Meer actie in de energietransitie

JongRES wil regie over eigen toekomst

Tekst Jelle van der Meulen Beeld ANP Foto

JongRES vertegenwoordigt jongeren bij de Regionale Energiestrategieën. Hard nodig, vinden de jongeren zelf, want het draait om hun toekomst en het tempo van verduurzaming ligt simpelweg nog te laag. Ze missen een positieve visie op de toekomst. ‘Wij doen wat we kunnen, waar we dat kunnen. Maar eigenlijk is het belachelijk dat jongeren het allemaal op zich moeten nemen. Dat bestuurders zich niet bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor een leefbare wereld is ronduit bizar.’

Scholieren en studenten in Utrecht demonstreren voor een beter klimaat

Anne Schipper

‘De jongere generatie heeft een sterkere intrinsieke gedrevenheid ’

Aan het woord is Anne Schipper, voorzitter van JongRES. Toen ze een aantal jaar geleden begon met het bezoeken van inspraakavonden over de Regionale Energiestrategieën, viel haar iets op: het gros van de aanwezigen was zeker twee tot drie keer ouder dan zijzelf. ‘Veel van hen vonden zonne- en windenergie erg spannend of moeilijk, vertelt Schipper. ‘Die bezwaren gingen over de leefomgeving in het hier en nu. Ook belangrijk, maar de keuzes die we nu maken draaien juist om de energie die wij in 2050 moeten gebruiken. En we moeten nu een transitie maken om in 2100 überhaupt nog te kunnen leven op deze aarde. Dat perspectief miste ik in het energiedebat.’

Urgentie Na een RES-evenement in Groningen sloot Schipper zich aan bij een initiatief van de Klimaat en Energiekoepel (KEK) en de Jonge Klimaatbeweging (JKB) om samen met andere jonge professionals JongRES op te richten. Het doel: de belangen van jongeren vertegenwoordigen bij de Regionale Energiestrategieën. Inmiddels heeft de organisatie in 25 van de 30 regio’s een jongerenvertegenwoordiger en is ze druk bezig achterban op te bouwen en de mankracht te vergroten om activiteiten te kunnen organiseren. Nu ze een plek aan tafel hebben, is de volgende stap om daadwerkelijk gehoord te worden en invloed uit te oefenen. Schipper denkt dat jongeren wat klimaatzaken betreft meer urgentie voelen dan oudere generaties. ‘Wij doen het voor onszelf, dat motiveert wellicht wat meer. Daarnaast is er een verschil met de generatie van onze ouders in hoe wij tegen dit onderwerp aankijken: wij willen actie, zetten de schouders eronder. Dat verschil is niet erg, wij zijn immers andere mensen dan onze ouders. Je ziet in de jongere generatie een sterkere intrinsieke gedrevenheid om met dit onderwerp aan de slag te gaan.’ ‘Naast urgenter is het voor ons ook veel normaler,’ vervolgt Schipper. ‘Dat blijkt uit het jongerenonderzoek dat I&O Research heeft gedaan in opdracht van het Nationaal Programma RES (NPRES). Wij zijn bijvoorbeeld meer gewend aan windmolens en zonnevelden. En zouden het minder erg vinden als we meer duurzame energie in onze leefomgeving zien. Ik heb het idee dat jongeren minder emotioneel reageren op duurzame energie in hun omgeving, omdat het nu eenmaal noodzakelijk is.’

Jongerenparticipatie Voorafgaand aan de RES’en is bepaald dat participatie bij alle projecten goed en grondig diende te worden uitgevoerd. Beleid moest zo van onderop en met goedkeuring van omwonenden tot stand komen. ‘De participatie bij RES is door sommigen erg geroemd, anderen, zoals ik, denken daar anders over,’ zegt Schipper. ‘Op ambtelijk niveau en bestuurlijk niveau is de participatie inderdaad goed geweest. Op stakeholderniveau daarentegen begint het al te wankelen: naar sommige groepen wordt wel geluisterd, naar andere niet, en het is vaak onduidelijk wat er met de inbreng is gedaan.’ Op het vierde niveau, participatie van burgers, ziet Schipper het dilemma van regio’s en gemeenten. ‘Regio’s en gemeenten hebben hun best gedaan, maar men heeft voornamelijk gebruikgemaakt van bestaande vormen van participatie, zoals informatieavonden. Begrijpelijk, want tijd en middelen waren (en blijven) beperkt. Daar komen echter alleen de usual suspects op af, en door corona heeft het ook nog eens digitaal plaatsgevonden; dan betrek je uiteindelijk weinig mensen. Wij zeggen dan ook: focus op jongerenparticipatie. Het draait immers om onze toekomst. En doe dat op een manier die jongeren aanspreekt, dus via sociale media, met challenges, door influencers in te zetten. In sommige regio’s zijn dit soort dingen wel gebeurd en daar zie je dat je een gevarieerder “participatiepubliek” bereikt.’

Op de rem In februari 2021 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een analyse over de concept-Regionale Energiestrategieën van gemeenten. Daaruit bleek dat de plannen voldoen aan het opwekken van 35 terawattuur aan elektriciteit uit zonne- en windenergie in 2030, zoals geformuleerd in het Klimaatakkoord. Realisatie van die plannen was echter nog wel ‘omgeven met de nodige onzekerheid’, deels doordat de concept-strategieën bestaan uit ambities die nog grotendeels concreet moeten worden gemaakt.   ‘De doelstellingen van 2030 halen we inderdaad wel en dat is natuurlijk positief,’ vindt Schipper. ‘Maar realiseer je wel: dan beginnen we pas net. We moeten toe naar een wereld waar 100 procent van onze elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt en we moeten onze huizen, kantoren en winkels op een andere manier gaan verwarmen. De lange termijn zit gelukkig wel in RES 2.0 (waarin regionale afspraken om te voorzien in de warmtebehoefte zijn vastgelegd, red.), maar in de gesprekken nu wordt nog te veel op de korte termijn gefocust, op 2030, en wordt er nog te veel op de rem getrapt voor de decennia daarna.’

Mooiere wereld Schipper constateert dat we te laat begonnen zijn met de energietransitie en meent dat het niet meer dan vanzelfsprekend is dat het proces tijd in beslag neemt. ‘Waar verandering is, is weerstand, zo simpel is het. Wij doen wat we kunnen, waar we dat kunnen. Maar eigenlijk is het belachelijk dat jongeren het op zich moeten nemen. Dat bestuurders zich niet bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor een leefbare wereld, nu maar ook over 30, 40, 50 jaar, is ronduit bizar.’ Schipper, die in oktober begint aan haar nieuwe baan als senior projectmanager hernieuwbare energie bij de gemeente Utrecht, mist bovendien een positieve visie op de toekomst. ‘Wat als het allemaal wel lukt? Wat als we een mooiere, betere wereld hebben in 2050? Daar kunnen bestuurders en ambtenaren aan bijdragen: we bevinden ons nu in de positie om te bepalen hoe de wereld er over 30 jaar uitziet. Wij kunnen daar ons steentje aan bijdragen! Laten we ons dus voorstellen hoe de wereld er in 2050 uitziet als het wel allemaal lukt, en met die visie in ons achterhoofd vandaag aan de slag gaan.’ ◼

‘Is er verandering, dan is er weerstand’

Deel dit artikel