Een tip van Einstein

Beeld Arenda Oomen



Nederland staat voor een aantal urgente opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen ons land flink veranderen. En wij veranderen mee. Want de complexe uitdagingen van nu kunnen we alleen goed het hoofd bieden als we de wetgeving, de beleidskaders en de instrumenten uit het heden verruilen voor iets nieuws: een toekomstbestendig instrumentarium waarmee we onze fysieke leefomgeving op nieuwe manieren kunnen vormgeven, de Omgevingswet.


De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt 26 wetten die gaan over de fysieke leefomgeving: wetten over bijvoorbeeld ruimte, woningbouw, energiebesparing, milieu, water, cultuurhistorie en natuur. Dat maakt het omgevingsrecht inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijker in het gebruik. De Omgevingswet biedt bovendien meer ruimte aan kansen en initiatieven om de leefomgeving te verbeteren. Want wie een goed idee heeft, hoeft niet langer eerst een wirwar aan regels en belangen te ontrafelen én kan via snelle procedures binnen een mum van tijd aan de slag.


Laatste loodjes

Met de (koepels van) provincies, gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en de samenwerkende milieubelangenorganisaties hebben we de afgelopen jaren intensief en goed samengewerkt aan de ontwikkeling van de Omgevingswet. Qua regelgeving werken we nu aan de laatste loodjes. Zo zijn we bij het rijk hard aan het werk om ook de laatste “boekenplanken” met regels op te schonen. We ondersteunen de minister bij de behandeling van de wetten en besluiten in de Kamers. En we leveren eind december een werkbare versie van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) op. Begin volgend jaar ten slotte, ronden we de Nationale Omgevingsvisie af en werken we – samen met de regio’s – aan de vertaling ervan in een uitvoeringsagenda en regionale gebiedsagenda’s.


Ook provincies, gemeenten, waterschappen, ondernemers en belangenpartijen zitten bepaald niet stil. Zij dragen nog steeds actief bij aan de laatste onderdelen van de regelgeving. Zo zorgen we er samen voor dat de regelgeving in de praktijk ook echt goed zal werken. En natuurlijk experimenteren zij volop met de nieuwe instrumenten, de nieuwe regels en de nieuwe manier van werken die bij de Omgevingswet horen. Bijvoorbeeld met participatie. Daar wordt, zoals de mooie voorbeelden in deze special van Publiek Denken laten zien, ontzettend veel mee geoefend. Deze experimenten verlopen nog niet altijd zonder slag of stoot en leveren veel nieuwe inzichten op. Ze zijn enorm belangrijk om los te komen van het oude denken en te doorgronden wat de nieuwe werkwijze echt betekent. Bijvoorbeeld dat participatie veel veerkracht en flexibiliteit vraagt van alle partijen – van wetgever tot ondernemer en van vergunningverlener tot betrokken burger. En dat denken vanuit doelen, in plaats van vanuit regels, niet vanzelf gaat.


2020 cruciaal

Het jaar 2020 staat vooral in het teken van de implementatie en leren. Alle overheden moeten bijvoorbeeld hun digitale systemen aansluiten op het DSO en vullen met relevante informatie. Als de Omgevingswet ingaat, kan iedereen via dit online loket snel zien welke regels er in een gebied gelden en een vergunning aanvragen voor een initiatief.


Tegelijkertijd moeten de verschillende overheidslagen goed gesteld staan voor de komst van de Omgevingswet. Het rijk en de provincies moeten bijvoorbeeld hun omgevingsvisie hebben vastgesteld. De provincies moeten eind 2020 ook beschikken over een vastgestelde omgevingsverordening. En al het bevoegde gezag of hun uitvoeringsorganisaties zullen voorbereid moeten zijn op de gewijzigde vergunningsprocedure en in staat om aanvragen voor omgevingsvergunningen te beoordelen op basis van de regels uit de Omgevingswet.


Ik realiseer me dat we nu, met nog zo’n 14 maanden te gaan, er samen nog hard aan moeten trekken om ervoor te zorgen dat we klaar zijn voor de Omgevingswet op 1 januari 2021. We hebben daarom de invoeringsondersteuning geïntensiveerd en meer gericht op regionale samenwerking. En we blijven de voortgang ook het komende jaar goed in de gaten houden.


Geen einde maar een begin

Medio 2020 nemen de Kamers een definitief besluit over het ingaan van de Omgevingswet via het zogenoemde Inwerkingtredings-Koninklijk Besluit. Goed om te bedenken dat het ingaan van de wet ook niet het einde is, maar het begin. Wij zullen dan, onder andere via een transitieteam, de vinger aan de pols houden en bijsturen als dat nodig is.


Veranderen doe je namelijk niet van de ene op de andere dag. Echt anders leren werken en denken vraagt om een lange adem. Daarom hebben we al in een vroeg stadium om de tafel gezeten met diegenen die aan de slag gaan met de Omgevingswet. Zodat we samen met hen konden bedenken hoe we het omgevingsrecht optimaal kunnen inzetten om de grote maatschappelijke opgaven van nu aan te pakken. En zullen we na 2021 voortdurend moeten blijven uitvinden hoe we dat het beste kunnen blijven doen in Nederland. Want ongetwijfeld zullen er weer nieuwe uitdagingen op ons pad komen, waarvoor we ons denken weer zullen moeten aanpassen. Albert Einstein – toch niet de minste – gaf het al aan.


Erik Jan van Kempen

Programma directeur-generaal Omgevingswet bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Deel dit artikel