Data delen

Betere balans in management van verkeer

Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Dimitry de Bruin

Auto’s en andere voertuigen zitten tegenwoordig vol met sensoren, die allerlei data verzamelen. Als je gegevens die van belang zijn voor de verkeersveiligheid kunt delen met andere weggebruikers, komt dat iedereen ten goede.

‘Gegevens die bijdragen aan de verkeersveiligheid wil iedereen graag beschikbaar maken’

Zodra in een moderne auto bijvoorbeeld de ruitenwisser of de mistlamp aangaat of de airbag wordt opgeblazen, wordt dat digitaal geregistreerd. Die gegevens, over regen, mist en ongevallen, zijn van belang voor de verkeersveiligheid. Het zou daarom goed zijn als alle weggebruikers die informatie kregen, bijvoorbeeld via hun navigatiesysteem. ‘Voorheen gebeurde dat nog niet,’ zegt Erik Vrijens, senior adviseur van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). ‘Data gingen alleen naar de fabrikant van de auto waarin je reed. Onderling werden die gegevens niet gedeeld.’ Maar dat verandert, vertelt hij, dankzij de Europese Data Task Force, een platform van overheden en bedrijven die bereid zijn hun data uit te wisselen.

‘Samen met de industrie werken we aan verkeersveiligheid. Binnen de Europese Unie zijn we samen met Duitsland, Luxemburg, Finland, Zweden en Spanje en zeven fabrikanten gestart met het onder voorwaarden delen van dit type data. Die groep groeit, een aantal andere lidstaten, autofabrikanten en serviceproviders wil zich bij ons aansluiten. Overheden en industrie zien het belang van verkeersveiligheid. Het delen van data vinden deelnemers wel spannend, zeker als het om bedrijfsgevoelige informatie gaat. Maar gegevens die bijdragen aan de verkeersveiligheid wil iedereen graag beschikbaar maken. Zulke informatie wordt nu deels wel uitgewisseld, maar daarvoor moet iemand het doorbellen en dan moeten die data handmatig worden ingevoerd. Dankzij sensoren in auto’s kan dat automatisch worden gedaan: dat is snel en nauwkeurig en levert een compleet beeld op van wat er op die wegtrajecten gebeurt.’


Connected

Er zijn al grote hoeveelheden data beschikbaar, onderstreept Ralf-Peter Schäfer, VP Traffic & Travel Information van TomTom. ‘Ongeveer één op de zeven auto’s die in Nederland rondrijden, is connected. Internationaal gezien, krijgen wij data van 600 miljoen voertuigen, real time. Er is ook een ander ecosysteem, waarbij de overheid investeert in infrastructuur om het verkeer met bijvoorbeeld infraroodtechniek en lussen in de weg te meten. Maar dat is duur en je kunt het niet goed opschalen. Dat geldt niet voor data uit connected voertuigen, waarvan er steeds meer op de weg komen. Maar om echt wat aan die data te hebben, moeten we samenwerken. Stel dat er ergens een ongeval gebeurt, dan wil je weggebruikers daarop attenderen en ze op een alternatieve route wijzen. Maar als de verschillende navigatiesystemen dat los van elkaar doen, gaat iedereen dezelfde omleiding volgen en krijg je toch een file. Door data te delen, kun je dat voorkomen. Of denk aan waarschuwingen voor spookrijders of andere levensgevaarlijke omstandigheden: zulke informatie wil je met iedereen delen. De toekomst is connected.’

Ook HERE Technologies, een concurrent van TomTom, maakt deel uit van de Data Task Force. CEO Edzard Overbeek: ‘Via het Open Location Platform schept HERE Technologies een ecosysteem waarin data kunnen worden uitgewisseld voor het ontwikkelen van applicaties en oplossingen, waar mensen en de samenleving als geheel wat aan hebben. Verkeersveiligheid is een fundamentele maatschappelijke behoefte en vraagt om industriebrede samenwerking die wij graag faciliteren.’


‘We zitten midden in een revolutie’

Voorlopig is de Data Task Force dus gericht op het vergroten van de verkeersveilig­heid, maar dat is niet het enige doel waarvoor gegevens uit voertuigen kunnen worden gebruikt. Schäfer: ‘Door goed gebruik te maken van de data die worden verzameld, kun je een betere balans zoeken in het managen van het verkeer. Dat is van belang voor bijvoorbeeld investeringen die de overheid doet in infrastructuur. Met behulp van data kun je bijvoorbeeld vaststellen waar hotspots zich bevinden en waar je dan het beste Park + Ride-plekken of transferia kunt aanleggen.’


Dienstverlening

Vrijens beaamt dat het delen van data niet alleen van belang is voor de verkeersveiligheid, al is dat voor nu wel het hoofddoel. ‘Als je in de toekomst bijvoorbeeld de informatie van schokdempers uitleest en deelt, dan krijg je een heel fijnmazig beeld van de conditie van het wegdek. Rijkswaterstaat en andere wegbeheerders kunnen daardoor het onderhoud veel efficiënter plannen en uitvoeren. En we hopen dat het ook kan bijdragen aan de doelstellingen in het Klimaatakkoord.’

Zowel Schäfer als Vrijens benadrukken dat de gegevens, die worden verzameld en gedeeld, anoniem zijn. Schäfer: ‘De gegevens zijn niet naar personen te herleiden. Wij gebruiken ze alleen om de dienstverlening te verbeteren.’ ‘Uiteraard moet de privacy goed geregeld zijn,’ voegt Vrijens toe. ‘Daarover is heel goed nagedacht. Data uit voertuigen komen eerst bij de fabrikant, die ze volledig ‘stript’ van persoonsinformatie. Er wordt alleen gedeeld dat bijvoorbeeld op die en die plek op dat tijdstip een airbag is opgeblazen en dat er dus vermoedelijk een ongeval is gebeurd.’

Schäfer is ervan overtuigd, dat de ontwikkelingen op datagebied grote impact zullen hebben op onze mobiliteit in de toekomst. ‘Positie, snelheid, gegevens die sensoren buiten het voertuig kunnen meten... die technologie is geen droom maar bestaat al en wordt ook gebruikt. We ontwikkelen ons nu in de richting van connected gebruikers en de zelfsturende auto. Met de data die dan beschikbaar komen, kun je heel veel. We zitten midden in een revolutie.’ ◼

Deel dit artikel