Tekst Maurits van den Toorn

Nieuw begin
Cijfers
Experiment
Terugblik

Nieuw begin

En zo hebben we, na een betrekkelijk korte formatietijd van 117 dagen, een nieuw kabinet. Dat is iets boven het naoorlogse gemiddelde van 103 dagen. De laatste jaren kwam alleen Rutte II met 54 dagen sneller tot stand. Het is gelukkig nog net geen traditie dat een kandidaat-bewindspersoon struikelt over een cv dat, netjes gezegd, niet helemaal klopt. Echt nieuw is het niet, onoverkomelijk ook niet. De meeste bewindslieden hebben ervaring in het openbaar bestuur, in veel gevallen al als minister of staatssecretaris. Het is een hoopvol begin na de mislukking van het kabinet-Schoof, dat nog voor zijn formele einde al in de vergetelheid is verdwenen. Je kunt zeggen dat de lichten voor Jetten en zijn mensen op groen staan. De vraag is of we de komende tijd een kabinet-Van Agt I (1977-1981) of een kabinet-Lubbers I (1982-1986) krijgen. Anders gezegd: wordt het zoals onder Van Agt een kabinet dat – mede door interne meningsverschillen – uiteindelijk weinig voor elkaar krijgt, terwijl de geesten in het land er langzaam van doordrongen raken dat er door de onzekere ‘nieuwe tijden’ soms onprettige keuzes nodig zijn (met als voorbeeld de stijging van de defensie-uitgaven)? Of wordt het zoals onder Lubbers een kabinet dat de ruimte krijgt om die keuzes inderdaad te maken, als de geesten in de politiek en in het land daar rijp voor zijn? Na de jarenlange stilstand bij de vele dossiers die iedereen uit den treure kent, moeten we hopen op het laatste.

▲
▲
▲

Experiment

Het kabinet-Schoof was een experiment, het kabinet-Jetten is dat eveneens als eerste ‘echte’ kabinet sinds 1922 dat een minderheid in de Tweede Kamer heeft. Minderheidskabinetten waren er sindsdien vaker, maar altijd als restanten of opvolgers van gevallen kabinetten om lopende zaken af te wikkelen en verkiezingen voor te bereiden. Nu gaat het om meer. De nieuwe bewindslieden zullen hun vaardigheden hard nodig hebben om meerderheden bij elkaar te sprokkelen voor hun plannen. Het is spannend hoe dat gaat en hoelang dat gaat. Elke partij kan z’n knopen tellen en heeft dat ongetwijfeld ook al gedaan. Waarom zou partij A zich laten overhalen om in te stemmen met pakweg stikstofmaatregelen, om daarmee een kabinet in het zadel te houden dat later met partij B een deal sluit over pakweg de snellere verhoging van de AOW-leeftijd waar partij A juist mordicus tegen is? In het begin lukt dat nog wel, maar later? Het alternatief, steunen op alleen partij A of B, is ook geen oplossing. We zullen de komende tijd vast regelmatig horen dat de bewindslieden een beroep doen op het landsbelang om andere partijen over de streep te halen. Dat wordt steeds meer werk, het aantal te benaderen fracties is sinds de verkiezingen alweer met twee toegenomen.

▲

Terugblik

Als we terugblikken op – met een parafrase op Pim Fortuyn – de puinhopen van anderhalf jaar Schoof, dan rijst de vraag of dit kabinet echt niets heeft gepresteerd of dat er toch nog wat krenten te vinden zijn. Een paar dingen springen eruit. Dat is als eerste het akkoord dat minister Van Hijum (SZW) eind 2024 bereikte met de vakbonden over een nieuwe regeling voor het vroegpensioen waardoor mensen met een zwaar beroep eerder kunnen stoppen met werken. Het tweede is de in september vorig jaar door minister Keijzer (VRO) gepresenteerde ontwerp-Nota Ruimte met ruimtelijke keuzes voor de ruimtelijke inrichting van 2030 tot 2050, inclusief een ‘doorkijk’ naar 2100. Het ontwerp wordt ongetwijfeld sterk geamendeerd naar smaak van de nieuwe politieke verhoudingen, maar het is een eerste stap. Zo’n dertig wetsvoorstellen van het kabinet hebben in de Eerste Kamer de eindstreep gehaald. Geen grootse veranderingen, het gaat vooral om technische zaken en implementatie van Europese regels met beperkte reikwijdte. De ‘kroonjuwelen’ van het kabinet, de Asielnoodmaatregelenwet (inclusief een novelle over de strafbaarstelling van illegaal verblijf) en de Wet invoering tweestatusstelsel, zijn nog in behandeling in de senaat.

▲

Deel dit artikel