Regionale Investeringsagenda’s

Voor elke opgave de beste schaal

Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Rover | Janita Sassen | Rodi Media | Shutterstock

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een weids vergezicht op de grote opgaven waarvoor Nederland staat als het gaat om onder meer bouwen, mobiliteit, energie en klimaatadaptatie. Maar hoe gaan we dat vergezicht realiseren? De NOVI-Alliantie zet in op uitvoeringsplannen op regionaal niveau via Regionale Investeringsagenda’s (RIA’s).

Bouwen ziet de NOVI-Alliantie als de sleutel tot succes

‘We moeten het nu doen, we kunnen niet langer wachten’

De NOVI-Alliantie is een coalitie van zeer uiteenlopende organisaties, waaronder gemeenten, reizigersvereniging Rover, Staatsbosbeheer, werkgeversorganisatie VNO-NCW en NEPROM (de vereniging van projectontwikkelaars). Desirée Uitzetter (voorzitter NEPROM), Walter Etty (voorzitter Rover) en Monique Stam (wethouder Heerhugowaard) hebben waardering voor de NOVI als vergezicht, maar missen een concreet plan voor de uitvoering en financiering. ‘NEPROM heeft daarom het initiatief genomen voor de NOVI-Alliantie,’ zegt Uitzetter. ‘De NOVI schetst de uitdagingen op hoofdlijnen. Maar in het licht van wat er allemaal aan de hand is in het land, vraagstukken zoals het stikstofbeleid, PFAS en ga zo maar door, lijken we te zijn ingehaald door de realiteit. Het rijksbeleid is niet integraal genoeg, er duiken steeds weer problemen op die opgelost moeten worden. We zullen veel meer integraal moeten nadenken over de inrichting van Nederland.’


Dat zijn de anderen met haar eens. Stam: ‘De NOVI biedt niet meteen oplossingen. We zullen breed moeten kijken naar bijvoorbeeld gevolgen voor samenleving, de economie en de fysieke ruimte, en koppelkansen moeten zoeken om meer vraagstukken tegelijk op te pakken.’ De hardste kritiek komt van Etty: ‘Veel dingen gebeuren niet, omdat het rijk niets doet. Als het om het ruimtelijk beleid gaat, faalt dat in alle opzichten. Er zijn allerlei verschillende programma’s, maar er zit geen samenhang of hiërarchie in, er is geen integraal beleid. De NOVI-Alliantie is een coalition of the willing: wij gaan het doen en wie mee wil doen, sluit aan!’



Walter Etty: ‘De NOVI-Alliantie is een coalition of the willing: wij gaan het doen en wie mee wil doen, sluit aan!’

Blauwdrukken

Om de opgaven die de NOVI beschrijft aan te pakken, ziet de NOVI-Alliantie veel in RIA's. Maar wie bepaalt die, hoe financier je dat en welke regio’s zijn er eigenlijk? Daar is niet één antwoord op, en dat hoeft ook helemaal niet. ‘We moeten voor elke opgave de beste schaal kiezen,’ vindt Stam. ‘Gemeenten kijken tegenwoordig al vaak over hun eigen grenzen heen. Denken in blauwdrukken die voorschrijven dat je het zus of zo moet aanpakken, is gevaarlijk. Kijk per opgave welke partners je nodig hebt om het op te lossen en ga daarmee om tafel. Dat kunnen provincies zijn, andere gemeenten, waterschappen, private partijen, de wetenschap enzovoort. Onderzoek samen de opgave, dan kom je tot andere en betere oplossingen en kun je bijvoorbeeld budgetten bij elkaar leggen. Een gemeente heeft bijvoorbeeld een onderhoudsbudget voor bepaalde zaken binnen een gebied, een waterschap wil daar een waterberging realiseren en de provincie wil in hetzelfde gebied een fietspad aanleggen. Als ze daarover overleggen, voorkom je dat iedereen langs elkaar heen werkt of botst en krijg je juist koppelkansen. We kunnen nog veel leren van de vroegere ecologische wijken, die werden ontworpen inclusief groen, water en langzaamverkeerroutes en die nu nog steeds goed functioneren.’


Etty wijst erop dat er geen harde grenzen tussen regio’s zijn. ‘Het schaalniveau is afhankelijk van de situatie en van personen. Zoek plekken waar kracht zit en waar men elkaar vindt. Ik heb geen idee hoeveel RIA’s er komen, we bouwen het rustig op.’ Uitzetter geeft een indicatie: ‘Het idee van de RIA sluit goed aan bij de NOVI zelf, we moeten die nationale visie regionaal inkleuren. Het rijk heeft ook al veel taken aan lagere overheden toebedeeld. Je kunt Nederland in ongeveer veertig gebieden verdelen van grotere steden met omliggende gemeenten. In vijf regio’s kijken we nu samen met uiteenlopende partijen welke investeringen er gepland zijn, wat die moeten opleveren en of er mogelijkheden zijn om die te bundelen.’



‘We zullen meer integraal moeten gaan nadenken over de inrichting van Nederland’

‘Zoek plekken waar kracht zit en waar men elkaar vindt’

Desirée Uitzetter: ‘Het zou goed zijn om zeker 10 tot 20 jaar vooruit te kijken’


Bouwen als motor

Bouwen zien de partners in de NOVI-Alliantie als de sleutel tot succes. ‘Bouwen is de motor die alles aanjaagt,’ aldus Uitzetter. ‘De woningbehoefte – en vooral de vraag naar betaalbare woningen – is groot en veel partijen willen daarin investeren. Het is logisch en efficiënt om met het bouwen ook direct de energietransitie, mobiliteit, allerlei voorzieningen, opwaardering van het openbaar vervoer en groen te integreren. Zonder de omvangrijke investeringen in het bouwen is dat veel lastiger en kostbaarder. Het samenbrengen van de investeringsstromen en ook het bouwen speelt vooral op regionaal niveau.’ Stam deelt die mening. ‘Met de bouw hangt heel veel samen. Woningbouw kun je niet los zien van bijvoorbeeld infrastructuur en bereikbaarheid. Het is een opgave die we samen moeten oppakken.’


De bouw kan ook een belangrijke rol spelen in de financiering van integrale plannen, constateert Etty. ‘Projectontwikkelaars bijvoorbeeld dragen vanuit de gebiedsontwikkeling bij aan bekostiging van allerlei voorzieningen, ook infrastructuur. Dat geld ging vroeger vaak naar zaken voor de auto, zoals wegen en parkeerplaatsen. Maar als er heel veel huizen bijkomen, krijgen we meer files en nog vollere treinen, als we niet in het openbaar vervoer en de fiets investeren. Woningbouw, klimaat, natuur en een leefbare stad vragen om snelle uitbreiding van het ov. Maar het kabinet heeft tot 2030 geen extra geld uitgetrokken voor het openbaar vervoer. Rover heeft vorig jaar een concreet plan gemaakt voor bekostiging van lightrail in de noordvleugel van de Randstad. Als daarvoor gemiddeld 10.000 euro per nieuwe woning uit de grondexploitatie kan worden opgebracht, de provincie er hetzelfde bedrag bijlegt en Schiphol het doortrekken betaalt van de Noord/Zuidlijn uit een opslag op de vliegtickets, dan lijkt de businesscase haalbaar. Dat plan is positief ontvangen, onder meer door de NS en ook door projectontwikkelaars, want die bouwen graag op plekken waar goede ov- en fietsvoorzieningen zijn of komen. Die geldstromen kun je samenbrengen met andere investeringen, bijvoorbeeld voor de natuurontwikkeling. Staatsbosbeheer wil het groen graag de wijken in brengen.’


Langere termijn

Uitzetter benadrukt dat projectontwikkelaars logische partners zijn bij de financiering van plannen, maar onderstreept de noodzaak dat ook andere partijen bijdragen. ‘Onze leden nemen vaak de eerste risico’s door bijvoorbeeld locaties te kopen en plannen te ontwikkelen. Vanuit de businesscase dragen ze ook nu al vaak bij aan voorzieningen via afdrachten aan gemeenten en dat zullen ze blijven doen. Maar er is meer nodig om langjarig en integraal samen te werken aan de ruimtelijke opgaven.’


Daarvoor kijkt ze onder andere naar het rijk. ‘Het rijk heeft investeringsprogramma’s voor de langere termijn. Die moeten worden opgeplust. Het rijk moet misschien ook een deel van de taken die aan lagere overheden zijn gedelegeerd weer naar zich toehalen.’ Ook Stam zou graag een grotere betrokkenheid van het rijk zien. ‘Al kun je veel wegzetten bij onder meer de gemeenten, de opgaven waar we voor staan, verbindt het rijk en de regio’s.’ Ze waarschuwt er wel voor, dat de partners elkaar niet moeten gaan tegenwerken. ‘Kijk naar wat er is gebeurd in de zorgsector. Daar is het rijk toch weer met regels gekomen die een regionale aanpak doorkruisen. Dat moeten we voorkomen.’



Monique Stam: ‘Kijk per opgave welke partners je nodig hebt om het op te lossen en ga daarmee om tafel’

Wopke-fonds

Etty ziet mogelijkheden in het zogenoemde Wopke-fonds, het grote investeringsfonds dat minister Wopke Hoekstra van Financiën inricht om de Nederlandse economie duurzaam te versterken. ‘Door onder meer conjunctuurdips weg te poetsen, kun je continuïteit van investeringen garanderen. Op basis van RIA’s kan dat geld bestemmingen krijgen.’ Ook Uitzetter voelt veel voor afspraken op langere termijn. ‘De stabiliteit in onze sector is gebaat bij integraal denken en samen met de overheid, het openbaar vervoer en andere partijen naar de lange termijn kijken. We zouden samen een stabiliteitspact kunnen opbouwen, zodat we meer zekerheid krijgen. Dat is ook goed voor de innovatie in de bouw. Het zou goed zijn om zeker 10 tot 20 jaar vooruit te kijken.’ Stam: ‘We moeten het nu doen, we kunnen niet langer wachten.’ ◼

Deel dit artikel