Wigo4it

G4-portaal Edison

‘Overheid en burger kunnen direct samen aan de slag’

Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Merlin Daleman

De vier grote steden beschikken sinds een jaar over een digitaal portaal voor het domein Werk en Inkomen: Edison. Wigo4it, de coöperatie van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, blijft dat portaal verder ontwikkelen, maar kijkt ook verder en schetst een wenkend perspectief voor één groot digitaal ‘ontmoetingsplein’ voor burgers en gemeentelijke professionals.

‘Het trefpunt kan een opstap zijn naar een digitaal ontmoetingsplein’

Edison is ontstaan uit de samenwerking van de vier steden in Wigo4it, die twaalf jaar geleden is begonnen. ‘Toen werkten gemeenten nog vooral met papieren formulieren,’ vertelt John Dieleman, productrelatiemanager bij Wigo4it. ‘Die moesten mensen invullen als ze een uitkering aanvroegen, dan moesten ze ermee naar een kantoor gaan, met wat bewijsstukken, en dan keek de professional van de gemeente ernaar en vulde het eigen administratieve systeem in.’ Een langdurig papieren proces dus, dat beter kon. ‘Destijds hebben we eerst het backendsysteem aangepakt, waarmee de professionals in de gemeenten werken,’ vult algemeen directeur van Wigo4it Larissa Zegveld aan. ‘In dat systeem wordt berekend waar mensen recht op hebben, zodat elke maand de uitkeringen goed en betrouwbaar worden verstrekt. Er komt veel wet- en regelgeving bij kijken, mensen krijgen echt niet zomaar een bijstandsuitkering, zoals wel eens wordt beweerd.’


Dieleman: ‘De aanvraagformulieren hebben we vervolgens digitaal beschikbaar gemaakt. Maar had je die als aanvrager ingevuld, dan ging je toch weer een papieren proces in: je kreeg een brief met de mededeling dat je aanvraag was ontvangen en dat ernaar gekeken werd. En dan moest je maar afwachten.’ Dit was nog steeds niet optimaal, dus ontwikkelden de G4 en Wigo4it Edison, een portaal waarop de burger zelf zaken digitaal kan regelen, zijn gegevens kan bijhouden en ziet wat er met zijn aanvraag gebeurt: mist er bijvoorbeeld nog iets, dan kan dat snel worden aangevuld. Dieleman: ‘Zo kan er directe en veel snellere interactie ontstaan tussen burger en overheid en hoeven mensen niet meer weken extra te wachten op een besluit over hun uitkering.’


Edison fungeert als het ware als een ‘trefpunt’ waarop burger en overheid elkaar ontmoeten en direct samen aan de slag kunnen. ‘Als je een bijstandsuitkering aanvraagt, ga je een proces in dat niet alleen draait om geld,’ zegt Dieleman. ‘Je moet eerst 28 dagen van alles doen om aan werk te komen, om te voorkomen dat je een uitkering nodig hebt. Een curriculum vitae opstellen, je zwakke en sterke punten opzoeken, solliciteren, misschien een taaltraining volgen. Na die 28 dagen ging je dan vroeger met een stapel papier naar de gemeente en werd alles gecontroleerd. Nu kun je dit allemaal al digitaal doen via Edison en krijg je meteen een reactie. Na die periode van 28 dagen hebben aanvrager en gemeentelijke professional dus samen al een heel proces doorlopen en kunnen direct het goede gesprek voeren over de volgende stappen op weg naar werk of participatie.’ ‘Burgers kunnen nu zelf een afpelboom afwerken om te kijken of ze in aanmerking komen voor een uitkering,’ voegt Zegveld toe. ‘Ze kunnen zo zelf al zien of ze aan de criteria voldoen, of niet. Dat scheelt iedereen veel tijd en werk.’



‘De digitale wereld neemt steeds meer de rol over van de fysieke wereld’

‘De maat­schappelijke meerwaarde van de technologie staat voorop’

Larissa Zegveld en John Dieleman zien de maatschappelijke meerwaarde van Edison


Mens centraal

Bij het ontwikkelen van Edison stond user experience design (ux design) centraal, want gebruiksvriendelijkheid is voor de gemeenten essentieel. Edison is ook volledig aangepast aan de look and feel van de eigen websites van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Dieleman: ‘Als je een bijstandsuitkering wilt aanvragen, ga je gewoon naar de website van de gemeente waarin je woont. Via die site kom je dan op Edison terecht, zonder dat je dat merkt. Je blijft in een omgeving die je kent van je gemeente en daarin kun je aan de slag.’ Zegveld: ‘De maatschappelijke meerwaarde van de technologie staat voorop: hoe kunnen we mensen het best bedienen? Daarom staat de mens centraal en niet de overheidsorganisatie.’


Het portaal is nu een jaar in bedrijf, maar wordt de komende jaren nog flink doorontwikkeld. ‘We werken nu aan oplossingen die de vraag van werkgevers matchen met wat de werkzoekende kan en wil en welke instrumenten en trajecten nodig zijn om de afstand tussen werkzoekende en de arbeidsmarkt te overbruggen. Maar ook het verwijzen naar andere instanties kan bijvoorbeeld beter,’ zegt Zegveld. ‘Mensen die recht hebben op bijstand komen vaak ook in aanmerking voor nog ongeveer twintig andere regelingen, zoals een stadspas als hun gemeente die heeft, of een kwijtschelding van de Belastingdienst. Veel mensen weten dat niet. Maar voor mensen in een penibele financiële situatie is het heel belangrijk dat ze hierin goed de weg wordt gewezen. Dat voorkomt dat ze lang moeten wachten, of uiteindelijk geld moeten terugbetalen dat ze te veel hebben ontvangen, waardoor ze in schuldproblemen kunnen raken. We moeten ze dus beter verwijzen: als u recht hebt op dit, dan hebt u waarschijnlijk ook recht op dat. Dit betekent dat we breder moeten kijken dan alleen naar het domein Werk en Inkomen. Denk bijvoorbeeld ook aan regelingen op het gebied van scholing, wonen en zorg.’


Overkoepelend ontmoetingsplein

‘We zoeken daartoe samenwerking met instanties, die dicht tegen ons werkterrein aanliggen, zoals het UWV,’ aldus Dieleman. ‘Als je je baan kwijtraakt en je recht hebt op WW, kom je bij het UWV. Maar een WW-uitkering is tijdelijk. Na afloop komen mensen, als ze geen nieuw werk hebben, bij de gemeente. Nu is het nog zo dat het UWV zo’n dossier afsluit en dat de burger als het ware opnieuw moet beginnen als hij bij de gemeente aanklopt. Het zou veel beter zijn als we die stap konden faciliteren, doordat de burger de gegevens die het UWV al van hem heeft, naar de gemeente kan meenemen. Dan hoeven we niet opnieuw alles weer in te vullen en te controleren.’ Zegveld: ‘Eigenlijk bouw je als burger bij het UWV een profiel op dat uit allerlei gegevens bestaat. Dat zou je automatisch moeten kunnen meenemen als je bij de gemeente aanklopt. De burger heeft regie over zijn eigen profiel, zijn eigen data, en kan die gebruiken in elke situatie waarin hij ze nodig heeft, bijvoorbeeld bij life events zoals trouwen, verhuizen, een uitkering aanvragen enzovoort.’


Dat is nu nog niet gerealiseerd, maar de G4 en Wigo4it zien het wel als wenkend perspectief. Zegveld: ‘De overheid moet aanhaken bij de zich snel ontwikkelende technologie, waarbij mensen steeds meer tijd online besteden. Net zoals je ziet bij een razend populair spel als Fortnite, neemt de digitale wereld steeds meer de rol over van de fysieke wereld. Ontwikkelaars van dit soort spellen voorzien zelfs een soort metaversum, een compleet digitaal universum. De overheid kan aansluiten op zulke ontwikkelingen, bijvoorbeeld door in zo’n multiversum aanwezig te zijn met een digitaal ontmoetingsplein waar burgers en overheid elkaar kunnen treffen. Het zou een overkoepelend, sociaal plein moeten zijn, waar je ook onderlinge steun kunt vinden en bijvoorbeeld advies kunt vragen: hoe doe ik dit, hoe heb jij dat aangepakt? Aan dit ontmoetingsplein kun je allerlei andere portals koppelen: wil je bijvoorbeeld een bijstandsuitkering aanvragen, dan kom je op Edison terecht. Zo’n overkoepelende functie was oorspronkelijk de bedoeling van MijnOverheid, maar dat heeft die functie toch niet gekregen. Iedereen binnen de overheidswereld herkent deze wens, maar zodra je zoiets voorstelt, rijst de vraag: wie is van zo’n plein dan de baas? Dat zijn we samen, zeg ik dan. ‘Maar is het wel mijn contact met mijn burger,’ is vervolgens vaak de reactie. Ik begrijp dat wel, maar het helpt ons niet het doel te bereiken. Maar ik ben optimistisch, ik voel het momentum groeien, de tijd is hier rijper voor dan vroeger.’


Dieleman: ‘De kracht van Edison is dat burgers en professionals daarin samenwerken aan activiteiten die de burger helpen. Wie die kracht ervaart, denkt vanzelf na over hoe we zoiets breder kunnen opzetten. Dat hoeft niet per se door de vier grote steden alleen te worden gedaan, dat kan juist heel goed samen met andere partners of marktpartijen. De som van de maatschappelijke meerwaarde die het oplevert is simpel te maken!’ ◼

Deel dit artikel