VWS-programma stimuleert waardevolle AI in de zorg

Gezondheid wordt beter met kunstmatige intelligentie

Tekst Pieter Verbeek Beeld Shutterstock

Met het programma Waardevolle AI voor gezondheid wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de zorg helpen om de potentie van kunstmatige intelligentie om te zetten naar concreet ervaren waarde door patiënten, zorgverleners en burgers. Het gaat erom: wat kun je er in de praktijk mee doen om de zorg effciënter en beter te maken?

‘Wil je AI vertrouwen, dan moet er een kwaliteitsnorm komen’

Kunstmatige intelligentie of artificial intelligence (AI) is nu al niet meer weg te denken in de zorg. Bij pathologie identificeren machines verschillende soorten kanker via beeldherkenning. Als het gaat om ambulancetransport voorspellen modellen aan de hand van data uit het verleden waar de meeste drukte vandaan komt. Machines kunnen heel nauwkeurig data analyseren van röntgenfoto’s, zodat artsen betere beslissingen kunnen nemen, wat weer een positieve invloed heeft op de snelheid en kwaliteit van behandeltrajecten.

AI kan bovendien helpen om de omslag te maken naar meer preventie en een betere grip op gezondheid. Gezondheid begint immers veel eerder dan het moment waarop je met zorgprofessionals in aanraking komt. De juiste data, apps en programma’s helpen een handje om fit en gezond te blijven. En ze ondersteunen zorgprofessionals om betere beslissingen te nemen in zorgprocessen of in het voorkomen, verplaatsen of vervangen van zorg.

Waardevol Om het zorgveld in deze omslag te ondersteunen heeft VWS het programma Waardevolle AI voor gezondheid opgezet. Het programma helpt zorgpartijen om de potentie van de AI-technologie om te zetten in waarde voor patiënten en zorgverleners. ‘Waar in technologie als AI altijd de nadruk ligt op data, willen wij in ons programma echt de focus leggen op wat we ermee kunnen doen,’ legt programmamanager Annemieke Nennie uit. ‘Hoe kan het de taken van zorgverleners verlichten? Hoe stimuleert het burgers meer eigen regie te voeren over de eigen gezondheid? En hoe helpt het de patiënt aan meer gepersonaliseerde zorg? Hier ligt de kracht van de versnelling. Als de burger of patiënt het gevoel heeft er beter van te worden, zal er een snellere prikkel ontstaan om AI verder te ontwikkelen.’

Het programma is actielerend ingericht in cocreatie met het veld, waarbij het aanjagen van opschaalbare initiatieven een grote rol krijgt, legt Nennie uit. ‘Actieleren met het veld helpt om te weten waar men in de praktijk tegen aanloopt, helder te krijgen wat er wel of niet kan en welke rol de overheid hierin moet nemen. Hoe de toekomst eruitziet, weten we niet. Dat kunnen we niet voorspellen. Daar gaan de technologische ontwikkelingen te snel voor. Net als hoe snel mensen zich aanpassen aan die ontwikkelingen. Daarom is het nodig dat we de krachten bundelen in het veld, zodat we wendbaar kunnen reageren.’

Ecosysteem En dat is de eerste van de drie hoofdlijnen die het programma voor de komende tijd heeft opgesteld. Er moet een ecosysteem ontstaan rond AI op het gebied van techniek, financiering, implementatie en participatie. Zo ontstaat op nationaal niveau draagkracht om samen te werken en leren. Als tweede lijn wil het programma de bewustwording van AI in de gehele sector naar een volwassenheidsniveau brengen’. Nennie: ‘Dat doen we door te laten zien hoe het er in de praktijk uitziet. Doordat we best practices bundelen, samen verder ontwikkelen en breed verspreiden, hoeft niet iedereen apart het wiel uit te vinden. Zo voorkom je het probleem dat iedereen wil bepalen wiens wiel het beste is. We gebruiken een online wegwijzer om kennis en hulpmiddelen uit het veld en het programma te delen.’

Als derde hoofdlijn wil het programma de randvoorwaarden rond AI verder invullen. Nennie: ‘Hoe zorg je ervoor dat er genoeg data beschikbaar zijn om AI te ontwikkelen, te trainen, te valideren en toe te passen? En hoe weet je dat de voorspellingen en resultaten uit AI medisch gezien kloppen? Wil je AI kunnen vertrouwen, dan moet daar dus een kwaliteitsnorm voor komen.’

Door in het veld de krachten te bundelen, kunnen we wendbaar reageren’

Versnelling Een van de deelnemers aan het genoemde ecosysteem is de Nederlandse AI Coalitie (NL AIC), een samenwerkingsverband waarin overheid, bedrijfsleven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie. Gezondheid en zorg zijn daarbij een van de belangrijke sectoren, stelt Pieter Jeekel, kwartiermaker van de werkgroep Gezondheid en Zorg van de NL AIC. Deze coronatijd heeft laten zien hoe belangrijk het is om snel informatie te krijgen uit landelijke uniforme data, stelt hij. ‘Met de juiste data hadden we veel sneller inzicht gekregen in waar het virus het snelst toeslaat, bij welke groepen mensen, welke medicaties het meest effect hebben. We hadden sneller kunnen handelen bij de pandemie.’

Ook kan AI zorgen voor verlichting van de zorg-sector, aldus de kwartiermaker. ‘We kunnen mensen veel persoonlijker zorg aanbieden met de innovatieve mogelijkheden uit AI. Als patiënten zelf al veel kunnen doen aan preventie en diagnose, kunnen we zorgen voor minder druk op het zorgsysteem. Met vroegsignalering, voorkom je immers al een deel van de vraag.’

Dat dit soort innovatieve “thuisdoktersystemen” goed werken, laten voorbeelden uit andere landen zien, zoals Babylon Health in Engeland en Ping An Good Doctor in China. Bij die laatste zijn 300 miljoen mensen aangesloten.

Samenwerking Maar om een en ander goed van de grond te krijgen is samenwerking essentieel, stelt Jeekel. ‘Wij zoeken nu vanuit de werkgroep de juiste partijen bij elkaar om waardevolle AI op te schalen. Via de belangrijkste cases laten we zien wat werkt en wat de randvoorwaarden zijn. We zijn gestart op 14 april, maar we hebben nu al een goed ecosysteem opgebouwd. Door COVID-19 realiseren partijen zich nog meer hoe belangrijk samenwerken is. Van patiënten, zorginstellingen, universiteiten tot investeerders en overheid. De volgende stap is elkaar versterken en de randvoorwaarden afspreken.’

‘We moeten het vooral samen gaan doen in plaats van erover te praten,’ vult Nennie aan. ‘Dan pas kom je er met elkaar achter waar de belangrijke stappen te maken zijn.’ ◼

Deel dit artikel