Tekst Maurits van den Toorn

Stikstof (1)

De minimumeisen van Europa voor stikstofvermindering verdwijnen niet door de Nederlandse wet aan te passen. Beeld Shutterstock
In december vorig jaar bepaalde de Raad van State dat bedrijven vrijgekomen stikstofruimte niet zomaar mogen gebruiken, maar daarvoor een nieuwe vergunning moeten aanvragen. Vervolgens kreeg Greenpeace in januari van de rechter gelijk in haar opvatting dat het totale stikstofbeleid tekortschiet en dat het kabinet de gestelde doelen eind 2030 moet halen; beroep of cassatie heeft geen schorsende werking. Ga er maar aan staan, want vriend en vijand zijn het er al langer over eens dat dit met de plannen van het vorige kabinet al niet zou lukken, terwijl het nog onduidelijk is wat het huidige kabinet precies wil. Opschieten dus. Gelukkig heeft premier Schoof inmiddels een ministeriële commissie stikstof in het leven geroepen. Die moet ‘doorbraken forceren’ om te voorkomen dat ‘Nederland op slot gaat’. Gespierde retoriek die daadkracht pretendeert uit te stralen, maar het instellen van een commissie staat in de Nederlandse politiek bijna gelijk aan het verschijnen van de patholoog-anatoom, merkte journalist Henk Hofland al een halve eeuw geleden op. We zijn dus gewaarschuwd.
Stikstof (2)
De gangbare opmerking bij zo’n situatie is: het kabinet komt steeds verder in het nauw. Dat is natuurlijk onzin: het land komt steeds verder in het nauw doordat achtereenvolgende kabinetten jarenlang onvoldoende maatregelen hebben genomen. BBB-aanvoerder Van der Plas is van de methode “met grote stappen snel thuis” en kwam direct met een oplossing: de wet veranderen. Dat is nauwelijks intelligenter dan een klein kind dat z’n ogen dichtdoet en denkt dat niemand hem dan nog kan zien. Dergelijke fact free politics begint bijna een traditie te worden. Toen de Raad van State in 2019 het Programma Aanpak Stikstof (PAS) afkeurde wist toenmalig verkeersminister Van Nieuwenhuizen immers niets beters op te merken dan: ‘We moeten een list verzinnen.’ Lastig is alleen dat de stikstof niet verdwijnt en dat er ook nog internationale regels zijn waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd. Chris Backes, hoogleraar omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht, vatte dat keurig samen in NRC: ‘Je kunt de termijnen, percentages en waardes waarmee Nederland zichzelf nu heeft verplicht om stikstof te verminderen wel uit de wet halen, maar daarmee ontkom je niet aan de minimumeisen die Europa stelt.’
Toeslagen
En dan is er ook nog steeds de toeslagenaffaire waarbij de overheid keer op keer op haar kop krijgt van achtereenvolgende commissies die de gang van zaken weer een keer onder de loep nemen. De recentste is de commissie-Van Dam, eind vorig jaar ingesteld door (toen nog) staatssecretaris Achahbar om met voorstellen te komen om de hersteloperatie uiterlijk eind 2027 af te ronden. Dat zal niet meevallen, zo blijkt uit het rapport van de commissie, die letterlijk schrijft te zijn geschrokken van de manier waarop de hersteloperatie is georganiseerd en wat de getalsmatige voortgang is. Volledig herstel van alle ouders kan op deze manier vijftien tot twintig jaar duren. Het moet dan ook heel anders, met als basis een schikkingsvoorstel door een onafhankelijk persoon en niet door het ministerie van Financiën. Er moet ook aan het hoofd van de organisatie een bestuurlijk kopstuk komen, een onafhankelijk persoon die zorgt ‘voor overzicht en gezamenlijkheid’. Het klinkt bijna als een pleidooi om prinses Laurentien terug te halen, ook al omdat de aanbevolen methode lijkt op die van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel. Een probleem waar de commissie zich niet over heeft gebogen zijn de kosten, die bij de stichting uit de klauwen dreigden te lopen. Misschien iets om bij de Voorjaarsnota alvast rekening mee te houden?
Stikstof (3)

Minister Wiersma van LVVN kwam half februari met een contourenbrief bedrijfsspecifieke emissienormen stikstof en broeikasgassen. Beeld Martijn Beekman/rijksoverheid
Inmiddels is er, na ruim zeven maanden broeden, voor het eerst enig zicht op wat het kabinet wil met het stikstofbeleid om hopelijk aan die minimumeisen te voldoen. Minister Wiersma van LVVN kwam half februari met een ‘contourenbrief bedrijfsspecifieke emissienormen stikstof en broeikasgassen’. Een ambitieuze brief met daarin, kort samengevat, een heel nieuw stikstofbeleid. De minister kondigt een ‘fundamentele systeemwijziging’ aan, er komen ‘bedrijfsgerichte emissienormen’ die de agrariër ‘de duidelijkheid [bieden] om zelf keuzes te maken over de toekomst van zijn of haar bedrijf’. Ze belooft de ondernemers dat ‘de normen waar bedrijven aan moeten voldoen daadwerkelijk realiseerbaar zijn binnen een duurzaam verdienmodel’. Bij de BBB ging meteen de vlag uit. Maar: hoe dat moet gaan gebeuren en wanneer dat allemaal gaat lukken is nog niet duidelijk. Er is veel onderzoek voor nodig om uit te vinden hoe eenheden en doelen voor klimaat en stikstof uitwerken op bedrijfsniveau en hoe emissies daadwerkelijk kunnen worden vastgesteld, op basis van metingen of – toch maar weer – forfaitaire berekeningen. Als zo’n nieuw systeem werkt, wat op basis van pilots moet worden vastgesteld, zijn vervolgens aanpassingen aan wet- en regelgeving nodig. Dit jaar gaat dat in ieder geval nog niet lukken, geeft de minister in haar brief toe. De klok tikt ondertussen door, 2030 nadert snel.
Waterkwaliteit
Wiersma belooft in haar brief ook met een paar woorden dat er ‘doelsturing op waterkwaliteit’ komt, die moet worden opgenomen in het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn. Een tandje bijzetten in het waterbeleid – en liefst meer dan dat – is geen overbodige luxe, want uit een recent rapport van de Europese Commissie blijkt dat de kwaliteit van de Nederlandse oppervlaktewateren slecht is. De commissie verwacht dat in 2027 van de 745 getelde Nederlandse rivieren, kanalen, meren en plassen slechts iets meer dan vijf procent een ‘goede ecologische status’ met voldoende biodiversiteit zal hebben. Vooral op het punt van chemische verontreiniging gaat het niet goed. In 2009 had zeventig procent van de wateren op dit vlak een goede status, maar in 2022 was dat gedaald tot minder dan tien procent (met daarbij wel de kanttekening dat de regels tussentijds zijn aangescherpt). Ook overbemesting met nitraat en stikstof blijft een probleem. Wiersma kondigt nu een praktijkonderzoek aan met een groep agrariërs naar een ‘maatwerksystematiek’ voor de door haar gewenste doelsturing, uit te voeren in 2025 en 2026. Dat is kort dag, want de aangescherpte Kaderrichtlijn Water treedt al een jaar later in werking, met de mogelijkheid van sancties voor landen die dan niet aan de normen voldoen. De klok tikt ondertussen door, 2027 nadert snel.
Stoere taal

Minister Faber van Asiel en Migratie laat zich door ‘niemand van de weg afrijden'. Beeld Martijn Beekman/rijksoverheid
Minister Faber van Asiel en Migratie doet graag stevige uitspraken, maar dat is dan ook bijna het enige wat ze doet. Dat haar beoogde asielwetgeving volgens de Raad van State niet effectief en niet uitvoerbaar is, maakt geen indruk, net zomin als de kritiek vanuit de Kamer. ‘Ik laat me door niemand van de weg afrijden die ik ben ingeslagen,’ was haar reactie. Dat ze ondertussen keer op keer wel degelijk van de weg wordt afgereden is een detail (een zeer kritisch rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid over de situatie in Ter Apel, de rechter die bepaalt dat ze de subsidie aan Vluchtelingenwerk Nederland niet had mogen snoeien). En echt iets doen? Als de Kamer haar met klem vraagt om stevig op te treden tegen overlastgevende asielzoekers uit veilige landen, dan kan dat niet wegens ‘juridische bezwaren’. Het zal in haar optiek vast ook een detail zijn dat alom wordt voorspeld dat haar gekoesterde asielwetten het niet gaan redden in de Eerste Kamer. Het zo langzamerhand maandelijks terugkerende dreigement van ‘meneer Wilders’ dat hij het kabinet zal laten vallen verandert daar niets aan en verliest door de herhaling aan kracht. Nu vinyl bij muziekliefhebbers weer populair is, kunnen we de aloude beeldspraak ‘de naald blijft in de groef hangen’ daar weer voor gebruiken. Overigens mag Faber dan van zichzelf zeggen ‘ik ben beleid’, ze is duidelijk niet van de uitvoering. In de tweede helft van 2024 zijn bijna 20 procent minder vreemdelingen uitgezet naar hun land van herkomst. Het gaat sowieso om kleine aantallen: in het eerste halfjaar 440, in het tweede 360. Het aloude management by speech komt bij Faber vooral neer op alleen speech.
Deel dit artikel