Kies de stijl die bij je past

Communicatie met inwoners

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Aad Goudappel

Door zes basistypen van politieke stijlen te identificeren, kunnen we politieke communicatie beter duiden. Betere communicatie tussen bestuurder en inwoner versterkt de democratie, aldus Carola Schoor. ‘Ken je je stijl, dan communiceer je beter wie jij bent en wat je vindt. Daardoor kunnen mensen de stemkeuze maken die werkelijk bij hen past.’

Carola Schoor
‘De meeste bestuurders combineren verschillende stijlen’

Na het Catshuisoverleg lekker op de fiets naar huis, of de pers te woord staan met een glimmend rood appeltje in de hand: demissionair premier Mark Rutte presenteert zich maar al te graag als een gewoon, eenvoudig man. En niet alleen wat een politicus zegt, ook zijn of haar gedrag en het beeld dat daaruit ontstaat, is van groot belang voor de boodschap die diegene over wil brengen, zegt Carola Schoor, politiek filosoof, neerlandicus en trainer in politieke communicatie. ‘Door zich consequent als “gewoon mens” te presenteren, benadrukt Rutte dat hij voor het volk opkomt. Door dat geloofwaardig te doen, spreekt hij een breed publiek aan.’

Politieke basisstijlen Schoor promoveerde aan Maastricht University op het proefschrift The Politics of Style. Political Performance Caught Between Populism, Elitism and Pluralism. Daarop baseert ze zes politieke basisstijlen: de (klassieke) bestuurder, de samenwerker, de probleemoplosser, de activist, de burger en de redder. Een politicus of bestuurder valt in een bepaalde categorie door drie vragen over diegene te beantwoorden: bij welke groep hoor je (elite of volk), hoe zie je de waarheid (relatief of absoluut) en welke rol kies je (kiezer of politicus)? De drijfveer achter het onderzoek is het beter laten functioneren van de democratie, legt Schoor uit. ‘En dat is dus deels een kwestie van eenduidige communicatie. Als je als politicus of bestuurder snapt welke gevolgen woorden hebben, kun je kiezen welk woordgebruik past bij jouw stijl. Daarmee hoeft diegene niet populairder te worden, maar communiceer je simpelweg beter wie jij bent en wat jij vindt. Daardoor kunnen mensen een stemkeuze maken die het beste past bij henzelf.’

Jezelf zijn Neem bijvoorbeeld Ferdinand Grapperhaus (CDA), demissionair minister van Justitie en Veiligheid. Opgeleid als jurist, een wat elitaire man of strenge schoolmeester die woorden gebruikt als ‘juno’ en ‘julij’ (waar anderen juni en juli zeggen), ziet Schoor. Toen in maart 2020 het coronavirus door Nederland raasde, noemde Grapperhaus jongeren die huisfeestjes organiseerden op verhitte toon 'een stelletje aso’s'. Daarmee brak hij met zijn gebruikelijke stijl van klassieke bestuurder, zegt Schoor. ‘Dat deed hij om op te vallen, maar verzwakte zijn positie op langere termijn, omdat de boodschap niet paste bij zijn persoon.’ Je kunt best wisselen van stijlen – de meeste bestuurders combineren verschillende stijlen, afhankelijk van de context – maar je kunt geen stijl uitdragen die niet bij je past, aldus Schoor. ‘Als een bestuurder besluit zich op een bepaalde manier neer te zetten, maar daar niet consequent in is omdat het niet bij hem of haar past, voelen we dat aan. En je bent altijd wie je bent in samenspraak met je publiek. Bij ieder publiek ben je anders, maar spreek je als type elitair bestuurder tot een boze burger, dan vindt je boodschap weinig weerklank.’ D66-leider Sigrid Kaag is een voorbeeld van een bestuurder die langzaamaan haar eigen stijl vond, vervolgt Schoor. ‘Zij werd in eerste instantie neergezet als iemand die op gympen liep, om haar uit de elitaire hoek te trekken. Volkomen ongeloofwaardig, want zo is zij gewoonweg niet. Probeer je dat dan alsnog, dan maak je haar alleen maar onzeker. Spindoctors kunnen beter een analyse maken van wat voor type jouw politicus is en dan de sterke kanten van dat type benadrukken.’

‘In een optimaal functionerende democratie zijn alle politieke stijlen aanwezig’

Gebalanceerde democratie Naast landelijke politici kunnen ook lokale bestuurders baat hebben bij het model met politieke stijlen, denkt Schoor. ‘Een burgemeester wordt bijvoorbeeld – deels terecht – gezien als een typische klassieke bestuurder, een deskundige, betrouwbare helper van het volk. Wordt een SP’er burgemeester, die zich bedient van de activistische stijl, dan kan dat gaan botsen. Je kunt de activistische stijl moeilijk handhaven als je burgemeester wordt. Je moet je altijd verhouden tot het beeld dat er heerst van jouw rol of ambt.’ In een optimaal functionerende democratie zijn alle politieke stijlen aanwezig, zij het in beperkte mate. ‘De ideale democratie is pluralistisch,’ zegt Schoor. ‘Daarin is ruimte voor de (klassieke) bestuurder, de samenwerker, de probleemoplosser, de activist, de burger en de redder. Maar wanneer een bepaalde stijl de overhand krijgt, kunnen problemen ontstaan. Te veel van de probleemoplosser leidt tot een bureaucratie zonder idealen, waarin alles tegen elkaar wordt weggestreept. Zie daarvoor de toeslagenaffaire, waarin het systeem te ingewikkeld werd en regels heilig waren, waardoor mensen in diepe problemen kwamen. Als we de politieke stijlen herkennen, krijgen we een democratie die beter in balans is.’ ◼

Authentiek met verschillende stijlen

Liesbeth Spies, burgemeester van Alphen aan den Rijn en voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, herkent zich in het verhaal van Carola Schoor. ‘De authenticiteit van de ambtsdrager, de bestuurder en dus ook de burgemeester staat voor mij voorop. In welk ambt dan ook, je brengt je eigen persoon mee en die mag herkenbaar zijn in je bestuursstijl. Iedere ochtend figuurlijk een “pak” aantrekken waarin je je niet thuis voelt, werkt niet. Niet voor jezelf en uiteindelijk ook niet voor de effectiviteit van je handelen. Vanaf mijn start als burgemeester heb ik me zeer thuis gevoeld in mijn ambt en de bestuursstijlen die daarbij nodig kunnen zijn.’ Dat neemt niet weg dat je ook als burgemeester over verschillende bestuursstijlen moet beschikken, aldus Spies. ‘Als burgermoeder mag je in tijden van crisis, groot verdriet of grote vreugde dicht bij mensen staan. Dan is de arm om de schouder heel belangrijk. Als het gaat om de handhaving van openbare orde en veiligheid moet je streng, duidelijk en rechtvaardig zijn. Ook kan het nodig zijn om bruggen te bouwen tussen verschillende mensen of groepen mensen in je gemeente. Soms kan het noodzakelijk zijn om meer activistisch de belangen van je gemeente te behartigen, bijvoorbeeld bij andere overheden om zo zaken voor elkaar te krijgen.’ ‘Kortom: een goede burgemeester is als persoon authentiek maar bedient zich van verschillende stijlen om zijn of haar werk zo goed mogelijk te doen.’

Deel dit artikel