Van hondenbeleid tot sportvoorzieningen en fietsroutes tot zwemwater

Prettig ontworpen is lang niet altijd prettig uitgevoerd

Tekst Jelle van der Meulen Beeld ANP

Het handboek Prettige Plekken schetst de voorwaarden voor goed ontwerp van de openbare ruimte en biedt concrete richtlijnen voor ontwerpers en vooral ook bestuurders. ‘Die laatste groep heeft vaak grote plannen voor de ruimtelijke inrichting, zegt auteur Kyra Kuitert. ‘Maar in de vertaalslag naar de praktijk gaan soms dingen verloren.’

Je wil comfortabel naast elkaar lopen, wat leuks zien en kunnen uitrusten

‘In de vertaalslag naar de praktijk gaan dingen mis’

Een pad dat plotseling ophoudt, een eng onderdoorgangetje of een weggetje in een park van slechts 80 centimeter breed waarop je als eendjes achter elkaar loopt. Al wandelend door Nederland kwam het meer dan eens voor dat Kyra Kuitert zich verbaasde over de inrichting van de openbare ruimte. ‘Ik zie bijvoorbeeld parken die er prachtig uitzien, maar waarin je niet lekker rond kunt lopen,’ zegt Kuitert, adviseur openbare ruimte bij Bureau KM. ‘Het park voldoet dan niet aan zijn primaire doel: in het groen een frisse neus kunnen halen. Hoe beweegt iemand zich door de ruimte en wat beleeft hij daar? Die vraag moeten ontwerpers zich altijd stellen, maar dat gebeurt vaak genoeg niet.’

Vier V’s Kuitert schreef Prettige Plekken, Handboek Mens & Openbare Ruimte. In dit werk bespreekt zij de fysieke leefomgeving aan de hand van zeven thema’s: aantrekkelijk, sociaal veilig, toegankelijk, beweegvriendelijk, sociaal, kindvriendelijk en groen. ‘Ontwerpen is per definitie een integraal vak,’ legt Kuitert uit. ‘Je moet aan alles denken en alles is maatwerk. Iets kan er vanaf de tekentafel leuk uitzien, maar is het behalve mooi ook functioneel en aangenaam? Prettige Plekken biedt richtlijnen voor de meest uiteenlopende dingen, van hondenbeleid tot sportvoorzieningen en van fietsroutes tot zwemwater.’ Een prettige plek voldoet aan de vier V’s, aldus Kuitert: veiligheid, verblijf, variatie en verplaatsing. ‘Natuurlijk maakt het uit of je met de ogen van een tienjarig meisje of die van een gebruiker van een rollator naar bijvoorbeeld een looproute kijkt, maar 90 procent van de richtlijnen sluit aan bij universele behoeften,’ zegt ze. ‘Je wilt comfortabel naast elkaar lopen, wat leuks zien, kunnen uitrusten. Het gaat eigenlijk om heel menselijke dingen.’

Andere taal Bestuurders en beleidsmakers hebben vaak grote plannen voor de ruimtelijke inrichting: plekken moeten gezond zijn, aangenaam, geschikt voor kinderen. ‘Ik vind het geweldig dat de ambities zo hoog zijn,’ zegt Kuitert. ‘Maar in de vertaalslag naar de praktijk gaan soms dingen verloren. Dat komt onder andere doordat verschillende sectoren een andere taal spreken. Een gemeente heeft bijvoorbeeld een afdeling veiligheid, een afdeling groen en weer een andere afdeling voor toegankelijkheid, terwijl de belangen elkaar overlappen. Wij proberen alle sectoren bij elkaar te brengen en integraal beleid aan te moedigen. Dat kan uitdagend zijn, maar het basisprincipe is altijd hetzelfde: stel het perspectief van de gebruiker centraal.’ ◼

Deel dit artikel