Samen kom je tot betere oplossingen

De crux is om het
grotere geheel te zien

Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Carine Hekker

‘Met de instrumenten van de Omgevingswet kunnen overheden eindelijk samenhang aanbrengen in beleid en uitvoering. Ze worden bovendien uitgedaagd om samen te werken met andere overheden, burgers en het bedrijfsleven. Daardoor is het soms zoeken naar het optimale schaalniveau, zeggen Harm Borgers en Norbert de Blaay, partners bij KokxDeVoogd.

Volgens Norbert de Blaay (l.) en Harm Borgers zal de Omgevingswet overheden veel meer dwingen om na te denken over de rol die ze willen spelen

‘Vanuit overzicht doordringen tot de kern, snel en wendbaar’

‘De Omgevingswet lijkt in eerste instantie vooral een juridische kwestie,’ zegt De Blaay, ‘maar is ook een reden tot samenwerking. Niet alleen in de uitvoering, maar ook bij de vorming van beleidsvisies en de programmering van het werk. De onderwerpen waarover het gaat, houden niet op bij de grenzen van een gemeente of provincie. Denk aan het bouwvolume, de mobiliteit, giftige stoffen, energietransitie en klimaatadaptatie.’


Samen met Harm Borgers adviseert De Blaay over zaken als strategie, governance, organisatieontwikkeling en procesregie. De Blaay: ‘KokxDeVoogd helpt overheden bij complexe opgaven, waarbij samenwerking noodzakelijk is omdat ze het alleen niet meer kunnen. Borgers, specialist op het gebied van de bestuurlijke impact van de Omgevingswet: ‘Veel opgaven in de leefomgeving zijn niet doelmatig te besturen door het ene of het andere bestuursorgaan. De uitvoering van de Omgevingswet beperkt zich ook niet tot de portefeuille van de ene of de andere wethouder of gedeputeerde. De crux is om het grotere geheel te zien en een doel plus rol te kiezen in de lokale situatie. Met de instrumenten van de Omgevingswet kunnen overheden eindelijk samenhang aanbrengen in beleid en uitvoering. Ze worden bovendien meer uitgedaagd om in netwerken te opereren. Met elkaar, met burgers en met het bedrijfsleven.’


Samenspel

De Blaay vult aan: ‘Als een waterschap in een bepaald gebied het waterpeil vaststelt, moet er worden gekeken naar alle gevolgen voor bijvoorbeeld landbouw en natuur. Dat raakt provinciale belangen en het hangt samen met gemeentelijk beleid. Bovendien vinden de mondige burger, boer en ondernemer er ook iets van. Zoiets moet dus zorgvuldig worden bestuurd, samen met alle stakeholders.’ In de woorden van Borgers is dit essentieel: ‘De regels van de Omgevingswet maken samenspel goed mogelijk, maar het is aan de praktijk om dat spel samen goed te spelen.’ ‘Zo is het, samen kom je tot betere oplossingen,’ constateert De Blaay.


‘Het is een paradigmawisseling, die overal in Nederland veel vraagt van de bestuursorganen en hun medewerkers,’ stelt Borgers. ‘Je kiest als bestuur namelijk een andere werkwijze en dat gaat niet vanzelf,’ aldus De Blaay. ‘De overheidsorganisatie is vanouds gewend om beleid te formuleren, regels te stellen en dan te controleren of die worden nageleefd: met handhaving. Dit verdwijnt natuurlijk niet, maar het verandert wel.’ ‘Het motief van overheidshandelen wordt anders,’ legt Borgers uit. ‘Je kijkt meer vanuit het maatschappelijk belang: ik vind dit als overheid belangrijk en ik houd ook rekening met het belang van anderen, en daarom kies ik voor deze oplossing. Dat vraagt om programmatisch en dienstverlenend werken en een nieuw type ambtenaar die regels, instrumenten en procedures toepast in het perspectief van de opgave.’


De Blaay: ‘Het is een mindshift van “nee, tenzij” naar “ja, mits”. Van ambtenaren wordt in de uitvoering nu vaak nog verlangd dat zij regels toepassen, vinkjes zetten en dan constateren of iets wel of niet kan of mag. Straks wordt verlangd dat op basis van de maatschappelijke opgave ruimte binnen de regels ingezet wordt: als iets niet goed gaat, of als een doel moet worden bereikt, hoe kunnen we dat dan oplossen?’


Rollen

Volgens Borgers en De Blaay zal de Omgevingswet overheden veel meer dwingen om na te denken over de rol die ze willen spelen. De Blaay: ‘Als je eenmaal weet wat je als overheid wilt bereiken in de komende tijd, met een richtinggevende visie, kun je een rol uitkiezen die daar het beste bij past. Als je eenmaal een rol hebt gekozen, kun je nadenken over de instrumenten die daar logischerwijs bij horen. Doe je dat niet en weet je niet welke rol je gaat spelen, dan zul je alleen de wet uitvoeren, op de procedures en regels blijven letten, maar dan niet ingegeven door de maatschappelijke opgaven en de doelen van het bestuur.’


Borgers benadrukt dat regels niet verdwijnen. ‘De Omgevingswet kent zelfs nog altijd veel dwingende regels. Maar de wet biedt decentrale overheden meer eigen ruimte om die kaders zelf in te vullen.’ ‘Dat heeft wel een keerzijde,’ merkt Borgers op. ‘Het betekent dat ze op decentraal niveau ook meer verantwoordelijkheid krijgen. Dat zie je nu al terug, bijvoorbeeld als het gaat om het stikstofbeleid. De protesterende boeren reden de eerste dag naar Den Haag, maar vervolgens op de tweede dag naar de provinciehuizen. Dat was niet voor niets de plek om hun zaken te bepleiten.’


‘De bestuurlijke inrichting van Nederland, het Huis van Thorbecke met zijn indeling in rijk, provincies en gemeenten, komt door het flinke aantal decentralisaties onder druk te staan,’ vindt De Blaay. Borgers: ‘Tot nu toe kwam je het Huis van Thorbecke binnen in de hal, het rijk. Daar hangen de kaders, de wetten dus, als het ware rijkelijk geschilderd aan de wand. De provincies kun je dan zien als etages, met kamers voor de gemeenten. Maar die etages zijn door herindelingen inmiddels flink verbouwd, met kamers die veel groter zijn geworden. En door de decentralisatie van taken is het in die kamers ook veel voller. Eigenlijk draaien we door de decentralisatie de indeling van het huis zo langzamerhand om. Als burger kom je direct bij de gemeentelijke kamer binnen en daar vind je ook de regels, de uitvoering en de kans om mee te beslissen.’ De Blaay: ‘Soms kun je zaken beter grootschaliger aanpakken, maar vaak is die decentrale schaal effectief. Zeker als er tussen de kamers wordt samengewerkt en informatie wordt uitgewisseld. Je moet dus steeds zoeken naar het optimale schaalniveau.’


‘Ons bureau heeft als beeldmerk een kolibrie. Het vogeltje heeft grote overeenkomsten met hoe wij ons werk doen,’ zegt De Blaay. ‘Vanuit overzicht doordringen tot de kern van de zaak, snel en wendbaar.’ ◼


‘Het vraagt om een nieuw type ambtenaar’

Deel dit artikel