Datagedreven fantomen

Sinds geruime tijd gonst in mijn omgeving een en hetzelfde woordje: data. Het heeft iets magisch, dat woordje. Het suggereert iets groots dat nog groter wordt doordat het woordje zo klein is. Slechts vier, op het eerste gehoor nietszeggende letters. D.a.t.a. Toch staat dit schijnbaar onnozele woordje symbool voor wat vermoedelijk een van de grootste uitdagingen van de komende decennia wordt. Daarvan ben ik door al dat gegons ondertussen wel overtuigd. Begrippen als ic, digitalisering en technologie krijgen een volstrekt andere betekenis. Door die data dus. Een kleine 30 jaar geleden hoorden we voor het eerst van zoiets als internet. De meesten van ons hadden op dat moment wel al een computer maar dat ding stond alone, zoals dat heette. Dat wil zeggen: hij was niet meer dan een soort veredelde typemachine waarbij je geen Tipp-Ex meer nodig had. Handig maar bij nader inzien slechts een minuscuul stapje. Vervolgens kwam dat internet en werden onze computers verbonden. Nu had je ook geen papier meer nodig. We gebruikten het wel, we wisten niet beter, maar feitelijk hoefde het niet. Alles, of zo goed als alles, werd digitaal. Dit rare woord typeerde fase 3 in de ontwikkeling. Die begon ergens na de internetzeepbel en de introductie van de breedband, een jaar of 15 geleden. Belangrijkste kenmerk ervan was een ongekende, niet-aflatende stroom handigheden: van camera’s tot sociale media, mobieltjes natuurlijk en duizend soorten apps. We genoten ervan, onderwijl almaar harder rennend: als de ezel achter de wortel die aan een stok om zijn nek hangt. Onze wereld een grote speeltuin: digitaal!

Chris van der Heijden is historicus en publicist. Daarnaast doceert hij aan de School voor Journalistiek in Utrecht.

Ondertussen heeft ook deze fase zijn tijd gehad. Natuurlijk, er verschijnen dagelijks nieuwe nieuwigheden en duizenden aanbieders proberen ons ervan te overtuigen dat we echt niet zonder kunnen. Maar we trappen er niet meer in. We vinden ze hoogstens leuk, niet meer. Nee, langzamerhand dringt het besef door dat er iets heel anders aan de hand is. Het woord leuk is daarvoor niet langer toepasselijk. Het gaat om iets dat ons raakt in alles wat we zijn of waren, alles ook wat we dachten te worden. De essentie van data is niet die data zelf. De essentie van data is dat zowel mensen als situaties veel meer op elkaar lijken dan we denken en dat het daarom op basis van grote hoeveelheden kennis (databestanden) mogelijk is de toekomst vorm te geven. En dat niet alleen. Data maken het ook mogelijk menselijke taken over te laten aan machines die al doende, dankzij data, bijleren en dus tot steeds meer in staat zijn. AI heet dat, kunstmatige intelligentie. Het gemak dient de mens. Dat klopt, half. Maar in dit geval bedreigt het gemak de mens ook. Nog even en we zijn de speelbal van onze eigen, data­gedreven fantomen.

Deel dit artikel