Bouwen in de polder

‘Maak werk van klimaatadaptatie’

Bouwen in de polder

‘Maak werk van klimaatadaptatie’

Tekst Maurits van den Toorn Beeld Valerie Kuypers

Met alleen een vinger in de dijk houden we het de komende 100 jaar niet droog. We moeten klimaatadaptiever bouwen, anders wordt het dweilen met de kraan open. Dat rekening houden met klimaatverandering extra kosten met zich meebrengt, valt in de praktijk eigenlijk best mee. ‘Het komt neer op zo’n 3.000 tot 5.000 euro per nieuwbouwwoning,’ zegt deltacommissaris Peter Glas.

Peter Glas: ‘Bekijk je woningbouwopgave in combinatie met de zeespiegelstijging’

‘1 Procent van het BNP is toch niet veel om veiligheid te bieden?’

In april van dit jaar schreef Glas een brief aan de ministers Harbers van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Staghouwer van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Van der Wal voor Natuur en Stikstof en De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). In die brief roept hij de bewindslieden op om werk te maken van klimaatadaptatie. Overstromingen, wateroverlast, hitte en droogte zullen in toenemende mate de inrichting van Nederland beïnvloeden. Het zijn de vier onderwerpen waarvoor de gemeenten enkele jaren geleden stresstesten hebben gehouden. ‘Het zijn termen die nog niet vast genormeerd zijn, maar je ziet dat ze gaandeweg preciezer worden ingevuld,’ aldus Glas. ‘Daar is behoefte aan.’ Die behoefte is er vanzelfsprekend bij gemeenten, maar ook de bouwsector zit erom te springen. Glas: ‘Je kunt bijvoorbeeld vastleggen dat klimaatadaptief bouwen betekent dat huizen geen overlast mogen hebben van een bui van, zeg, 60 of 70 millimeter. Hoe je daar dan voor zorgt, hangt van de lokale omstandigheden af, er is verschil tussen binnenstedelijk gebied en een buitenwijk, en zandgrond in een heuvelachtig gebied vraagt om andere maatregelen dan laaggelegen veengrond. Maar door duidelijke normen te stellen ontstaat er een gelijk speelveld en is het voor alle betrokkenen – gemeenten, corporaties, bouwers – duidelijk waar ze aan moeten voldoen. De ministers van VRO en IenW hebben dat ook al aan de Kamer toegezegd.’ In de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptief gebouwde omgeving, die momen­teel in de maak is, wordt dit uitgewerkt. Behalve de vier onderwerpen uit de stresstesten worden hierin dus ook groen en biodiversiteit opgenomen als factor voor de klimaatbestendigheid. Bovendien heeft minister De Jonge begin dit jaar toegezegd dat hij met een Nationale aanpak klimaatadaptatie gebouwde omgeving komt.

Veiligheid Er zijn zo’n 820.000 woningen voorzien in overstroombare gebieden, met een slappe ondergrond of een natte bodem. Daarbij wordt er nog onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering, ook op de lange termijn, en met de eisen die water en bodem stellen. Glas vindt niet dat je allerlei lopende bouwprojecten nu ineens terug moet draaien. ‘We moeten niet ineens haakse bochten maken bij projecten die al in ontwikkeling zijn. Omdat ik als deltacommissaris ook naar de lange termijn kijk, heb ik geadviseerd om nog eens goed te kijken naar buitendijks bouwen. Weliswaar moet nu al de ruimte die daardoor verloren gaat worden gecompenseerd, maar ik pleit ervoor om daar nog strikter in te zijn en alleen buitendijks te bouwen als dat geen negatieve invloed heeft op de veiligheid.’

Buitendijks Buitendijkse woningbouw moeten we op termijn niet meer doen, aldus Glas. ‘Zo moeten we ook de ruimte langs dijken vrijhouden. In verband met mogelijke latere versterkingen moeten we daar geen onomkeerbare dingen doen.’ In het advies is hij daar nog explicieter over: als bestaande buitendijkse bebouwing de afvoer en waterberging in de toekomst belemmert, moet die worden aangepast of zelfs worden verwijderd. Voor de korte termijn gaat het erom hoe je bouwt, voor de lange termijn waar je bouwt. ‘Als deltacommissaris zeg ik: bekijk je woningbouwopgave in combinatie met de zeespiegelstijging. Denk nog eens na waar je gaat bouwen en kijk naar heel Nederland. Plan niet alles of bijna alles in de Randstad. Als we tussen nu en 2050 de kwetsbaarheden uit de woningbouwopgave willen halen, moeten we steeds nadenken waar we gaan bouwen.’ Als je alle beperkingen in ogenschouw neemt, dan kun je het idee krijgen dat er op termijn te weinig ruimte is om te bouwen. ‘Ik vraag me dat ernstig af. Nederland is groter dan de Randstad. Ik bepaal ook niet waar gebouwd moet worden; ik kan alleen waarschuwen om bij de besluitvorming rekening te houden met kwetsbaarheden.’

Tonnen per hectare De vraag is vervolgens of de bouw door alle klimaatadaptaties niet veel duurder wordt. Dat valt mee, vindt de deltacommissaris. ‘Ik heb daar becijferingen over gezien en het komt neer op zo’n 3.000 tot 5.000 euro per nieuwbouwwoning, in die orde van grootte. Bij de ruimtelijke inpassing gaat het om bedragen ter hoogte van enkele tonnen per hectare. De eerste indruk is dat het beheersbaar is. En bedenk vooral: als je niets doet weet je zeker dat je op een gegeven moment schade krijgt.’ ‘Kijk naar Zuid-Limburg waar 2 dagen regen een half miljard aan schade heeft veroorzaakt, gaat Glas verder. ‘En in onze buurlanden nog veel meer. Dat moet je ook meenemen; alleen gaat de kost voor de baat uit en is het lastig welke partij voor de meerkosten zal opdraaien. Dat zal van geval tot geval verschillen.’ Om het financiële aspect breder te trekken: voor het Deltaprogramma wordt jaarlijks in de begroting ongeveer anderhalf miljard uitgetrokken en aan het Deltafonds toegevoegd. De totale publieke uitgaven aan waterbeheer in Nederland door rijk en medeoverheden plus de drinkwaterbedrijven bedragen jaarlijks zo’n 8 miljard euro. Daar is alles bij inbegrepen: waterveiligheid, water aan- en afvoer, vaarwaterbeheer, drinkwaterproductie en -levering, rioolbeheer, waterzuivering, beheer en onderhoud. Serieuze bedragen, maar in totaal komt het neer op ongeveer 1 procent van het BNP. Dat is toch niet te veel om over een halve of een hele eeuw voldoende veiligheid en bescherming tegen water, hitte en droogte te bieden?’ ◼

Deel dit artikel