Tekst Gert Riphagen

Op het Haagse Malieveld vinden heel wat demonstraties plaats. Klimaatdemonstraten, viruswaarheidsvinders, stikstofboeren, en andere groepen bezorgde burgers: we zien ze met een zekere regelmaat in onze journaals en krantenkolommen voorbijkomen. Maar niet alle onrecht krijgt altijd de aandacht die het verdient. Heeft u weleens iemand zien demonstreren tegen het gebrekkige schrijfniveau van onze scholieren? Ik vermoed van niet. En toch is daar alle aanleiding voor.

‘Wie niet goed schrijft, komt niet meer mee in de samenleving’

De Inspectie van het Onderwijs luidde onlangs, op basis van nieuw onderzoek, maar niet voor het eerst, de noodklok over de gebrekkige schrijfkwaliteit bij veel basisschool­leerlingen. Het rapport Peil.Schrijfvaardigheid bevat niet alleen veel informatie over de leerlingprestaties ten aanzien van het schrijven van teksten, maar ook over het schrijfonderwijs op scholen voor (speciaal) basisonderwijs en de attitude van leerkrachten en leerlingen. Het rapport gaat niet alleen over hoe matig leerlingen technisch schrijven, maar ook over hoe leerlingen moeite hebben met begrijpelijk en samenhangend formuleren: het geordend op papier zetten van gedachten.

Belabberde prestaties Wat blijkt: het minimale niveau voor schrijven wordt door driekwart van scholieren in de bovenbouw van de basisschool gehaald, maar een kwart blijft daar al onder. Wordt de lat hoger gelegd en kijk je naar het streefniveau, waarbij de leerlingen teksten met enige samenhang en een heldere opbouw kunnen schrijven, dan haalt slechts 28 procent van de leerlingen van groep 7 en 8 die norm, terwijl 65 procent de doelstelling niet haalt. Deze (belabberde) prestaties zijn in 10 jaar tijd niet verbeterd. In een boeiend interview in het NRC van 5 maart laat inspecteur-generaal Alida Oppers van de Inspectie van het Onderwijs geen misverstand bestaan over de gevaren van deze situatie: ‘Basisvaardigheden zijn het fundament van je leven. Beheers je die niet goed, dan ondervind je daar veel nadeel van’. En: ‘Schrijven en lezen beïnvloeden elkaar. Als je goed kunt schrijven, kun je je gedachten ordenen, wat helpt bij kennisontwikkeling. Ook in de niet-taalvakken scoor je beter als je goed kunt lezen en schrijven. Bovendien is het leven heel talig: mails beantwoorden, afspraken maken, recepten lezen’.

Drijfzand Kortom: wie niet behoorlijk kan schrijven, kan in veel opzichten niet mee in de samenleving. En vergooit mogelijk zijn of haar kansen op een goede maatschappelijke carrière. En doet daarmee ook de samenleving als geheel tekort. Dan laten we de kosten nog buiten beschouwing die de samenleving moet maken om mensen in een later stadium alsnog te ondersteunen. Natuurlijk is niet iedereen een schrijfwonder. Mijn eigen schrijfsels in het voortgezet onderwijs waren een halve eeuw geleden ook niet altijd om over naar huis te schrijven. Maar toch: een huis staat nu eenmaal steviger op een goed fundament dan op drijfzand… Het is gemakkelijk, misschien te gemakkelijk, om voor de oorzaken (alleen) te wijzen naar de school of naar de leerkrachten in het onderwijs. Inspecteur-generaal Oppers zegt in datzelfde artikel in het NRC dat het schrijfonderwijs wellicht ook de dupe is van de veelheid aan prioriteiten voor scholen. ‘Het zijn speculaties, maar ik denk: het onderwijs krijgt veel prioriteiten opgelegd. Niet alleen vanuit Den Haag, maar ook van gemeenten en ouders. Als mijn organisatie tachtig prioriteiten kreeg, dan zou ik daar ook niet zo goed in slagen. Daarom is het belangrijk dat we de focus op basisvaardigheden leggen. En laten we dan even ophouden over verkeersveiligheid, zwemonderwijs, yoga en al die andere dingen.’ Ze voegt daaraan toe uit het veld weleens te horen dat de in het leerlingvolgsysteem getoetste vaardigheden meer aandacht krijgen dan de rest, waaronder het schrijfonderwijs. We doen het onszelf dus wel een beetje aan.

Helder denken Taaltucht is denktucht, haalde één van mijn voormalige leidinggevenden, secretaris-generaal Roel Bekker van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ooit de woorden aan van de columnist en taalpurist Jérôme Heldring. Aan schrijven gaat altijd helder nadenken, analyseren, afwegen en ordenen vooraf. Het verwoorden van de uitkomst van die denkoefening in heldere taal is dus een afgeleide van dat eerdere proces. Wie niet helder denkt, kan ook niet helder schrijven. Helder denken is een levenslange opdracht. De uitkomsten van de testen die de onderzoekers in het rapport voor de Inspectie van het Onderwijs leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool lieten uitvoeren, zeggen iets over zowel het denk- als het schrijfniveau van de scholieren. Zo kregen de scholieren opdracht om aan een denkbeeldige nieuwe Zweedse leerlinge iets te schrijven over Nederland en wat Nederlanders in hun vrije tijd doen. Op het laagste niveau komen er dan van elf- en twaalfjarigen zinnen uit als: Ned erland heeft niet heel veel boss en hier is het verschillend. Ze eten in nederland graag stampot en patat. Voedbal formule1. Gamen en buiten speelen en bromer reiden. Voor dit soort achterstanden op het terrein van het milieu was het Malieveld al drie keer volgelopen met klimaatactivisten…

Koud kunstje In het NRC-interview constateert inspecteur-generaal Oppers ook dat het schrijfonderwijs sinds 2009 niet zoveel is veranderd. ‘Als je er niet in investeert, verbetert het ook niet,’ zo noteert de krant uit haar mond. Er is methodisch kennelijk dus nog een wereld te winnen. Schrijven is misschien ook niet meer zo sexy. Er was een tijd dat het schrijven, vooral het letterlijk mooi schrijven (ook wel schoonschrijven genoemd), een ware kunst was, zelfs als een wedstrijd werd ervaren in de klas. Het mooiste schrijfsel kon dan rekenen op een beloning. Die tijd ligt al lang achter ons. Tegenwoordig “schrijf” je met een toetsenbord. Dat kan heel fraai zijn, door de vele lettertypes.

Het bovenstaande is technisch gezien een koud kunstje. U leest deze tekst nadat ik de benodigde letters heb aangeslagen op het toetsenbord van mijn laptop; de digitale techniek doet vervolgens de rest. In mijn geval is dat maar goed ook. Mijn handschrift is niet mooi en zelden goed leesbaar, dat was het nooit en dat zal het ook nooit worden. Geen juf of meester die daar ooit iets aan heeft kunnen veranderen. ◼

Deel dit artikel