‘We willen mensen met elkaar matchen’

Van traditionele hulpverlener naar sociale makelaar

Tekst Bas Nieuwenhuijsen Beeld ANP

Harmoniseer wetgeving, kies een integrale aanpak en ontschot het beleid, geef professionals ruimte, bouw een meer volwassen relatie met de gemeenten op en maak de komende jaren miljarden euro’s extra vrij voor het sociaal domein. Voorzitter Erik Dannenberg van Divosa wil een steunend stelsel voor het sociaal domein, naar voorbeeld van het Vlaamse model.

Inwoners die thuis zitten... daarin moeten we investeren

Erik Dannenberg

‘Het rijk kijkt als overbezorgde ouder mee’

Problemen met de jeugdzorg, de Wmo, de Participatiewet en andere terreinen van het sociaal domein zijn er al jaren. Gemeenten komen geld tekort, burgers worden niet goed geholpen en wantrouwen de overheid, die op haar beurt de burgers niet vertrouwt. Het sociaal domein lijkt, kortom, sinds de decentralisatie in 2015 hard toe aan een nieuwe aanpak. Toch spreekt Dannen­berg, sinds 2017 voorzitter van Divosa (de vereniging van gemeentelijke ambtenaren met eindverantwoordelijk­heid in het sociaal domein), liever van een gemengd beeld. ‘Er gaan ook dingen goed. De gemeenten zijn onderweg, ze leren. Na de decentralisatie is een proces op gang gekomen, waardoor gemeenten meer vanuit het perspectief van de mensen zelf zijn gaan kijken. Maar het duurt jaren voordat zo’n proces in een nieuw patroon terechtkomt.’

Verschillende mensbeelden Ook al is Dannenberg niet negatief over de decentralisaties en de gevolgen daarvan, kritiek heeft hij wel, net als wensen en ideeën voor verbeteringen, waar het volgende kabinet mee aan de slag zou moeten gaan. ‘De wetgeving moet worden geharmoniseerd. De wetten waar we mee te maken hebben, zijn ontstaan uit verschillende mensbeelden. Als het gaat om hulp aan jongeren of ouderen, is het uitgangspunt dat je mensen in de knel moet helpen. Maar bij de Participatiewet bijvoorbeeld zie je dat er juist wordt uitgegaan van wantrouwen, wat zich uit in rigide regels en zeer gedetailleerde formulieren.’ Gemeenten zien dingen meer in samenhang en richten daar ook hun processen op in. Dannenberg: ‘Veel van hen maken nu één brede verordening voor het sociaal domein, om mensen met uiteenlopende problemen die in elkaar grijpen beter te kunnen helpen. Ik zeg weleens: soms is schuldhulp­verlening de beste vorm van jeugdzorg. Dan blijken er problemen te zijn, doordat er geldzorgen zijn, die leiden tot spanning thuis, stress, mensen die post van de overheid ervaren als een bom door de brievenbus, en dan kan er een onveilig pedagogisch klimaat ontstaan. Als je dat alleen vanuit jeugdzorg bekijkt, dan ga je de gevolgen proberen op te lossen in plaats van dat je de oorzaak aanpakt.’

Communities ‘We zoeken een steunend stelsel,’ vervolgt Dannenberg. ‘Misschien moet er zelfs maar één wet op het sociaal domein komen, naar het voorbeeld van de Omgevingswet, waardoor bijvoorbeeld een ondernemer maar een keer een vergunning hoeft aan te vragen in plaats van 25 verschillende.’ In algemene zin is hij voorstander van meer samenwerking tussen organisaties en professionals. ‘Het geld voor het sociaal domein is redelijk ontschot, maar het beleid nog niet. Het aantal ambtenaren dat bij zaken op het sociaal domein zijn betrokken bij het rijk is verdubbeld. Er wordt nog steeds gedacht in aparte groepen, maar er is niet een prototype mens, je hebt met alle soorten te maken. We zouden het geld moeten koppelen aan globale doelen, niet aan “stickers” die je op een groep plakt. Vraag liever: gaan mensen naar school, hebben ze werk, zijn ze financieel gezond, is de buurt veilig? We willen, in samenwerking met de burgers, communities steunen, zodat mensen elkaar kunnen versterken. Het rijk kijkt nog steeds vanuit een soort hulpverlener-patiëntrelatie. Wij willen sociale makelaars zijn, in plaats van traditionele hulpverlener, en mensen met elkaar matchen. Stel, er is in de buurt een man in een rolstoel, die goed is in administratie meer hulp in bijvoorbeeld zijn huis en tuin nodig heeft. En even verderop woont een jongen die zijn financiële zaken niet op orde heeft, maar prima kan klussen. Koppel ze!’ ‘We moeten meer optreden als één overheid,’ vindt Dannenberg. ‘Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is een goed voorbeeld. Kies voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij je een buurt indiceert en niet zozeer de individuele bewoners. Er zijn al veel data voorhanden om dat te kunnen doen. En vorm teams van professionals die zo’n wijk in balans houden. Geef die professionals de ruimte om hun werk te doen en zorg ervoor dat ze elkaar kennen. Gemeenten voegen nu jeugdhulp­verleners toe aan huisartsen­praktijken. Heeft een jongen van 16 gedrags­problemen? Dat kan een opvoedings­probleem zijn, maar er kan ook een medisch probleem zijn. Bekijk dat in samenhang. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Vlaanderen. Daar kom je als burger bij één loket voor je rijbewijs, uitkering, allerlei soorten hulp en zorg, enzovoort.’

Volwassen Dannenberg: ‘We zouden graag een meer volwassen relatie zien tussen het rijk en de gemeenten. Het rijk heeft taken gedecentraliseerd, maar kijkt als een soort overbezorgde ouder over de schouder van de gemeenten mee. Gemeenten hoeven geen volledige vrijheid te krijgen, ze moeten uiteraard verantwoording blijven afleggen. Maar het rijk kan veel meer op hoofdlijnen sturen, die de gemeenten invullen en waarover ze narratief verantwoording afleggen, dus door te vertellen wat ze hebben gedaan en bereikt. Cijfers alleen geven maar een beperkt beeld van de werkelijkheid.’ En er moet geld bij, constateert hij. ‘De rijksoverheid heeft de gemeenten in de steek gelaten. Door de decentralisaties moeten gemeenten meer doen, met minder geld. De Participatiewet is nu gericht op uitkeringen, omdat er maar een derde van het oorspronkelijke budget is. We moeten investeren in mensen die thuis zitten. Zij zijn onze arbeidsmarktreserve, maar die moet je wel bijscholen, helpen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Er is echt ook een soort basisbaan nodig, waarover nu wordt gesproken in Den Haag. Voor het hele sociaal domein zijn miljarden extra nodig, maar dat is wellicht tijdelijk, voor de komende 4 tot 8 jaar.’ ◼

‘Er moeten miljarden bij’

Deel dit artikel