NOVI is goede eerste aftrap voor gezamenlijk optreden

‘We moeten over sectoren heen durven denken en werken’

Tekst Maurits van den Toorn

Beeld Dimitry de Bruin

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, waarin voor Nederland keuzes worden gemaakt over onder meer verstedelijking, bereikbaarheid, duurzaamheid en natuurbehoud. ‘Het is een nationale visie die met veel partijen is gemaakt, maar die desondanks alleen juridisch bindend is voor het rijk. We gaan met de NOVI geen zaken ‘dichttimmeren’, dat is niet meer van deze tijd,’ aldus Emiel Reiding, directeur Nationale Omgevingsvisie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Emiel Reiding

‘We moeten meer met elkaar naar

oplossingen zoeken’

‘Intrinsieke motivatie is mooier dan een wettelijke verplichting’

De Nationale Omgevingsvisie is wennen voor decentrale overheden, ook al bindt deze die overheden niet. Provincies en gemeenten zijn vrij in het opstellen van hun eigen omgevingsvisies en zijn daar ook al mee bezig. Reiding: ‘Anders dan in de vroegere nota’s over de ruimtelijke ordening is het niet top-down. We hebben nu een horizontaal model waarbij de overheidslagen overleg met elkaar voeren. In de NOVI worden daarom weinig keuzes gemaakt. We geven wel richting, maar laten ruimte voor verdere uitwerking. Dat kan ook niet anders, want die keuzes moeten gebiedsspecifiek zijn. Dat kun je niet vanuit Den Haag bepalen.’


Eigen opdracht

Dirk-Siert Schoonman, heemraad bij waterschap Vallei en Veluwe en bestuurslid van Unie van Waterschappen, is er blij mee dat water ook in de NOVI als ordenend principe wordt gezien, maar vraagt zich af of we wel de juiste keuzes maken om Nederland klimaatrobuust te maken. ‘Het is goed dat de NOVI veel aan het regionale niveau overlaat: elke overheid kijkt vanuit de eigen opdracht tegen knelpunten aan en moet daar antwoorden op vinden. Maar als het om heel grote veranderingen gaat, zoals een forse stijging van de zeespiegel, dan heb je landelijke keuzes nodig. Die kun je nu nog niet altijd maken, maar je moet er wel op voorsorteren. Het rijk mag daar helderder in zijn.’


De NOVI bevat positieve elementen, vindt ook Peter Jasperse, coördinator ruimte, omgevingswet en water bij Interprovinciaal Overleg (IPO). ‘Het is goed dat veel vraagstukken bijeen zijn gebracht en als maatschappelijke opgave worden gepresenteerd, zoals de verstedelijkingsstrategie. Hierin wordt eerst gekozen voor verdichting en daarna voor bouwen nabij knooppunten. Als provincies zeggen we daarbij: verbind daar geen instructies aan, maar ga eerst eens als overheden samen aan de slag. Later kun je dan alsnog zien of er regels nodig zijn. Maar het is jammer dat de NOVI toch nog vooral over ruimte gaat in plaats van over alle in de Omgevingswet vastgelegde elementen van de fysieke leefomgeving. Onderwerpen als luchtvaart en milieu blijven nu nog buiten beeld. De visie is daardoor eigenlijk te beperkt om te voldoen aan de wensen van de wetgever.’


Ook Mario Jacobs, die als wethouder in Tilburg onder meer (duurzame) mobiliteit, natuur en landschap en de Omgevingswet in zijn portefeuille heeft, plaatst kanttekeningen. ‘De NOVI brengt opgaven in beeld die je als rijk of gemeente niet alleen kunt oppakken, het is een goede eerste aftrap voor gezamenlijk optreden.’ Maar onderwerpen worden toch nog te veel sectoraal benaderd, vindt hij. ‘Er komt bijvoorbeeld een aparte luchtvaartnota en er volgt een aparte milieuvisie, terwijl luchtvaart een gigantische impact heeft op de verstedelijkingsopgave in West-Nederland. Daarbij moet je rekening houden met mobiliteit, milieu, gezondheid, klimaat en energie. Stad en land zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’


‘Ook missen er zaken die schuren. Daarmee bedoel ik dat bijvoorbeeld bij de onderwerpen energie en landschappelijke kwaliteit alle partijen tevreden worden gehouden. Je zult duidelijke en transparante keuzes moeten maken of je een bepaald gebied vult met zonnepanelen en windmolens. Dat betekent dat je daar dan niet de landschappelijke kwaliteit zult hebben die je misschien zou willen. Je moet kijken naar slimme combinaties, maar ook een keuze maken.’


Sectorale grenzen

De vele verschillende belangen maken het vinden van oplossingen lastig, juist omdat veel dingen sectoraal zijn georganiseerd. Reiding: ‘We moeten echt heel anders kijken naar de toekomst van ons land, de transities storen zich niet aan sectorale grenzen. Er is meer integratie nodig, omdat de uitdagingen waarvoor we voor staan meer in elkaar grijpen. Dat maakt het ingewikkeld, want we kunnen niet vanuit één invalshoek integreren. We moeten daarom verschillende belangen bij elkaar brengen en meer met elkaar naar oplossingen zoeken. De problemen zijn manifester en de complexiteit is groter dan 10 of 20 jaar geleden. We moeten dus over de sectoren heen durven denken en werken.’


Het land wordt steeds voller en iedereen komt steeds steviger op voor de eigen of sectorale belangen. Dat betekent dat je steeds inventiever moet worden bij het maken van je keuzes. ‘Overleg voeren is daarbij effectiever dan vanuit het rijk een kloek besluit nemen,’ stelt Reiding. ‘Het is bestuurlijk-politiek ingewikkeld en investeren in het begin, in overleg en samenwerking, kost weliswaar tijd maar levert uiteindelijk winst op. De NOVI is ook een cultuurverandering. We kijken over elkaars schutting en zijn ook bereid om in elkaars planten te wieden. Als we het maar van elkaar weten. Het is niet meer een kwestie van je gaat erover of niet, zoals we vroeger vonden.’



‘De NOVI is
een permanent proces’

Peter Jasperse

‘Kijk naar slimme combinaties maar

maak ook keuzes’

Mario Jacobs

‘De NOVI helpt om onze omgevingsvisie

te actualiseren’

‘De Nationale Omgevingsvisie geeft richting en laat ruimte voor verdere uitwerking’

Wat betreft IPO is het goed dat de NOVI een zelfbindend document voor het rijk is zonder doorwerking naar provincies en gemeenten. Jasperse: ‘Als IPO erkennen en onderschrijven we de ambities van de NOVI, maar over de uitwerking ervan willen we een nadere gedachtewisseling met het rijk.’ Hij noemt de aanleidingen voor die wens: ‘De Omgevingswet bepaalt dat er een visie moet komen waarin wordt aangegeven welke belangen provincies en gemeenten kunnen behartigen. Dat is in de NOVI maar gedeeltelijk geslaagd. Er staan nu zaken in over uitvoering die in beginsel door provincies en gemeenten moeten worden gedaan. En sommige dingen zijn niet duidelijk, zo is het rijk soms systeemverantwoordelijk en soms resultaatverantwoordelijk.’


Decentrale visies

Provincies en gemeenten werken allemaal al aan hun eigen, wettelijk verplichte omgevingsvisie of hebben die al gereed. Tilburg heeft in 2015 de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld, vertelt Jacobs. ‘Dat is een structuurvisie die al erg lijkt op een omgevingsvisie onder de Omgevingswet. Het is een visie die meebeweegt met de ontwikkelingen in de stad. De onderwerpen die wij daarin hebben gedefinieerd, komen ook terug in de NOVI. De NOVI helpt ons vervolgens weer bij het actualiseren van onze omgevingsvisie. Die zorgt voor een stevige wisselwerking tussen lokaal en nationaal beleid, net zoals dat het geval is met de provinciale omgevingsvisie.


Waterschappen hebben geen wettelijke verplichting om zelf een visie op te stellen. Ze geven input voor de provinciale en gemeentelijke visies, maar kiezen er soms voor om toch ook zelf een visie op te stellen. Dat geldt onder meer voor Schoonmans waterschap Vallei en Veluwe. ‘Wij hebben een blauwe omgevingsvisie opgesteld, we hadden behoefte aan een helder overkoepelend verhaal, mede omdat we in ons gebied te maken hebben met twee provincies, Gelderland en Utrecht, en 37 gemeenten.’


Een dergelijke visie vanuit een intrinsieke motivatie is eigenlijk mooier dan vanuit een wettelijke verplichting, vindt Schoonman. ‘Ook los van de Omgevingswet moeten we veel integraler aan de slag. Als waterschap hebben we samen met onze partners een overkoepelend verhaal nodig. Kijk naar de watertaken, de stikstofproblematiek, het klimaatprogramma, de droogte van de afgelopen jaren. Je hebt een samenhangend verhaal nodig om oplossingen voor alle problemen te vinden.’


Definitieve versie

De NOVI heeft ter inzage gelegen, wat zo’n 1800 zienswijzen heeft opgeleverd. Daar moet voor het eind van het jaar een reactie van het rijk op komen. Reiding verwacht dat de definitieve versie er in het voorjaar van volgend jaar is. ‘Daarmee is het absoluut niet klaar, het is pas het begin. De NOVI is immers een permanent proces. Het is niet één nota waarin alles voor altijd wordt vastgelegd. Er komen uitwerkingen voor specifieke gebieden en later worden andere onderwerpen erin gevlochten. Monitoring wordt belangrijker, er komt elk jaar een formeel moment voor eventuele aanpassingen. Het kan ook niet anders, de ontwikkelingen in de maatschappij gaan steeds sneller en dat betekent dat je je met het beleid moet aanpassen aan die ontwikkelingen.’


Jacobs tot slot: ‘Ik zie de NOVI en alle provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies als familie, met alle onderlinge verschillen die daarbij horen. Als onderwerpen in de verschillende visies niet met elkaar corresponderen, dan heb je meteen een goede aanleiding te pakken om met elkaar in discussie te gaan en keuzes te maken. Dat is onvermijdelijk, want niet alles kan tegelijk.’ ◼

Dirk-Siert Schoonman

‘Ook los van de Omgevingswet moeten we integraler aan de slag’

Deel dit artikel