‘Als je tot steun besluit, dan moet dat beter dan nu’

Compensatie 2.0

‘Als je tot steun besluit, dan moet dat beter dan nu’

Compensatie 2.0

Tekst Maurits van den Toorn Beeld Aad Goudappel

Tijdens de coronapandemie sloeg de Nederlandse overheid fiks aan het compenseren van inwoners die door de crisis economisch werden getroffen. En nu de energieprijzen de pan uit rijzen door de oorlog in Oekraïne, zal men er in Den Haag niet aan ontkomen om opnieuw maatregelen te nemen. Het is belangrijk om het hoofd koel te houden en te kijken naar wat er werkelijk aan de hand is, aldus hoofdeconoom van de ING Bank Marieke Blom. En ons niet alleen op energiebeleid, maar vooral ook op armoedebeleid te richten. ‘Het idee is steeds dat we nu moeten handelen, waardoor de politiek nalaat om een stap terug te doen en een gerichte maatregel in te voeren.’

Marieke Blom
is hoofdeconoom van de ING Bank.

Ongeveer 5 procent van de huishoudens zag de energierekening verdubbelen. Een deel daarvan komt daardoor in de financiële problemen. ‘Om inzicht in de prijsstijgingen te krijgen zijn de CBS-cijfers momenteel niet echt goed bruikbaar,’ waarschuwt Marieke Blom. ‘Bij de inflatiecijfers wordt ervan uitgegaan dat iedereen elke maand een nieuw energiecontract sluit voor een hogere prijs, maar de meeste mensen zijn klanten die hun contract houden en nu nog lagere tarieven betalen. Het CBS noteerde daardoor voor juli een verdubbeling van de voorschotbedragen ten opzichte van een jaar eerder, terwijl wij zien dat die bedragen met 20 procent zijn gestegen. Dat is nog steeds veel, zeker in vergelijking met eerdere jaren, maar het is wel aanzienlijk minder.’

Doorsijpelen De consumentenprijzen voor gas zullen de komende tijd meestijgen met de marktprijzen; de spotprijzen op de gasmarkt zijn nu tien of zelfs twintig keer zo hoog als een jaar geleden, afhankelijk van het moment waarop je ernaar kijkt. Die hogere prijzen sijpelen zeker door in het variabele deel van de gasrekening en sommige voorschotbedragen zullen te laag blijken, maar het gaat geleidelijk. Dat geeft gelegenheid om het beleid daarop te laten aansluiten. Voor mensen die nu al veel meer zijn gaan betalen en in de problemen komen zouden energiebedrijven een coulanceregeling moeten invoeren, in afwachting van nog te nemen overheidsmaatregelen. De energieleveranciers en de banken kunnen aan het betalingsgedrag zien om hoeveel mensen het gaat. Die maatregelen zouden anders moeten uitpakken dan wat er dusverre is gedaan. Het geld dat dit jaar is besteed aan het compenseren van de gestegen energieprijzen is voor meer dan de helft ten goede gekomen aan degenen die dit het minst nodig hebben. ‘Als je tot steun besluit, dan moet dat beter dan wat er tot dusverre is gedaan. Dit jaar is er zeven miljard voor uitgetrokken, wat naast directe steun voor lagere inkomens voor een groot deel is besteed aan lagere brandstofaccijnzen en lagere btw op gas. Gevolg is dat van dat bedrag zo’n 5 miljard ten goede is gekomen aan de helft van Nederland met de hoogste inkomens. Vooral de verlaging van de brandstofaccijns is in dit opzicht heel erg verkeerd. Mensen met een hoger inkomen hebben een grotere auto en rijden meer kilometers. Maar ook profiteren ze relatief meer van de lagere btw op gas, ze wonen in grotere huizen en stoken dus meer.’

Paniekvoetbal Niet zo effectief dus, maar Nederland heeft niet als enige paniekvoetbal gespeeld. In Duitsland zijn bijvoorbeeld vergelijkbare maatregelen genomen, met dezelfde effecten. ‘Een van de weinige effectieve maatregelen zien we in Hongarije, daar is de prijs van de eerste paar honderd kuub gas gemaximeerd; de daaropvolgende kuubs zijn veel duurder gemaakt, zodat vooral wie een groot huis geeft en veel stookt het in de portemonnee merkt. Dat is een maatregel waar de lage inkomens dus meer van profiteren.’ Het probleem is nijpend omdat lage inkomens procentueel twee keer zoveel van hun inkomen uitgeven aan gas als hogere inkomens, zo’n 5 procent versus 2,5 procent. Als de prijzen verdubbelen, wat een reële verwachting is, slaat het effect daarvan dus twee keer zo hard neer bij de lage inkomens. Blom: ‘Het is dan ook geen kwestie van energiebeleid, maar van armoedebeleid. Het probleem ligt bij de lage inkomens, waarbij het een politieke keuze is hoe groot je die groep maakt. Economisch gezien moet je compensatiemaatregelen nemen voor in elk geval de onderste helft van de inkomens en daarbij goed kijken om welke bedragen het gaat. De maandelijkse voorschotbedragen die mensen betalen zijn nu gemiddeld 170 euro. Een verdubbeling tot 350 euro volgend jaar is gezien de prijsontwikkelingen niet irreëel; op jaarbasis heb je het dan over 2.000 euro. Als je die toename volledig wilt compenseren voor vier miljoen huishoudens – de helft van het totaal – dan kost dat 8 miljard euro.’

Niet verzilverbaar Voor het uitvoeren van die compensatie staan verschillende middelen ter beschikking. ‘Heffingskortingen hebben als nadeel dat die bij een laag inkomen niet verzilverbaar zijn. Je kunt het daarom beter doen via een verhoging van de huur- of zorgtoeslag, als eenmalig bedrag of maandelijks. Het maandbedrag zou zelfs mee moeten bewegen met de energieprijzen. Maar dat vraagt wel veel van de overheidsorganisatie. Nog een maatregel die helpt is het verlagen van de huren van slecht geïsoleerde woningen. Dat prikkelt bovendien huiseigenaren om er wat aan te doen.’ Voor het verhogen van de lonen, zoals minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onlangs bepleitte, ziet Blom maar beperkt ruimte vanwege het gevaar van een loon-/prijsspiraal doordat de hogere loonkosten worden doorberekend in de kosten van producten en diensten. ‘Wat wel kan, is een loonsverhoging niet in procenten maar in centen, een vast bedrag voor iedereen. Voordeel daarvan is dat dit meer effect heeft voor lagere inkomens.’ De hoge prijzen en de compensatiemaatregelen zijn een probleem dat we zelf moeten financieren. ‘Dat kan maar op een manier, ten koste van de hogere inkomens, enerzijds doordat zij wel zonder compensatie de hogere energieprijzen betalen en anderzijds doordat ze meebetalen aan de steun voor de lage inkomens. De kosten van de steunmaatregelen tijdens de coronapandemie hebben we gefinancierd door de staatsschuld op te laten lopen. Dat kon toen niet anders omdat er een risico was op een brede economische ineenstorting, maar nu is er geen economisch argument voor om de rekening door te schuiven en aan onze kinderen over te laten.’

‘Speel geen paniekvoetbal’
‘Kijk naar wat er echt aan de hand is’

Energiebeleid

Met de aandacht voor armoedebeleid moeten we niet uit het oog verliezen dat er net zo hard energiebeleid nodig is. ‘Natuurlijk moeten we ook minder gas gaan gebruiken. Het is daarom goed dat de hogere inkomens de hoge prijzen voelen als prikkel om daar wat aan te doen. Korter douchen is leuk voor het effect, maar maakt voor het gasverbruik niet zoveel uit. Het echte verschil zit ’m in de kachel lager zetten, zonnepanelen installeren en het huis isoleren. Aan de overheid de taak om duidelijk te maken dat dit echt nodig is.’ Het vergt ingrijpende maatregelen en gaat veel geld kosten, zoveel is duidelijk. Er is een voordeel: er is nu nog tijd om oplossingen in te voeren die in 2023 effect krijgen als veel meer mensen in de problemen komen. De politiek moet daarvoor het hoofd koel houden, nuchter kijken naar wat er aan de hand is en de waan van de dag weerstaan. Blom roept de politiek op om nog iets te doen: ‘Investeer in een goede publieke sector met ambtenaren die in control zijn en met creatieve en effectieve oplossingen kunnen komen. Die hebben we hard nodig.’ ◼

Deel dit artikel