Bemoei je met je eigen zaken

Wederzijds onbegrip

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Aad Goudappel

Tweede Kamerleden en lokale bestuurders die zich met elkaars beleid bemoeien, zorgen voor ergernis en een te hoog verwachtingspatroon bij inwoners. ‘Als je op elkaars stoel gaat zitten, ondermijn je het vertrouwen dat die inwoners in de overheid hebben.’

‘Inwoners maken geen onderscheid tussen Tweede Kamer en gemeentehuis’

Half februari trekt een strenge vrieskou over het land. Slootjes en meren raken bevroren, na jaren schaatst men weer op natuurijs. Plots is menig Kamerlid fervent schaatsliefhebber en pleit vanuit Den Haag voor het doorgaan van de Elfstedentocht. De organisatie Elfstedentocht, Veiligheidsregio Fryslân en de provincie laten echter van begin af aan weten dat van een Elfstedentocht in de huidige omstandigheden geen sprake kan zijn.

Verkiezingsretoriek Het is maar een van de voorbeelden waarin lokaal bestuurders te maken krijgen met Tweede Kamerleden die zich bemoeien met lokale aangelegenheden. Waar de Haagse roep om een Elfsteden­tocht kan worden afgedaan als onschuldige verkiezingsretoriek of wellicht oprecht enthousiasme voor de schaatssport, hebben moties in de Tweede Kamer over woningbouw of verkeersveiligheid verdergaande gevolgen voor de lokale politiek. Eind 2020 nam de Tweede Kamer bijvoorbeeld een motie aan om 30 kilometer per uur tot norm te maken in de bebouwde kom. Een prima idee, vindt Marinka Mulder, wethouder van Renkum. Maar dan moest er wel boter bij de vis. ‘Inhoudelijk kan ik het met zo’n motie eens zijn,’ zegt Mulder. ‘Maar wanneer wij niet voldoende middelen hebben of extra middelen krijgen, moet ik vervolgens gaan uitleggen waarom we dit beleid niet uitvoeren. Met ons budget komen we al zo vaak voor duivelse dilemma’s te staan. Zo’n motie uit Den Haag kunnen we niet gebruiken.’

Tweede Kamerleden die “gemeente­raadje spelen” creëren enorme verwachtingen bij inwoners, zegt Mulder. ‘De meeste inwoners maken geen onderscheid tussen de Tweede Kamer en een gemeentehuis; voor hen zijn we allemaal één overheid. Wanneer iemand van die overheid zegt dat iets gaat gebeuren, dan verwacht een inwoner dat ook. Vervolgens wordt hun vertrouwen geschaad.’

Stoelendans Antoon Kanis, lid van de Provinciale Staten in Gelderland, heeft soortgelijke ervaringen. Hij ziet bovendien dat niet alleen Tweede Kamerleden zich mengen in lokale zaken, maar dat het omgekeerde net zo goed gebeurt, en net zo schadelijk is. ‘Je hebt simpelweg taken te verdelen,’ weet Kanis. ‘Sommige zaken zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente, andere van de provincie of van het rijk. Ga je op elkaars stoel zitten, dan wordt het heel complex.’ Zo zorgt de mogelijke komst van Lelystad Airport in Gelderland voor de nodige onrust. Vanwege laagvliegende vliegtuigen over de provincie maken inwoners zich zorgen om geluids­overlast. Het is dan voor Provinciale Statenleden heel aantrekkelijk om te zeggen: dat vliegveld moet er helemaal niet komen. Kanis: ‘Maar beter onthouden ze zich van dit soort opmerkingen. De grotere discussie en het besluit omtrent Lelystad Airport horen namelijk thuis in de Tweede Kamer.’ ‘Inwoners op de tribune horen misschien liever de snelle, eenvoudige boodschap dat we dat vliegveld niet willen,’ vervolgt Kanis. ‘Maar dat is goedkoop om te roepen, want je wordt toch niet aan de gevolgen gehouden. Als jij je als Statenlid er zo druk om maakt, bel dan gewoon je eigen Tweede Kamerfractie op, of ga daar op de lijst staan. Andersom kan er in Den Haag de politieke wil zijn om iets te realiseren, maar wanneer de gemeente of provincie erover gaat, is het niet reëel je erover uit te spreken. De Tweede Kamer hoeft geen budget­afweging te maken, de gemeenteraad of provincie wel, en die zijn vervolgens de boeman in de ogen van inwoners.’

Langs de lijn Kanis en Mulder zijn in beginsel voorstander van decentraal beleid. Mulder: ‘Na 10 jaar in de lokale politiek geloof ik nog steeds dat wij het beste kunnen bepalen wat in onze omgeving nodig is. Maar wel op voorwaarde dat lokale overheden dat kunnen uitvoeren. Daarvoor hebben we tijd en geld nodig.’ Als Mulder op zaterdagochtend langs de lijn staat bij de lokale sportvereniging, wijst de voorzitter haar op de kwaliteit van het veld. ‘Hij verwacht dat ik zorg voor onderhoud. Ministers hoeven dat niet, of hoeven niet te kiezen tussen budget voor een bibliotheek of voor de jeugdzorg. In Den Haag bedoelen ze het goed, maar problemen zijn minder concreet dan hier in de lokale praktijk. Bovendien heeft de coronacrisis wel laten zien wat er op lokaal niveau allemaal kan. Dat was op rijksniveau nooit gelukt.’

Spanningsveld De vorige grote decentralisaties (in 2015) worden vaak gezien als iets slechts, zegt Kanis, maar zo hoeft het niet te zijn. Twee zaken zijn daarbij belangrijk. ‘In de eerste plaats heb je als lokale overheid simpelweg de middelen nodig. Decentralisaties die gepaard gaan met een flinke bezuiniging is geen goed idee. ’ In de tweede plaats is er een spanningsveld tussen landelijke en lokale verantwoordelijkheden. Kanis: ‘Geef lokale overheden de ruimte. Ik hoop dat we ons met z’n allen gaan bezinnen op onze rol, zowel landelijk als lokaal.’ ◼

‘In Den Haag bedoelen ze het goed maar de problemen zijn daar minder concreet’

Deel dit artikel