Burgemeesters luiden noodklok over kwetsbare wijken

Blinde vlek van de politiek

Tekst Jelle van der Meulen Beeld ANP

Burgemeesters van vijftien gemeenten vrezen dat de corona­crisis de tweedeling tussen welvarende en kwetsbare mensen in de maatschappij verdiept. Zij pleiten daarom voor een deltaplan voor kwetsbare wijken. ‘In één van de rijkste landen ter wereld ervaart een miljoen mensen het leven als een last. Dat is onacceptabel’.

‘De meest kwets­baren in de samenleving krijgen de hardste klappen’

Iedere crisis is anders, maar één ding blijkt steevast hetzelfde: de meest kwetsbaren in de samenleving krijgen de hardste klappen te verduren. Dat was zo ten tijde van de oliecrisis in de jaren tachtig, het gold voor de bankencrisis in 2008 en het is opnieuw het geval tijdens de coronacrisis. ‘Corona verergert de al langer bestaande fundamentele problemen, gebreken en achterstanden,’ zegt Ahmed Marcouch (PvdA), burgemeester van Arnhem. ‘Mensen raken hun baan kwijt, kinderen lopen onderwijsachterstanden op, er is verloedering van de leefbaarheid en de criminaliteit neemt toe. Het is een opeenstapeling van crises, die vooral mensen in kwetsbare wijken hard raakt.’ In het manifest Kom op voor de meest kwetsbare gebieden hebben vijftien burgemeesters, onder wie Marcouch, het kabinet vorig jaar opgeroepen iets te doen aan de verergerende situatie in de meest kwetsbare wijken van het land. In maart van dit jaar hebben ze deze oproep nog eens herhaald. De burgemeesters identificeren vijf opgaven voor het kabinet: het voorkomen van onderwijsachterstanden, het snel begeleiden van mensen naar werk, extra inzetten op schuldhulpverlening, aandacht voor jongeren en behouden en bevorderen van de leefbaarheid in wijken.

Presikhaaf University Burgemeester van Groningen Koen Schuiling, die het manifest ook heeft ondertekend, ziet in zijn gemeente dezelfde problemen die zijn collega Marcouch beschrijft. ‘Maar dan hebben we het alleen nog maar over fysieke gevolgen,’ zegt hij. ‘Vanwege de aardbevingsproblematiek weten we in Groningen als geen ander dat dit soort grote maatschappelijke crises ook grote sociale gevolgen hebben in gezinnen en huishoudens.’ De gemeente Groningen probeerde daarom direct vanaf het moment dat de crisis uitbrak zicht te houden op kwetsbare gezinnen, door al bestaande netwerken in de wijken te onderhouden en te intensiveren. ‘Onze welzijnsinstellingen houden goed voeling met kwetsbare mensen,’ legt Schuiling uit. ‘We hebben veel geïnvesteerd in onze informatiepositie. Dat is essentieel om te weten wat er speelt en mogelijk broeit in de wijken.’ Verbinding met de kwetsbare wijken is moeilijk in een tijd van besmettingsgevaar en restricties, maar des te belangrijker, vult Marcouch aan. ‘De problemen zijn vaak met elkaar verknoopt. Voor de coronacrisis hadden veel jongeren bijvoorbeeld een tijdelijke bijbaan. Dat zorgde voor hen niet zozeer voor een extra zakcentje, maar vormde een substantiële bijdrage aan het budget van het gezin. Veel van hen zijn hun bijbaan kwijtgeraakt en verliezen daarmee zowel een essentiële aanvulling op het inkomen van het gezin als een dagbesteding.’ In Arnhem is jongerenwerk actiever en toegankelijker aanwezig dan voor de crisis. Zo is er Presikhaaf University, een zogenoemde straatuniversiteit die jongeren in de kwetsbare wijk Presikhaaf intensief begeleidt. De begeleiders zijn rolmodellen uit de eigen wijk die de jongeren stimuleren om op een serieuze manier met hun leven bezig te zijn en hun talenten maximaal te benutten. ‘Die jongerenwerkers vervullen een cruciale functie,’ zegt Marcouch. ‘Kinderen kijken naar hen op. Ze zijn goed opgeleid en weten hoe het is om op te groeien in Presikhaaf. Tegelijkertijd kennen ze uit eigen beleving de wereld van het perspectief. Deze streetwise jongerenwerkers zijn cruciaal in de gouden driehoek rond een kind: ouders, onderwijs en omgeving.’

Meerjarig offensief Want hoewel Marcouch en Schuiling proberen mensen in kwetsbare wijken zo veel mogelijk te ondersteunen, mag het duidelijk zijn dat de steun simpelweg niet toereikend is. ‘Welzijnswerk is altijd een noodverband,’ zegt Marcouch. ‘Om echte stappen te zetten hebben we een meerjarig offensief met structurele steun nodig van de rijksoverheid, corporaties en provincies om deze wijken op te tillen naar het niveau van een normale Nederlandse wijk, waar mensen veilig wonen en de jeugd goed onderwijs krijgt. Kwetsbare wijken zijn een beetje een blinde vlek geworden van de politiek. Investeren in deze gebieden moet echt worden opgenomen in het regeerakkoord.’ Schuiling meent dat een toekomstige aanpak van het kabinet via verschillende sporen zou moeten verlopen. Kwetsbare wijken moeten worden opgeknapt en er moet meer groen worden geplant. Daarnaast dient zowel de sociale structuur versterkt te worden, alsook de scholen. ‘Denk aan langere schooldagen, met meer ruimte ook voor sociale en creatieve activiteiten,’ zegt Schuiling. Marcouch vult aan: ‘Organiseer kleinere klassen, en maak van school weer een plek voor vorming. Denk niet dat wat een school niet doet, ze thuis wel doen.’ Schuiling bepleit om vooral ideeën op te halen in de wijken zelf. ‘Inwoners hebben geen baat bij ellenlange rapporten, maar bij actie. Probeer gewoon eens dingen! Denk bijvoorbeeld aan een leer-werkbedrijf in een kwetsbare wijk, georganiseerd voor en door de mensen zelf. Zo’n bedrijf kun je bijvoorbeeld koppelen aan een groen-, zorg- of restaurantfunctie. Dat soort zaken is goed voor de wijk en voor de samenleving als geheel.’

‘Inwoners hebben geen baat bij ellenlange rapporten, maar bij actie’
‘Er is structureel commitment nodig van alle betrokken partijen’

Intensieve wijkaanpak Lange tijd kende Nederland een landelijke wijkaanpak, om kwetsbare wijken zo veel mogelijk te beschermen en vooruit te helpen. Maar in 2010 werd het ministerie van VROM opgeheven, in 2012 werd de stekker getrokken uit de vogelaarwijken (naar toenmalig minister Ella Vogelaar) en de afgelopen jaren werd verder gesneden in budgetten van gemeenten en sociale (welzijns)organisaties. ‘We weten in Nederland heel goed hoe het moet, maar we zijn er gewoon mee gestopt,’ zegt Marcouch. ‘Ik ben zelf een product van de intensieve wijkaanpak van vroeger. Ik kwam als tienjarig jongetje als ongeletterde in de klas, maar kreeg de juiste aandacht en wist me te ontwikkelen. Dat is de kracht van onderwijs.’ ‘Daarnaast heb ik zelf meegemaakt hoe belangrijk de kwaliteit van wonen en leefomgeving is. Wij woonden aanvankelijk met z’n achten op 45 vierkante meter, het huis piepte en kraakte. Na een aantal jaar mochten we verhuizen naar een woning met een betonnen vloer, dubbelglas, een goede ketel. Dan krijg je het gevoel dat je erbij hoort in de samenleving, dat je gezien wordt. Het is moreel onacceptabel dat in een beschaafd land als Nederland, één van de rijkste landen van de wereld, een miljoen mensen in wijken wonen waar armoede overheerst. Zij ervaren het leven als een last, kennen de vreugde ervan niet. We hebben de plicht deze mensen vooruit te helpen!’ Schuiling pleit namens de betrokken burgemeesters voor een langdurige toewijding van de overheid, die de opeenvolgende kabinetten overstijgt. ‘Er is structureel commitment nodig van alle betrokken partijen, waarbij zij inzetten op verbetering van de kwetsbare wijken. Je kunt niet “even” een leuke school neerzetten, met een schoolplein ervoor, en denken dat het wel goed komt. Je moet jarenlang ermee aan de slag. Wij zijn als gemeenten heel goed in staat te zorgen voor onze inwoners en ik houd er niet van om te vragen om meer geld, maar we hebben nu echt een probleem. Op deze manier zijn we niet in staat om de neerwaartse spiraal te doorbreken.’ ◼

Met name jongeren hebben extra aandacht nodig

Deel dit artikel