Samenwerken en data delen

Overheid heeft regierol in nieuwe MaaS-markt

Tekst Eric Mink

Beeld Ministerie van IenW

Eric Mink is programma­manager MaaS bij het ministerie van IenW

Mobility as a Service (MaaS) gaat voor de reiziger om het plannen, boeken en betalen van al het mogelijke vervoer via apps. Het maakt zorgeloos geïntegreerd reizen naar je eigen voorkeur mogelijk. In MaaS-apps wordt straks alle mobiliteit integraal ontsloten, dus deelfietsen en - auto’s, huurfietsen en - auto’s, laadpalen, parkeerplaatsen, (water)taxi’s, bussen, trams, metro’s, treinen en meer. Daarbij is MaaS een middel en geen doel op zich: het gaat om samenwerking, data delen, standaardisatie en het optimaliseren van het totale mobiliteitssysteem.

Als de trend van bezit naar gebruik doorzet, worden minder auto's of fietsen verkocht

Het vraagt een andere manier van denken. Niet de infrastructuur of een modaliteit, maar de reiziger en data komen centraal te staan. Consumenten zijn immers steeds meer geïnteresseerd in betrouwbare diensten, flexibiliteit en comfort en hechten steeds minder aan een specifieke vorm van vervoer. Die omslag is te vergelijken met de successen van Netflix en Spotify: bezit maakt plaats voor beschikbaarheid of gebruik wanneer de consument dat wil en leidt tot meer en andere, persoonlijke keuzes. Het kabinet heeft met bijvoorbeeld MaaS en het Mobiliteitsfonds deze integrale en multimodale mobiliteitsaanpak centraal gezet.


‘Het bepalen van open standaarden leidt tot één open ecosysteem’

MaaS-pilots

De meeste vervoerders, maar ook (potentiële) MaaS-aanbieders zien dat MaaS de mobiliteits­koek voor iedereen vergroot, mits er wordt samengewerkt en data worden gedeeld. Daarbij is een regisserende overheid essentieel. Sterker nog: zonder betrokken overheden blijft het tot nu toe wereldwijd bij kleinschalige projectinitiatieven, terwijl massa nodig is voor een businesscase, continueerbaarheid en daadwerkelijke impact.

Omdat MaaS kansen biedt en omdat afwachten waarschijnlijk leidt tot een winner-takes-all-scenario, is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en zeven regio’s gekozen voor zeven regionale MaaS-pilots onder een uniforme nationale raam­overeenkomst. Dat wil zeggen: uniforme kaders, maar met een eigen beleids- of doelgroepenfocus per pilot. Insteek is dat MaaS-aanbieders, vervoerders en overheden samenwerken en samen leren. Experimenteren op schaal is de enige manier om echt inzicht in de geclaimde impact te krijgen. Het actief en samen met de markt ontwikkelen van MaaS geeft mogelijkheden om bij te sturen bij externe effecten die tegen het publieke belang indruisen.

Marktpartijen zijn al jaren op zoek naar een praktijkvoorbeeld van MaaS. Tot op heden vonden vooral kleinschalige, moeilijk vergelijkbare experimenten met MaaS plaats. Door met een geharmoniseerde definitie van MaaS te werken en (inter)nationale schaal aan te bieden, is in Nederland een aantrekkelijke proeftuin gecreëerd. Zo aantrekkelijk zelfs, dat eenenveertig brede consortia zich voor de pilots hebben ingeschreven. Vierentwintig consortia zijn toegelaten, met achtergronden in zeer verschillende sectoren. Deze consortia strijden nu om de zeven pilots waarin hun MaaS-apps vanaf begin 2020 ‘live’ gaan.

De ruime belangstelling toont aan dat de digitaliseringsgolf en deeleconomie het mobiliteitsveld heeft bereikt (denk hierbij aan Swapfiets, Amber en Felyx). Naast startups die sowieso al met MaaS bezig waren, hebben bijvoorbeeld ook automobielbedrijven, bedrijfskaartaanbieders, IT-partijen, banken en verzekeraars zich voor de pilots aangemeld. Zij zien allemaal een businesscase voor MaaS. Bovendien zijn velen op zoek naar nieuwe markten. Als de trend van bezit naar gebruik doorzet, worden bijvoorbeeld minder auto’s of fietsen verkocht. Dat heeft ook impact op de business van automobielproducenten, banken en verzekeraars en dus vormt mobiliteit als dienst een aantrekkelijke nieuwe markt.


Rol overheid

Samenwerking, data delen en standaarden komen niet vanzelf tot stand. Er zijn veel vervoerders in Nederland, velen daarvan willen zelf MaaS-dienstverlener worden. Anderen zijn te klein (vergelijk. aantal huur- en deelfietspartijen in Nederland) om voor iedere MaaS-aanbieder kosten te maken voor de ontkoppeling van hun app. Dit maakt standaardisatie en een intermediairsrol van de overheid bij de totstandkoming van MaaS-apps van belang. Het onderstreept dat overheden als mediator een versnellende rol hebben bij het tot stand brengen van standaarden en randvoorwaarden, zoals recent nog voor deelfietsen en -auto’s. Het bepalen van open standaarden leidt tot één open ecosysteem. Dit is zeker in de mobiliteitssector waaraan jaarlijks veel belastinggeld wordt besteed, van belang. Al is het maar om te voorkomen dat er gesloten monopolies ontstaan die allesbepalend worden en leiden tot ongewenste bijeffecten. In de platformeconomie zien we vaker dat een aanbieder een hele dominante positie verwerft. Dat komt een gezonde markt­ontwikkeling niet ten goede en is ook niet in het belang van de klant die daarmee geen keuzevrijheid meer heeft. Open standaarden en uniforme randvoorwaarden, niet in de laatste plaats ten aanzien van privacy en security, die voor een gelijk speelveld zorgen, zijn dan erg belangrijk. De overheden hebben dus een belang maar ook een regisserende taak in de nieuwe MaaS-markt.

Goed nieuws is dat OV-partijen meedoen of aangeven data te zullen delen. Deels beginnen zij zelf MaaS-apps, maar zij geven ook aan hun eigen systemen open te stellen voor andere MaaS-aanbieders, waaronder de zeven MaaS-pilots.


Optimaliseren

Vanaf begin 2020 zal geanonimiseerde reisinformatie vanuit de pilots naar een kennis- en leeromgeving stromen en worden geëvalueerd. Dat geeft meer inzicht in mobiliteitsstromen bij overheden, vervoerders, maar ook MaaS-aanbieders. Aan de hand van de uitkomsten kunnen dan bijvoorbeeld ook de huidige verkeers- en vervoersmodellen worden geoptimaliseerd, en, veel belangrijker, wellicht ook op termijn het totale mobili­teitssysteem. Bijvoorbeeld door mensen te adviseren eerder of later van huis te gaan of deelmobiliteit te gebruiken in plaats van de eigen auto. Met het Klimaatakkoord op tafel liggen er veel aanknopingspunten om het systeem als geheel te optimaliseren op de ambities rond duurzaamheid. ◼

Deel dit artikel