarteeuw worden we geconfronteerd met een pandemie. We weten alleen niet wanneer. Aids uit de begin jaren 80 is daar een goed voorbeeld van. De meer dan 40 jaar durende hiv-pandemie maakt, ondanks betere toegang tot gezondheidszorg en voorlichting, nog steeds wereldwijd slachtoffers, met name in Oost-Afrika. De sterftecijfers zijn daar veel hoger dan bij corona. Toch is aids nog niet met succes ingedamd. Laten we de maatschappij daarom voorbereiden op herhaling.’

Draaiboeken Van Bergeijk heeft respect voor minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. ‘Hij heeft op korte termijn een regeling op poten gezet voor de gehele bevolking. Hij heeft zijn taken naar behoren uitgevoerd. Maar dan verwacht ik wel van de ministers van Economische Zaken (EZ) en Financiën dat ze nadenken over de economische structuur op de langere termijn en dat ze op zoek gaan naar de economische mogelijkheden en kansen. Bij EZ hebben ze vooral gekeken naar hoe we van “op slot” weer naar “open” kunnen gaan en niet naar wat er ondertussen kan blijven doorgaan. Je merkt dat daar geen rekening mee is gehouden. Dat komt ook doordat er geen brug is tussen de medische en economische wereld. Alleen de medische sector heeft geoefend met pandemieën, met allerlei draaiboeken. In deze draaiboeken is geen rekening gehouden met de vraag: wat betekent het economisch? Daar is niet op geoefend.’

Bankencrisis Eind 2008 is met de bankencrisis ook veel geld rondgepompt. Van Bergeijk: ‘Dat was een grote crisis, er is toen goed gekeken naar de oorzaken en in samen­werking met banken en ministeries zijn er oplossingen gevonden. Deze corona­crisis is volkomen anders. Dit is geen herhaling van de kredietcrisis, die werkte over de hele economische breedte. Bij de huidige crisis zijn we simpelweg gestopt met bepaalde dingen als reizen en horeca. Beleidsmakers dachten: we hebben veel geld ter beschikking gesteld tijdens de kredietcrisis. Dat werkte toen, dus laten we dat nu weer doen. Tijdens deze pandemie is sec gekozen voor financiële ondersteuning. Beter was het geweest om ook te kijken naar inzet en tegenprestatie door het bedrijfsleven. Daar ben ik enorm geschokt over. Eigenlijk is het niks anders dan het subsidiëren van arbeid zodat mensen niet ontslagen worden. Je kunt zien dat de overheid over the top is gegaan omdat het aantal faillissementen in Nederland bijna naar nul is gegaan. Dat is niet normaal. In een markt­economie horen bedrijven failliet te gaan. Let wel, ik wil niet mopperen. Ik stel dit alleen maar feitelijk vast.’ Van Bergeijk: ‘Als je kijkt naar het debat tussen economen, dan zijn er twee meningen. De ene groep zegt dat de lockdown ervoor heeft gezorgd dat we minder geld kwijt zijn dan wanneer we de pandemie onbelemmerd hadden laten razen. En de andere groep is heel erg bezig met kosten en alternatieven, hoe het beter had gekund. Dat heeft voor nu weinig zin. Als je met je schip in de storm zit, dan ga je ook geen koper zitten poetsen.’ Uit onlangs gepubliceerde cijfers blijkt dat de overheid heel weinig heeft gedaan aan het stimuleren van de effectieve vraag. ‘Tja,’ zegt Van Bergeijk: ‘Als je mensen geld geeft en ze kunnen het niet uitgeven, dan lijkt het me logisch dat het wordt besteed aan aandelen en huizen.’

De cover van Van Bergeijks laatste boek

Water Volgens Van Bergeijk is het een goede zaak dat op universiteiten multi­disciplinaire onderzoeksteams ontstaan die bestaan uit medici en bijvoorbeeld juristen. ‘Dat is een zegen. Een pandemie is geen nationaal gezondheidsprobleem, maar iets wat heel breed speelt en waarbij je naar alle aspecten moet kijken. Het draait om het gedrag van de mensen en niet het gedrag van het virus. En bij het maken van beleid betekent dit dat je niet alleen een plan moet maken dat verzonnen is door economen maar ook door de experts in volksgezondheid. Je hebt een taskforce nodig die breed is samengesteld.’ ‘De overheid moet beleid opstellen vanuit de gedachte dat pandemieën terug zullen blijven komen in verschillende vormen en met verschillende vormen van impact op de maatschappij,’ aldus Van Bergeijk. ‘We moeten leren om buiten de kaders te stappen. We hebben dat gedaan met een andere grote bedreiging in ons land: water. Daar hebben we gekeken naar andere manieren van evacuatie bij een dijkdoorbraak: verticaal in plaats van horizontaal. Dat doen we om congestie op de wegen te voorkomen waarbij mensen alsnog verdrinken. Hoe kunnen we dit toepassen bij een pandemie? Ik pleit voor een soort van maatschappe­lijke dienstplicht voor de bevolking waarin ze getraind wordt in het verlenen van standaardzorg. Vergelijk het maar eens met de BHV (bedrijfshulpverlening, red.) in het bedrijfsleven.’

Verstandig De overheid moet leren om meer vertrouwen te hebben in de dynamiek van de markteconomie in deze crisis. Van Bergeijk: ‘Ik ben ervan overtuigd dat er nu een stimulans gaat komen vanuit de effectieve vraag, maar we moeten de belangrijkste les niet vergeten. Bedrijven moeten ook leren om zich beter voor te bereiden op een pandemie, ze horen zich te realiseren dat de overheid hen niet eeuwig aan het infuus kan blijven houden.’ ‘Als de economie straks aantrekt en het goed gaat met de conjunctuur, is het logisch en verstandig dat de overheid de hand op de knip gaat houden, maar er is wel een uitzondering nodig. We moet investeren in voorbereidingen op een volgende pandemie. Net zoals een deltaplan voor dijken. We moeten omvangrijk investeren in stadsvoorzieningen, in hoe bedrijven hun werkplaats anders moeten organiseren, in standaardvoorzieningen om veilig te kunnen reizen met het openbaar vervoer.’

Volgende pandemie Van Bergeijk is alweer bezig met zijn volgende boek De volgende pandemie; een deltaplan voor opleving. ‘Ik zie het als een vorm van therapie, maar doe het ook omdat er een debat moet worden gevoerd. Ik zou straks graag met verwondering terug willen kijken in plaats van te zwartepieten.’ Hij denk terug aan het debat rond de Mexicaanse griep in 2009, toen minister van VWS Ab Klink keihard werd afgerekend op de aanschaf van 34 miljoen doses vaccin, waarvan 17 miljoen te veel. ‘Hij deed wat van hem werd verwacht. Toch werden daar veel kritische kanttekeningen bij geplaatst. Maar er werd ook vooruitgekeken. Door Kamerleden werden toen al gesprekken gevoerd over onze afhankelijkheid van de farmaceutische industrie, de lessen die we eruit konden trekken voor een volgende pandemie en het op EU-niveau centraal inkopen van vaccins. Op de een of andere manier zijn de gesprekken daarover gestopt. We zaten toen zo dicht op de oplossing. Vandaar mijn advies aan toekomstige kabinetten: laten we voorbereid zijn op een pandemie. Net zoals dat we dat met hoogwater en de Deltawerken hebben gedaan.’ ◼

Van Bergeijk, P.A.G. (2021). Pandemic Economics. Rotterdam: International Institute of Social Studies. ISBN: 9781800379961.

‘Er is geen brug tussen de medische en economische wereld’

Deel dit artikel