Provincie als informatiemakelaar

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Dimitry de Bruin

Met de Interprovinciale Digitale Agenda (IDA) creëren provincies bewustzijn bij de eigen werknemers en kunnen zij groeien in hun rol als informatiemakelaar. ‘Alles wat wij produceren aan informatie, behoort de burger toe.’

‘Wanneer je je data op orde hebt, kun je problemen zien aankomen’

In Groningen weet men als geen ander dat data essentieel zijn om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. ‘Toen eind 2012 de aardbevingen begonnen, waren onmiddellijk allerlei gedetailleerde gegevens nodig om zo snel en zo goed mogelijk te reageren,’ zegt Mirjam Wulfse, gedeputeerde bij de provincie Groningen en lid van de IPO-kopgroep Digitalisering. ‘Welke grondsoorten zijn er, wat voor typen huizen zijn daarop gebouwd? Die data zijn keihard nodig voor de opgave van herstellen en versterken waarmee we geconfronteerd zijn.’

Integrale benadering In het geval van de aardbevingen, maar ook het stikstofvraagstuk, moeten bestuurders reageren op een crisis. Maar voorspellen is eveneens belangrijk. ‘Wanneer je je gegevens op orde hebt, kun je problemen zien aankomen,’ legt Wulfse uit. ‘De IDA helpt om het bewustzijn te creëren over de mogelijkheden die data ons bieden, met name wanneer we samenwerken als provincies.’

Dat bewustzijn was er namelijk nog niet voldoende, meent Wulfse. ‘De grootste uitdaging van IDA is dat je in de hoofden van de mensen een verandering teweegbrengt, door technische bedrijfsvoering en maatschappelijke vraagstukken meer aan elkaar te koppelen. Het is niet zo dat die twee sectoren voorheen langs elkaar heen werkten, maar werknemers spreken wel een andere taal. IDA maakt duidelijk dat het van belang is op een andere manier om te gaan met digitalisering en open data.’

Wulfse merkt dat een meer integrale benadering van data en digitalisering ook haar eigen portefeuille van ruimtelijke ordening ten goede komt. ‘We bevinden ons in een tijd van grote transities,’ legt ze uit. ‘Die transities hebben allemaal grote ruimtelijke gevolgen, ze landen allemaal in de beperkte ruimte die we beschikbaar hebben. Je kunt daarom de klimaatopgave of de woningopgave niet los van elkaar zien, je zult het samen moeten voegen. En heb je eenmaal je data op orde, dan kun je zien aankomen waar er ruimte voor is en waarvoor niet. Dat leidt tot een efficiënte en effectieve manier van samenwerken.’

Van de burger Wulfse merkt dat de positie van de overheid in het maatschappelijke veld is veranderd. ‘Inwoners verwachten meer van de overheid en zien haar tegelijkertijd terecht meer als een partner. Data kunnen de afstand tussen overheid en burger verkleinen. Alles wat wij produceren aan informatie, is betaald door de burgers en behoort hen dus toe. Met de IDA bewegen wij van intern naar extern en zoeken we verbinding met de maatschappij, burgers en externe partijen. Verbinden doen we onder meer door informatie te leveren. Ben je als provincie in deze tijd geen informatiemakelaar, dan faseer je langzaam uit.’ ◼

Deel dit artikel