Participatie vraagt nieuwe vaardigheden van ambtenaar

De kunst van een goed gesprek

Tekst Ellen Röling

Beeld Hollandse Hoogte

Participatie is het toverwoord in het Klimaatakkoord. Maar in de praktijk blijkt het lastig om samen met bewoners energieambities waar te maken. Voor succesvolle participatie moet je echt verbinding maken met de ander en dat vraagt nieuwe vaardigheden. Tijdens de leerdag Samenwerken in participatieprocessen in de lokale energietransitie van DuurzaamDoor kregen ambtenaren tips en tools. Hoe voer je bijvoorbeeld een goed gesprek?

Voor een goed gesprek is het belangrijk dat alle meningen gehoord worden

‘Samenwerking in een divers netwerk vraagt steeds een eigen aanpak’

Christine Bleijenberg is onderzoeker Lectoraat Crossmediale communicatie in het Publieke Domein aan de Hogeschool Utrecht. Ze is gespecialiseerd in burgerparticipatie en onderzoekt in de praktijk hoe overheid en bewoners met elkaar in gesprek gaan. ‘Participatie is eigenlijk niet meer en niet minder dan een goed gesprek voeren met alle betrokkenen, waarbij iedereen zich gezien en gehoord voelt. Valkuil van veel ambtenaren is dat ze tijdens bijeenkomsten te veel op inhoud sturen: wat wil de gemeente en wat zijn mogelijke oplossingen? Ze denken ten onrechte dat het verloop van het proces minder van belang is. Of dat bewoners alleen tevreden zijn als ze hun zin krijgen. Maar uit mijn onderzoek komt iets anders naar voren. Mensen kunnen goed met een andere uitkomst leven, zolang ze zich respectvol behandeld voelen en er zorgvuldig met hun inbreng wordt omgegaan.’

En dat is goed nieuws, stelt Bleijenberg. ‘Dat betekent dat – ook als de opvattingen van bewoners uiteenlopen – het mogelijk is om een participatieproces in te richten waarover bewoners tevreden zijn, zelfs als de uitkomst anders is dan ze hadden gewild of gehoopt. Begin niet met jouw verhaal of zet niet jouw agenda centraal. Maar informeer met welke wensen en verwachtingen bewoners zijn gekomen en of ze vragen hebben. Voor een goed gesprek is het belangrijk dat alle meningen gehoord worden.’


Diversiteit

Omgaan met verschillen is nog zo’n vaardigheid die ambtenaren goed kunnen gebruiken. Bleijenberg: ‘Bij participatieve processen zit je veelal met mensen aan tafel die een fundamenteel andere kijk op de zaak hebben dan jezelf. Een bewoner kijkt anders naar een windmolen, dan een netwerkbedrijf, een provincie of een expert. Als je in een gesprek niet op een lijn zit, voelt dat onaangenaam. Leer daarmee omgaan en laat de verschillen naast elkaar bestaan. Snel consensus zoeken is niet altijd nodig.’

Bleijenberg ontdekte dat veel ambtenaren denken dat een participatieproces niet volwaardig is, als de deelnemende partijen geen afspiegeling zijn van een wijk of stad. ‘Participatie is iets anders dan de representatieve democratie. Voor een goed gesprek is geen representativiteit nodig, maar diversiteit: alle meningen moeten voldoende vertegenwoordigd zijn. Mocht een partij ontbreken, doe dan moeite om die op een andere manier te betrekken.’


Vraaggericht werken

Dat communicatievaardigheden minstens zo belangrijk zijn als inhoudelijke expertise, ziet Uvo van Erp ook bij participatieprocessen op regionaal niveau. Hij is procesbegeleider voor het netwerk Regionale Energie Transitie (RES) Rivierenland, daarvoor uitgeleend door provincie Gelderland, en leerde afgelopen jaar al snel wat werkt en wat niet werkt. ‘Participatie is niet samen afspraken maken en dan weer in je eigen hok gaan en je eigen dingetje doen. Het gaat om echt verbinding maken met de ander: je samen verantwoordelijk voelen voor de gemeenschappelijke opgave en vervolgens kijken hoe je kunt bijdragen vanuit je publieke functie. En dat kan vanuit een andere rol zijn dan tot dan toe gebruikelijk was. Je moet ook vraaggericht kunnen werken in plaats van oplossingsgericht. Dat betekent samen experimenteren, denkrichtingen verkennen, dingen durven open laten. Het vermogen te vertrouwen dat je samen de goede stappen zet en uiteindelijk tot goede oplossingen komt, is daarin essentieel. Wat ik zie, is dat er nog steeds veel mensen aan participatietafels aanschuiven die met name inhoudelijk en persoonlijk heel betrokken zijn en hechten aan een specifieke oplossing. Dat kan jezelf en de samenwerking in de weg zitten.’


Oprechte interesse

Van Erp vertelt hoe hij ondanks zijn ervaring als procesbegeleider zelf met vallen en opstaan kon leren dat samenwerking in een divers netwerk een eigen aanpak vraagt. ‘Onbewust had ik oogkleppen op vanuit de provincie. Ik had ideeën over hoe we de RES zouden aanvliegen. En had onvoldoende oog voor gevoelens, historie, kenmerken van gebieden en belangen van organisaties, in de veronderstelling dat iedereen mijn aanpak volstrekt logisch zou vinden. Het is belangrijk dat je aan het begin de tijd neemt om de beelden en verwachtingen van alle deelnemers helder te krijgen. Wat is het belang van ieders organisatie en van ieder persoonlijk? Welke afspraken kan ik met jou maken en wat kun je van mij verwachten? Dat vraagt een oprechte interesse in de ander en het vermogen een balans te vinden tussen netwerkdeelnemer zijn en je eigen organisatie vertegenwoordigen. Bij samenwerking binnen de RES gaat het niet primair over de inhoud, maar over het proces.’ Een goed gesprek voeren is te leren.


Houvast

Bleijenberg: ‘Voor elk doel en elke situatie is er een passende communicatievorm. Kunst is om de juiste vorm op het juiste moment in te zetten. Een communicatievorm of tool kan de nodige houvast bieden in gesprekken met andere partijen. Maar een goed gesprek is het doel, voorkom dat het toepassen van een tool een maniertje wordt.’ ◼


DuurzaamDoor is het programma van RVO.nl dat de energietransitie ondersteunt, bijvoorbeeld door contact tussen overheid en bewoners te faciliteren. De communicatietips en tools die zijn aangereikt tijdens de leerdag vind je op:

https://www.duurzaamdoor.nl/thema/energie.

Deel dit artikel