Stappen vooruit betekent vooral opschalen

Slim op weg

Tekst Maurits van den Toorn

Beeld Hilbert Krane

Smart mobility is ‘niet innoveren om het innoveren’, maar een manier om bij te dragen aan de veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid van Nederland, zeggen Ruth Clabbers, plaatsvervangend directeur-generaal Mobiliteit en directeur Wegen en Verkeersveiligheid bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), en Jan-Bert Dijkstra, programmadirecteur Mobiliteit en Gebieden bij IenW. Het gaat om veel meer dan IT alleen. Het zit in de kern van het werk van de overheid.

Het is belangrijk om de kansen en risico’s van smart mobility te zien. ‘Bij kansen gaat het erom of slimme oplossingen bijdragen aan het realiseren van die veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid,’ zegt Clabbers, ‘en bij risico’s om wat het betekent voor de veiligheid en privacy. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de veiligheid gewaarborgd blijft als auto’s op afstand updates ontvangen? Een APK is dan misschien niet meer voldoende.’

Nederland loopt bij de ontwikkeling van smart mobility voorop. IenW heeft het in een onlangs verschenen brochure zelfs over Smart Mobility, Dutch Reality.



Die Nederlandse positie ligt wel voor de hand, vindt Clabbers: ‘Het is een gevolg van het feit dat we ontzettend dichtbevolkt zijn en een grote mobiliteitsbehoefte hebben. Het is hier druk op de wegen en het is dus logisch dat we op zoek zijn naar slimme oplossingen.’ Of, zoals het in die bewuste brochure wordt gezegd: ‘We hebben een efficiënt mobiliteitssysteem, maar de rek is eruit.’


Stappen vooruit

Digitalisering betekent een fundamentele verandering, legt Dijkstra uit. Het betekent dat de overheid zich voor nieuwe vragen gesteld ziet. ‘Het is niet alleen een technisch vraagstuk, het gaat er ook om hoe we als overheden hiermee weten om te gaan. Welke keuzes moeten we maken, wat doet de markt? Waarop sturen systemen, wat wordt er in algoritmes gestopt?’ Het is ook de vraag welke investeringsbeslissingen je als overheid neemt, nu het door de voortgaande digitalisering mogelijk is om steeds meer functies bij externe partijen als dienst in te kopen. ‘Besteed je taken als het beheer van bruggen en sluizen uit als dienst of doe je het zelf? Budgetten staan altijd onder druk, dus het is mooi meegenomen als je het op een slimmere manier kunt doen. En dat is niet iets van een IT-afdeling. Smart mobility zit echt in de kern van het werk van overheden.’

Essentieel is samenwerking en bundeling van krachten. Dijkstra: ‘We hebben daarvoor met provincies, G5 en metropool- en vervoerregio’s een agenda opgesteld. Data waarmee we werken, moeten op orde zijn, we moeten voldoende gekwalificeerd personeel aan boord hebben en privacy en security moeten goed worden geregeld. Dat zijn zaken die je alleen samen kunt aanpakken en oplossen, je hebt immers schaalgrootte nodig om tot standaarden te komen, die ook door marktpartijen gedragen worden.’

Die agenda bevat principes en is mede bedoeld om dubbel werk te voorkomen; voortborduren op wat er al is gedaan, is effectiever. Maar er zijn ook al concrete plannen gemaakt voor de handling van voertuigdata en er zijn afspraken over een zogenoemde Data Top 15. Daarbij gaat het om data van onder meer verkeerslichten, over venstertijden en milieuzones, die allemaal op gestandaardiseerde wijze gemeld moeten worden in het systeem. Dijkstra: ‘Goede data zijn immers een randvoorwaarde voor goede diensten. Het betekent dat gemeenten en provincies hun data up-to-date moeten hebben. Er is al veel, het gaat er nu om dat we lopende initiatieven bundelen en kennis opbouwen, zodat we stappen vooruit kunnen zetten.’


‘We hebben een efficiënt mobiliteitssysteem, maar de rek is eruit’

Opschalen

Stappen vooruit zetten betekent vooral opschalen. Zo is er het programma Talking Traffic, een publiek-private samenwerking met investeringen van beide kanten. Dijkstra: ‘Talking Traffic is gericht op concrete toepassingen op grote schaal. Dat doen we ook met Mobility as a Service (MaaS), waarvoor nu zeven pilots in ontwikkeling zijn. Als de overheid bij dergelijke projecten als launching partner acteert, kunnen we doorpakken en van kleinschalig naar landelijke opschaling gaan.’

Ook de op 1 juli in werking getreden Experimenteerwet die het mogelijk maakt om met voertuigen zonder bestuurder op de openbare weg te rijden, speelt daarbij een belangrijke rol, voegt Clabbers toe. ‘Die mogelijkheid is uniek, al moeten we wel zien te voorkomen dat we op veel plekken dezelfde pilots krijgen. Belangrijk is de balans met de verkeersveiligheid. Bij proeven moeten we steeds risico’s incalculeren, het is iedere keer opnieuw een zoektocht hoe snel je kunt opschalen vanuit de proeftuin naar de akker.’


Tweerichtingsverkeer

Wie denkt dat de dagelijkse weggebruiker voorlopig niet veel van smart mobility zal merken, heeft het mis. Allerlei vormen van rijtaakondersteuning zijn in opkomst. Clabbers: ‘De ontwikkeling van klein naar groot loopt nu al bij navigatiesystemen in de auto. Op de weg kun je nu al een waarschuwing krijgen bij een auto met pech of als er iets anders aan de hand is; dat helpt ongevallen te voorkomen. Rijbaansignalering in de auto komt er ook al aan en voertuigen en verkeerslichten communiceren al digitaal met elkaar.’

Het is een kwestie van tweerichtingsverkeer, want data vanuit voertuigen kunnen wegbeheerders ook informatie opleveren over de actuele staat van de infrastructuur. Momenteel lopen daar de eerste asset management-proeven mee. Dat leidt tot nieuwe vragen, want wie is de eigenaar van die data? Ze komen van particuliere voertuigen, dus onder welke condities komen die beschikbaar? Zo leidt elke oplossing weer tot nieuwe vragen en nieuwe mogelijkheden. Bij de ontwikkelingen rond smart mobility geldt de komende jaren het motto: never a dull moment. ◼




Deel dit artikel