Ga aan de slag!

Tekst Pieter Verbeek

Beeld Hilbert Krane

Met de Omgevingswet werken gemeenten straks met één omgevingsplan voor activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. In plaats van af te wachten zouden gemeenten er nu al mee aan de slag moeten, stelt jurist omgevingsrecht Annette Zebel-Vaudo van Rho adviseurs.

Annette Zebel-Vaudo: ‘Sommige ambtenaren zijn bezorgd over de wijze waarop ze zich de nieuwe wet eigen moeten maken’

De nieuwe wetgeving dwingt de gemeenteraad om in een omgevingsplan alle voor de fysieke leefomgeving relevante sectorale belangen voor het hele gemeentelijke grondgebied in samenhang te regelen. Dat betekent onder meer dat onderwerpen uit een groot aantal wetten straks in één omgevingsplan terechtkomen en dat bijvoorbeeld het belangrijkste toetsingskader om te bouwen, het bestemmingsplan, verdwijnt.


Als de wet ingaat per 1 januari 2021, hebben gemeenten nog een overgangsfase tot 2029 om hun omgevingsplan op orde te hebben. En die tijd hebben ze nodig, stelt Zebel-Vaudo, die als jurist meewerkte aan de Invoeringswet Omgevingswet. ‘Die transitiefase helpt om stap voor stap grip te krijgen op de nieuwe wet. Gemeenten beseffen echter nog niet genoeg dat ze nu al kunnen starten met het maken van hun omgevingsplannen. Ze hebben het te druk met lopende en urgentere zaken, zoals woningbouw en de stikstofcrisis.’


Sommige ambtenaren zijn dan ook bezorgd over de wijze waarop ze zich die nieuwe wet eigen moeten maken, vertelt Zebel-Vaudo. ‘Natuurlijk is het lastig omdat de wettekst nog niet definitief is. Toch moet je er rekening mee houden dat dit de regelgeving van de toekomst is. Als je nu woningbouw mogelijk wilt maken en je doet dat op basis van de huidige wet- en regelgeving, ben je zo anderhalf tot twee jaar verder voor je een bestemmingsplan af hebt. En dan geldt de nieuwe wet al. Dus waarom niet nu al aan de slag gaan met het omgevingsplan en daarin woningbouw mogelijk maken? Zo leer je al werken op de manier zoals in de Omgevingswet is bedoeld.’


Bredere reikwijdte

‘Want dankzij de Omgevingswet kent het nieuwe omgevingsplan een bredere reikwijdte. Ruimtelijke ordening en milieu worden integraal onderdeel van het omgevingsplan. We toetsen activiteiten die plaatsvinden bij gebiedsontwikkeling niet meer aan het criterium “een goede ruimtelijke ordening” maar aan de “gevolgen voor de fysieke leefomgeving”.’


Hier worstelen veel gemeenten mee, volgens Zebel-Vaudo. ‘Je bent veelal gespecialiseerd in ruimtelijke ordening of in milieu. Ook een uitdaging is dat het onderwerp milieu van gemeenten naar omgevingsdiensten is verhuisd. Dat maakt het organiseren van een wijze van samenwerken noodzakelijk. Dat is ook erg belangrijk bij het maken van omgevingsplannen. Ook dat moet je bij voorkeur samen doen. Er is namelijk niet één format voor een omgevingsplan. Het omgevingsplan is maatwerk. Dat is spannend, maar door juist nu te starten, je erin te verdiepen en het samen te doen, moet het lukken.’


En voegt ze toe: ‘Het kennen van de Omgevingswet is niet het doel, de Omgevingswet is het middel voor de transities die Nederland nodig heeft. Maak dus geen bestemmingsplannen of ruimtelijke onderbouwingen meer, maar ga aan de slag met het omgevingsplan om ontwikkelingen als gasloze woningen mogelijk te maken.’ ◼


Voor contact met Rho adviseurs bel 010-201 8555 of mail naar info@rho.nl

Deel dit artikel