Boodschap van gedragsverandering nog te abstract

Klimaatbeleid vraagt coördinatie

Boodschap van gedragsverandering nog te abstract

Klimaatbeleid vraagt coördinatie

Tekst Hadassa Lok Beeld Studio Oostrum

Cruciaal in het klimaatvraagstuk zijn gedragsverandering en acceptatie van oplossingen. We moeten onszelf afvragen: wat voor leven willen we in de nabije toekomst? Weerstand tegen verandering is vaak angst voor het onbekende, daarom is een duidelijk perspectief belangrijk, aldus hoogleraar Linda Steg. Maar ja, daar zijn wel leiderschap en visie van bijvoorbeeld de overheid voor nodig.

Linda Steg: ‘Om als overheidsinstelling de benodigde stappen te kunnen zetten, is het vooral belangrijk om samen te werken en kennis en succesverhalen uit te wisselen’

‘We moeten snel en drastisch actie ondernemen, nu het nog kan’

De hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen is een van de auteurs van het IPCC-rapport dat 4 april verscheen. Dat rapport windt er geen doekjes om: als we nog een leefbare planeet willen hebben, moeten we nu actie ondernemen. Steg: ‘Voorheen heb ik vaak onderzoek gedaan naar verschillende typen verandering, afzonderlijke puzzelstukjes, maar om de klimaatcrisis te adresseren is een brede verandering van leefstijl nodig en van de samenleving als geheel. Er zijn keuzes te maken: als consument op het gebied van koopgedrag, als burger op het gebied van stemgedrag, als overheid op het gebied van beleid, en als industrie en bedrijven op het gebied van producten de prijzen van die producten… Hoe breng je die systeemverandering tot stand? Dit is zowel een politieke als sociaalwetenschappelijke vraag.’ ‘Veranderingen hebben draagvlak nodig,’ aldus Steg. ‘Door subsidies in te trekken of door belasting te heffen kan de overheid de kosten van vlees verhogen, maar daar moet draagvlak voor zijn.’ Onderzoek naar motivaties en naar onder welke voorwaarden mensen bereid zijn tot verandering staat centraal in Stegs dagelijks werk. ‘Daarbij hebben we oog voor de verschillende rollen die mensen hebben: een CEO in de industrie is ook een consument met bepaalde beweegredenen.’

Acceptatie van oplossingen ‘Cruciaal in het klimaatvraagstuk zijn gedragsverandering en acceptatie van oplossingen, twee typisch gedragswetenschappelijke onderwerpen,’ licht Steg toe. ‘De vraag die centraal staat, wordt vaak over het hoofd gezien: wat voor leven willen we in de nabije toekomst? Niets doen betekent niet dat alles hetzelfde blijft, dat betekent dat je leven heel ingrijpend gaat veranderen ten gevolge van klimaatverandering. Een deel van de weerstand tegen verandering is de angst voor het onbekende. Daarom is een duidelijk perspectief zo belangrijk.’ Goed leiderschap is geboden en biedt dit perspectief, betoogt Steg: ‘Leiderschap en visie zijn nodig: hier gaan we naartoe en zo komt onze toekomst eruit te zien. Leiders die mensen meenemen in de overwegingen die belangrijk zijn en die ook laten horen wat er gebeurt als je niets doet. Deze duidelijkheid is heel hard nodig. Ook voor bedrijven: om ergens in te investeren wil je weten of iets de toekomst heeft.’

Te abstract ‘Klimaat is wel een meer prominent thema in de politiek, maar het dient meer gecoördineerd te worden, met alle groepen om de tafel. De boodschap dat we ons gedrag moeten veranderen is nog te abstract.’ Zou een maandelijkse persconferentie over het klimaat, zoals politicoloog Mounir Samuel voorstelt, een goed idee zijn? Steg neigt naar: ja, mits. ‘Het is belangrijk om de urgentie duidelijk te maken, het klimaat hoog op de agenda te zetten. Er dient dan wel voor gewaakt te worden niet alleen de problematische kant te belichten. Laat ook zien wat er goed gaat en bied perspectief, dat motiveert mensen tot actie. Als dat ontbreekt raken mensen murw geslagen. Dan denk je: nou, laat maar…’ ‘Het gevoel dat je de enige bent die zich hard maakt voor klimaat en duurzaamheid, werkt ontmoedigend. Als je goede initiatieven meer podium geeft, kan dat mensen motiveren om ook bij te dragen. Onderzoek geeft ons de indruk dat de bereidheid van de ander wordt onderschat.’ Steg ziet dat er wel degelijk verandering gaande is: ‘Voorbeelden zie ik bijvoorbeeld in het debat over vliegen. Tickets zijn nog steeds belachelijk goedkoop, maar eerder werd vliegen an sich niet ter discussie gesteld. Ook de vlees- en zuivelconsumptie verandert. Er komt iets in beweging. Als dat zo doorgaat kan er een tipping point komen, waarna het opeens heel snel gaat.’

‘Weerstand tegen verandering is vaak angst voor het onbekende’

Invloed van overheidsorganen ‘Om als overheidsinstelling de benodigde stappen te kunnen zetten, is het vooral belangrijk om samen te werken en kennis en succesverhalen uit te wisselen. Instellingen zijn geen concurrenten op het gebied van duurzaamheid, maar partners. Ook in overheidsorganen is de samenwerking heel belangrijk, juist omdat voor systeemverandering op allerlei vlakken tegelijk actie moet worden ondernomen. Integraal werken en neveneffecten van oplossingen goed inzichtelijk maken zijn dan cruciaal.’ Voor de communicatie naar burgers geldt ook in deze context: benadruk wat er al goed gaat. ‘Het is een bewezen inzicht uit de omgevingspsychologie dat dit mensen stimuleert. Benadrukken wat mensen nog niet doen, werkt averechts.’

Actie op elk niveau Onderschat je persoonlijke invloed niet, zegt Steg. ‘Verandering kan zowel top-down als bottom-up tot stand worden gebracht. Het kan heel erg motiveren als verandering juist bij de individuele ambtenaar begint: die is voor veel mensen herkenbaarder dan politiek Den Haag. In onderzoek hebben we bovendien gezien dat bottom-upinitiatieven mensen motiveren tot duurzaam gedrag vanuit een sociaal oogpunt: mensen worden niet alleen lid omdat ze duurzaamheid al belangrijk vonden, maar omdat mensen deel willen uitmaken van een sociale groep. Als we ons sterk identificeren met een groep, worden groepsdoelen onze eigen doelen. Dit kan ook in bedrijfscontext gebeuren: als een bedrijf duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan, gaan medewerkers ook duurzamer handelen.’ Steg besluit hoopvol: ‘We moeten snel en drastisch actie ondernemen, maar het kan nog. Veel mensen onderschatten wat anderen belangrijk vinden als het gaat over klimaat en duurzaamheid. De belangrijkste vraag is: hoe kunnen we dat “belangrijk vinden” omzetten in actie? De overheid heeft hierin een rol en wat de overheid doet, hangt ook weer samen met de druk die burgers en bedrijven uitoefenen en van ons stemgedrag, protesten, etcetera. Alle betrokken partijen hebben invloed. De kunst is om tegelijkertijd tot actie over te gaan.’ ◼

Deel dit artikel