Kabinetsformatie (1)

Het lijkt politiek zwaargewicht Johan Remkes te lukken om de kabinetsformatie vlot te trekken. Beeld Gemeente Den Haag/Martijn Beekman

En toen mocht Johan Remkes het proberen, de man die als een soort Louis van Gaal van de Nederlandse politiek van stal wordt gehaald om de boel vlot te trekken als niemand anders er meer uitkomt. En het lijkt hem zowaar te zijn gelukt. Een dik halfjaar na de verkiezingen – inmiddels zo lang geleden dat sommige mensen er misschien niet eens meer een actieve herinnering aan hebben – stevenen we af op een voortzetting van de coalitie van Rutte III, nadat er maandenlang over en weer blokkades zijn opgeworpen. Was dat allemaal een ragfijn spel of heeft deze en gene zich daarbij domweg verkeken op de verhoudingen en de mogelijkheden? Ook politici maken fouten. Uiteindelijk lijkt vooral D66 te moeten inleveren (lijkt, want op het moment van schrijven beginnen de onderhandelingen pas). In ieder geval is de blokkade van Kaag tegen de ChristenUnie van de baan, terwijl Rutte en Hoekstra erin zijn geslaagd de grootste wens van D66 – deelname van PvdA en GroenLinks – te torpederen. De twee partijen waren zelfs bereid tot een soort gedeeltelijk samengaan om maar door het hoepeltje van regeringsdeelname te kunnen springen. Het is na zo’n 7 maanden business as usual. De radicale ideeën van Rutte en de nieuwe bestuurscultuur – wat die ook moge zijn – waar de Kamer zo naar verlangt zijn fata morgana’s gebleken. Dat het maandenlange gemier de onderlinge verstandhoudingen niet heeft verbeterd is onvermijdelijk. Dat er in de politiek geen vrienden zijn is een bekend gegeven, maar nodeloos vijanden maken is het andere uiterste.

Kabinetsformatie (2)

Een staaltje ragfijn spel, als onderdeel van het nieuwe leiderschap? Of een politieke faux pas waarbij te hard op de man is gespeeld? Het zijn verschillende interpretaties van de HJ Schoo-lezing waarin D66-aanvoerder Kaag begin september de kachel aanmaakte met de Haagse bestuurscultuur en nauwelijks impliciet met onvermijde­lijke coalitiegenoot Rutte, al noemde ze geen namen. Jammer genoeg voor Kaag overheerst de tweede interpretatie van haar woorden, met de bijbehorende zure gezichten. Ferme taal - campagnetaal bijna, en nog scherper dan haar eerdere “hier scheiden onze wegen” in het Kamerdebat over de “Omtzigt functie elders” – is dan wel eerlijk, maar niet het toppunt van handigheid op het moment waarop je tot samenwerking met elkaar moet zien te komen. Kaag voelt zich ongetwijfeld gesterkt door de 24 zetels waarmee D66 een onaantastbare spilpositie in de formatie denkt te hebben. Net zo onaantastbaar als de PvdA in 1977, toen het voor premier Den Uyl na de verkiezingswinst van zijn partij volstrekt vanzelfsprekend was dat zijn tweede kabinet er zou komen. Rutte grapte kort na de val van zijn derde kabinet dat het met een demissionair kabinet zo prettig regeren is omdat het niet kan worden weggestuurd. Zo langzamerhand is het nauwelijks nog een grap; het maakt in ieder geval duidelijk dat hij geen haast heeft met de formatie. Zijn hoge populariteit in de peilingen lijkt hem gelijk te geven.

Nieuwe bewindslieden

Het is handig om een lijstje op zak te hebben om bij te kunnen houden wie er deze week minister van X of staatssecretaris van Y is. Steeds meer medewerkers van uitzendbureau Rutte nemen de benen en moeten worden vervangen door collega-bewindslieden of nieuwkomers. De stand van eind september: gedurende de zittingsperiode van het kabinet zijn elf man/vrouw vertrokken (om uiteenlopende redenen, zowel politiek als persoonlijk). Gevolg daarvan was dat onlangs eventjes niet minder dan twaalf bewindslieden ook Kamerlid waren, een onvoorziene vorm van monisme. Staatsrechtelijk was daar wel wat op aan te merken, in ieder geval bij de drie nieuw aangetreden staatssecretarissen uit de Kamer. Pas na in fluwelen woorden verpakte kritiek van ’s lands hoogste adviescollege (hun dubbelfunctie was niet ongrondwettelijk, maar wel ongelukkig) legden ze hun Kamerlidmaatschap neer. Beetje jammer natuurlijk dat ze niet zelf op dat idee waren gekomen, maar een helpende hand van de Raad van State nodig hadden. Rutte vond het achteraf ook niet zo’n gelukkige situatie, erkende hij in de Kamer. Dat had iemand met inmiddels zo’n 20 jaar politieke ervaring ook wel eerder kunnen bedenken.

Afghanistan

In tegenstelling tot premier Rutte eerder dit jaar trok Sigrid wel consequenties uit de motie van afkeuring van de Tweede Kamer. Beeld Shutterstock

Er is in voorkomende gevallen vrees in de Kamer dat we een oorlog worden “ingerommeld”, maar het “uitrommelen” is vaak nog veel problematischer. Zie de rampzalige gang van zaken na de val van Kabul. Dat had anders gekund, want veteranen, militaire vakbonden en de Nederlandse ambassade ter plekke waarschuwden al maanden voor wat er dreigde te gebeuren. Kennelijk vonden deskundigen wel gehoor in Frankrijk en Groot-Brittannië, want die waren al veel eerder begonnen met evacuatie van hun plaatselijke medewerkers. Op 11 juli meldde de Nederlandse ambassadeur in Kabul zelfs dat er Nederlanders mee zouden mogen, maar op dat aanbod ging minister Kaag niet in. Desondanks was dezelfde minister een maand later na de val van Kabul publiekelijk verrast over de Franse evacuaties. De Kamer was boos. Niet ten onrechte, want al begin juni – ook op tijd – was het kabinet in een breed gesteunde motie opgeroepen ervoor te zorgen dat alle tolken en hun gezinnen voor de terugtrekking van de westerse troepen in Nederland zouden zijn. Het kabinet nam de motie over, maar het is desondanks niet gelukt, kunnen we inmiddels constateren. Oorzaak daarvan was tegenstand van de Afghaanse regering, aldus het kabinet. Niet iedereen hecht daar geloof aan. En zo moeten we nu op gezag van het kabinet maar aannemen dat Nederland er alsnog alles aan doet om de mensen die daar nog zitten weg te krijgen. Alleen zijn de berichten en verhalen over onbeantwoorde mails, telefoonnummers die geen gehoor geven en weggestuurde gezinnen zo talrijk dat ze voeding geven aan twijfel over die belofte. In ieder geval heeft het aan gevoel van urgentie bij alle bewindspersonen ontbroken. De onsterfelijke opmerking van minister Bijleveld van Defensie in juli dat in Afghanistan ‘de soep niet zo heet zal worden gegeten’ onderstreept dat beeld. Het leidde - na een door de Kamer aangenomen motie van afkeuring half september – tot het aftreden van minister Kaag. Ze kon ook niet anders, nadat ze premier Rutte – die eerder in dezelfde situatie had gezeten – had ingewreven: ‘Ik zou zelf mijn conclusies eraan verbinden.’ Minister van Defensie Ank Bijleveld bleef in eerste instantie aan, maar de Afghaanse soep bleek toch heter dan ze had gedacht. Een dag later kon ook zij niet anders dan aftreden.

Lekker lobbyen

Cora van Nieuwenhuizen is met gezwinde spoed uit Den Haag vertrokken. Beeld Shutterstock

Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat zocht op een andere manier de randen van het geoorloofde op door van de ene op de andere dag lobbyist voor de energiesector te worden. Volgens het zogenoemde Handboek voor bewindspersonen alias het Blauwe Boek mag dat niet, omdat dat onderwerp raakt aan haar ministersportefeuille. Zie artikel 6.2.2: ‘Gewezen bewindspersonen zijn gedurende een periode van twee jaar na hun aftreden voor de medewerkers van hun voormalige ministerie niet aanvaardbaar als lobbyist namens een bedrijf, een semipublieke organisatie of een lobbyorganisatie die belangen behartigt op het beleidsterrein van de gewezen bewindspersoon.’ Maar ze had zich afzijdig gehouden als het in het kabinet over energiezaken ging, bezwoer Van Nieuwenhuizen, en heeft er dus geen inside information over. Knap hoor, om dat op voorhand al te doen. Logische vragen die in het Kamerdebat hierover aan de orde kwamen, waren hoelang ze dat dan al had gedaan, en hoe: neus poederen als er in de ministerraad over energiezaken werd gesproken? En wanneer wist de premier ervan? Vroeger hoorde je nog weleens dat er naast de letter ook nog zoiets als de geest van de wet of van de regel was, maar daar doen we tegenwoordig niet meer aan. In plaats daarvan gaan we – vriendelijk gezegd – tot of zelfs over het randje. Hoogleraar Staatsrecht Wim Voermans was kort in zijn oordeel: ‘Het morele democratische kompas is zoek,’ merkte hij op in NRC Handelsblad. Van Nieuwenhuizen heeft met haar keuze in ieder geval wel bereikt dat er ineens wordt geroepen dat duidelijker regels nodig zijn voor wat ex-politici op dit gebied wel en niet mogen, iets waar vanuit de Raad van Europa en door een organisatie als Transparency International al veel langer op wordt aangedrongen. En zo werd een – ook vriendelijk gezegd – weinig opvallend ministerschap op de valreep toch nog spraakmakend. Jammer voor de ex-minister en haar nieuwe werkgever dat de commotie ertoe heeft geleid dat ze alsnog een lobbyverbod krijgt opgelegd.

Deel dit artikel