Afstand

Er bestaat een kloof tussen de Europese Unie (EU) en de burger. Het dichten daarvan staat al decennia hoog op de agenda. De Conferentie over de toekomst van Europa – met een interactief, digitaal platvorm, evenementen bij u in de buurt en burgerpanels – is slechts de laatste in een lange reeks initiatieven om de afstand tussen de burger en de EU te verkleinen. De gedachte achter dit soort initiatieven is: als we de afstand tussen de burger en Brussel verkleinen, zal de steun voor de EU toenemen. Recent onderzoek laat echter zien dat “afstand” onverwachte effecten heeft op de manier waarop mensen hun mening vormen. Het dichten van de kloof tussen de EU en haar burgers hoeft daarmee paradoxaal genoeg niet te leiden tot een positiever beeld van de EU. Hoe groter de afstand tussen jou en de politiek – fysiek, sociaal of in termen van tijd – hoe minder directe, persoonlijke en gedetailleerde informatie je hebt over de inhoud van besluiten of hoe deze tot stand komen. Je zou denken: dan zul je je niet zo snel een mening vormen. Maar dat is buiten de menselijke natuur gerekend. Mensen vormen zich verrassend vaak een mening over zaken waarover ze nagenoeg geen informatie hebben. Uit psychologisch onderzoek weten we ook hoe dat werkt: in plaats van zich te baseren op informatie, gaan mensen af op iets dat ze met het onderwerp associëren en waar ze wel wat van weten, of waarover ze in het verleden al een standpunt hebben gevormd. In het geval van de EU bijvoorbeeld de laatste Haagse beleidsplannen of hun mening over de Fransen of de Hongaren.

Recent onderzoek toont aan dat het standpunt van mensen over de EU sterk beïnvloed wordt door hun mening over de politici die een rol spelen in de EU: wat we van hen vinden – zijn ze bekwaam, eerlijk, lijken ze en denken ze zoals wijzelf? Dat bepaalt voor een groot deel wat wij vinden van de EU. In ons brein belichamen de poppetjes de EU. En dat is misschien ook niet zo gek. Wat we weten over de EU halen we uit de media, die in hun Europese berichtgeving vaak op de poppetjes focussen in plaats van op het beleid. En we kennen deze mentale short cut ook uit andere domeinen: ons beeld van autobedrijf Tesla wordt grotendeels bepaald door het excentrieke twittergedrag van CEO Elon Musk in plaats van onze kennis over het bedrijf en hoe het zijn producten ontwikkelt. Hoe groter de afstand tot de EU, hoe meer onze mening wordt bepaald door ons oordeel over Europese leiders. En dan juist niet zozeer door de mening over onze nationale leider, maar juist door de leiders op EU-niveau (zoals Von der Leyen of Lagarde) en de buitenlandse leiders (zoals Macron of Scholtz). En dat leidt tot onverwachte effecten. Want juist over die supranationale en transnationale leiders zijn we doorgaans heel positief, positiever dan over onze nationale leiders. Zo zie je dat de Conferentie voor de toekomst van Europa minder effect heeft op de steun voor de EU onder de Nederlandse bevolking dan rol van Neelie Kroes in de Uber-affaire of het vertrek van de in Nederland zeer bewonderde Italiaanse premier Mario Draghi.

Femke van Esch is hoogleraar European Governance en leiderschap van de EU aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Samen met Jan Pieter Beetz schrijft zij bij toerbeurt over zaken die Europa aangaan. Het uitgangspunt: de Europese Unie is meer dan Brussel alleen.

Deel dit artikel