Overheid en inwoners ontwikkelen samen Centrumvisie Heerenveen

Bouwen met een burgerbesluit

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Shutterstock

Aan de hand van een zogenoemd burgerbesluit heeft de gemeente Heerenveen samen met inwoners en ondernemers een Centrumvisie ontwikkeld voor herindeling van het centrum. Een goede methode waarbij partijen daadwerkelijk gehoord worden, zeggen betrokkenen. Nu nog de stap van papier naar praktijk.

‘De traditionele manier van inspraak verhoogt frustratie’

Ids Hemminga, inwoner van Heerenveen, is er stellig van overtuigd: in de polariserende maatschappij van vandaag is de noodzaak van echte burgerparticipatie alleen maar sterker geworden. ‘Ik houd me al langer bezig met hoe je als burger daadwerkelijk invloed kunt uitoefenen op je leefomgeving. Wat blijkt: de traditionele manier van inspraak verhoogt de frustratie. Met het G1000-proces krijgt werkelijke burgerparticipatie veel meer een kans.’

Vallen en opstaan De Stichting G1000 organiseert en faciliteert burgerberaden en andere vormen van dialoog tussen overheid en burger. In het geval van de Centrumvisie voor Heerenveen organiseerde de gemeente, ondersteund door de stichting, allereerst een openingsbijeenkomst, waar ruim 400 mensen op afkwamen. Na dat eerste gesprek formuleerde de gemeente 50 beslispunten, waarover werkgroepen van burgers zouden discussiëren en stemmen. Daaruit volgde weer een burgerbesluit, dat de gemeente verwerkte in de Centrumvisie. Het hele proces verliep gestructureerd en in grote harmonie, vertelt wethouder Jelle Zoetendal. ‘Het ging wel om een ingrijpende visie, waarbij miljoenen euro’s geïnvesteerd worden. Maar het is snel door de besluitvorming gegaan en nu gaan we aan de slag.’ Het brainstormen in groepjes ging met vallen en opstaan, zag Zoetendal, maar juist die discussie is waardevol, meent hij: ‘Met een burgerbesluit betrek je burgers er aan de voorkant bij. Niet iedereen wil natuurlijk hetzelfde, maar in zo’n breed overleg zien tegenstanders van bepaalde zaken hoe iets tot stand komt en welke argumenten daarvoor zijn, waardoor er meer begrip ontstaat.’ Hemminga onderschrijft de positieve kijk op het proces, maar plaatst wel een kanttekening: ‘Mensen waren verdeeld in werkgroepen die praatten over bepaalde thema’s. Iedereen mocht vervolgens stemmen, maar dan stem je ook op voorstellen van andere groepen waar je inhoudelijk niet zoveel zicht op hebt. Dan krijgen de enthousiaste groepen het voordeel van de twijfel, maar zijn niet alle besluiten kwalitatief per se even goed.’

Aan de slag Eduard Kuijt, eigenaar van boekhandel Binnert Overdiep, nam zitting in de G20, een parallelle groep ondernemers en vastgoedeigenaren. Ook hij is positief over het hele proces en de uitkomsten. ‘Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen stokpaardjes, maar alle partijen kunnen tevreden zijn. Er ligt een mooi en ambitieus plan.’ Daar is wel geld voor nodig, stelt de ondernemer: ‘Daar ligt nog wel een probleem. Het plan ligt er, maar het geld is nog niet in alle gevallen voorhanden. Daar ligt een grote taak voor de commissie die het geheel begeleidt.’ Hoewel in de planfase het realisme hoog was, is nu verwachtingsmanagement belangrijk, reageert wethouder Zoetendal. ‘Nu komt het proces in de ambtelijke cyclus, dan kunnen dingen langer duren dan mensen willen. Daarom blijven we goed uitleggen wat de voortgang is van het proces.’ Hemminga blijft actief in de monitorgroep, waarmee inwoners en ondernemers ook in deze fase betrokken blijven. ‘Daarmee praten we iedere maand over de ontwikkelingen. Onze inbreng wordt heel serieus genomen. Het is dan ook een goede zaak dat participatie via de monitorgroep levend wordt gehouden.’ ◼

Deel dit artikel