‘Zonder macht, geld en menskracht begin je niks’

Gevraagd: minister van Ruimte

Tekst Bas Nieuwenhuijsen Beeld ANP

Het rijk moet een integrale visie ontwikkelen voor de lange termijn op hoe we Nederland inrichten. En daarvoor is een minister van Ruimte nodig, vindt Berno Strootman, landschapsarchitect en voormalig rijksadviseur. ‘Het rijk moet rentmeester en koopman zijn.’

Berno Strootman: ‘Of er echt een minister van Ruimte komt, is een kwestie van politieke wil’

‘Het rijk is niet langer de baas van Nederland’

Strootman was de afgelopen 4 jaar lid van het College van Rijksadviseurs, dat bestaat uit een architect, een stedenbouwkundige en een landschapsarchitect, en de regering gevraagd en ongevraagd adviseert over ruimtelijke kwaliteit. Eind vorig jaar kwamen de rijksadviseurs met een pleidooi voor het benoemen van een minister van Ruimte. ‘We staan voor grote complexe opgaven, zoals klimaatadaptatie, energietransitie, duurzaamheid, een circulaire economie, woningbouw en verduurzaming van de landbouw,’ constateert Strootman. ‘Om dat op te lossen, hebben we op rijksniveau een integrale, ruimtelijke visie nodig voor de lange termijn, zeg 20 tot 30 jaar. Het huidige beleid is te gefragmenteerd. Ministeries werken vooral sectoraal en bovendien is er veel gedecentraliseerd naar de provincies en de gemeenten.’

Voor veel opgaven leek rijksverant­woordelijkheid niet nodig. Strootman: ‘De tijd heeft ons daarin ongelijk gegeven. Doordat centrale regie ontbreekt, maar ook door het ontbreken van een integrale langetermijnvisie en politieke wil, struikelen we van crisis naar crisis. Denk aan de problemen rond stikstof, klimaat, PFAS, woningbouw, enzovoort. Je kunt dat niet allemaal op regionaal niveau regelen, dus zou het rijk de regie moeten nemen. Gefragmenteerd beleid levert minder kwaliteit op en kost de samenleving elk jaar miljarden euro’s. Integraal beleid maken is ingewikkelder, maar leidt tot betere kwaliteit en is uiteindelijk goedkoper.’

‘Het rijk moet zowel rentmeester als koopman zijn,’ aldus Strootman, ‘dus met het oog op het algemeen belang kijken naar wat op de lange termijn de beste oplossing voor ons land is, en er tegelijkertijd op letten dat met ons belastinggeld het maximale maatschappelijke rendement wordt behaald. Daar is het rijk nu niet toe in staat. Daarom is in het nieuwe kabinet een minister van Ruimte nodig. Dat is niet de enige verandering die nodig is, maar wel een belangrijke stap.’

Afstemming ‘Zo’n minister moet vooral verbinden’, zegt de voormalig rijksadviseur. ‘We hebben nu op nationaal niveau geen integrale, ruimtelijke visie voor de lange termijn, geen helder beeld van waar we heen willen gaan. Mede door de ministeriële verantwoordelijk­heid, werken ministeries sterk sectoraal, ze houden zich met hun eigen beleids­terrein bezig en de ambtenaren zijn op de eerste plaats loyaal aan “hun” minister. Dat bemoeilijkt integraal werken. Daardoor komt het regelmatig voor dat ministeries langs elkaar heen werken of elkaar zelfs tegenwerken. Zo geeft bijvoorbeeld het ene ministerie een subsidie op het plaatsen van zonnepanelen in weilanden om het opwekken van groene stroom te stimuleren, terwijl het andere juist streeft naar verduurzaming van de landbouw en die landbouwgronden daarvoor hard nodig heeft. Dat gaat niet samen, zonnepanelen in weilanden zijn slecht voor het landschap, de bodem en de biodiversiteit en voor kringlooplandbouw heb je eerder meer grond nodig dan minder.’ Een ander voorbeeld: voor de verstedelijkings­opgave stelt het rijk in de praktijk vooral geld beschikbaar voor infrastructuurinvesteringen. Strootman: ‘En dan vooral voor investeringen in haar eigen snelweg- en spoornetwerken. Het rijk helpt niet bij complexe (binnen)stedelijke gebieds­ontwikkelingen, terwijl deze op de lange termijn bekeken vaak meer maat­schappelijke waarde genereren. Zo subsidieert het ene ministerie het bouwen van woningen in de wei, met grotere woonwerkafstanden, meer reistijd, meer sociale segregatie en meer energiegebruik, terwijl het andere ministerie met de NOVI juist nabijheid en bouwen binnen de grenzen van bestaand stedelijk gebied stimuleert. Er is dus dringend afstemming nodig. Een nieuw te benoemen minister van Ruimte kan daarin een cruciale rol spelen.’

Positie ‘Die minister moet wel een echte positie krijgen, met macht, geld en menskracht. Van de programmaminister voor Jeugd en Gezin, die we een keer hadden, kunnen we leren dat je zonder die randvoorwaarden als minister weinig voor elkaar krijgt. De minister van Ruimte moet het algemeen belang centraal stellen en daartoe deelbelangen samenbrengen. Er is ook een steviger ambtelijk apparaat nodig, met deskundigen op uiteenlopende terreinen in multidisciplinaire teams. Mensen met expertise, die oplossingen bedenken en een visie ontwikkelen. Daarnaast is er een cultuurverandering noodzakelijk. Ambtenaren hebben nu de neiging hun minister uit de wind te houden, maar ze zouden bewindslieden beter kunnen prikkelen met ambities en visie.’ Strootman pleit niet voor een terugkeer van het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. ‘Dat bestond in een andere tijd, toen was het rijk nog “de baas van Nederland”. Je moet naar de toekomst kijken met een nieuwe minister die een frisse blik heeft. Het rijk moet niet opnieuw de baas van Nederland willen worden, maar met het oog op het algemeen belang samenhang brengen tussen de sectorale ministeries en een ruimtelijke langetermijnvisie maken. Op basis daarvan werkt het rijk samen met provincies en gemeenten. De minister van Ruimte moet ook naar het instrumentarium kijken, de wet- en regelgeving en het beleid. Die sturen nu niet één kant op, terwijl dat wel zou moeten.’

Bijval Volgens Strootman zijn er de afgelopen jaren veel zaken best goed is gegaan. ‘Denk bijvoorbeeld aan succesvolle projecten zoals Ruimte voor de rivier, het nieuwe centraal station in Rotterdam, Kustwerk Katwijk en de Groene Loper rond de A2 in Maastricht. Het kan dus wel, maar dan moeten alle seinen op groen staan en daarvoor moet je de juiste mensen met kennis, ambitie en visie hebben.’ En dat moet je niet aan het toeval overlaten, wil Strootman maar zeggen, dat moet je organiseren. ‘Of er echt een minister van Ruimte komt, is afhankelijk van politieke wil. Het idee heeft van alle kanten bijval gekregen, dus het zou mij verbazen als die minister er niet komt. Ik hoop dat ons nieuwe kabinet durft te kiezen voor een werkelijk nieuwe koers.’ ◼

Deel dit artikel