Bloei & Groeituin Venserpolder

Bouwen aan vertrouwen

Tekst Katinka Regtien
Beeld Renate Buschman | BLINKfotografie

Bewoners die iets willen met de openbare ruimte in hun wijk, kunnen niet om de nieuwe Omgevingswet heen. Hoe zorgen zij dat ze aan tafel komen bij de gemeente en zelf aan de slag kunnen met de inrichting? In woonwijk Venserpolder in Amsterdam Zuidoost hebben ze er ervaring mee. Daar bevindt zich de Bloei & Groeituin, een groene oase waarin vrouwen uit de buurt hun eigen voedsel verbouwen en lief en leed met elkaar delen.

Ama Koranteng-Kumi (l.) en Gilma Laurence kennen de buurt goed en kunnen veel makkelijker contact leggen met de bewoners

‘De kennis van de gemeente kan buurt­initiatieven naar een hoger plan tillen’

‘Veel vrouwen in Zuidoost hebben het niet makkelijk,’ vertelt initiatiefneemster Ama Koranteng-Kumi van Bloei & Groei. ‘Het zijn vaak alleenstaande moeders die naast de zorg voor hun kinderen hard moeten werken om het hoofd boven water te houden. Dat heeft ook z’n weerslag op hun gezondheid, zowel lichamelijk als mentaal. In de Bloei & Groeituin kunnen deze vrouwen bijkomen van de drukte van alledag en ontstressen. Onze missie is het creëren van groene oases die als healing, food and community garden dienen voor vrouwen die zichzelf, hun omgeving of buurt willen versterken. Dit doen we in buurten en wijken waar dit het hardst nodig is.’


Passie

De binnentuin in Venserpolder – de tweede in Amsterdam – kwam samen met bewoners en wooncorporatie Eigen Haard tot stand en draait inmiddels voor het tweede seizoen. En met succes. Zo’n 30 à 35 vrouwen zijn actief in de tuin. De afgelopen maanden zijn onder andere tomaten, snijbonen, amsoi, bitawiri (Surinaamse groenten, red.), pompoenen, en verschillende kruiden geoogst. Deze nemen de vrouwen mee naar huis en de rest wordt verkocht op een zelfgeorganiseerde buurtmarkt.


‘Wij ondersteunen Bloei & Groei waar dat nodig is,’ vertelt Gertjan Koele van Eigen Haard, eigenaar van het terrein. ‘We hebben een hoveniersbedrijf laten komen om de grond te bewerken, voordat de moestuintjes konden worden aangelegd en een picknicktafel geleverd. Maar het meeste doen de vrouwen echt zelf. Ze hebben bijvoorbeeld zelf de tegelpaadjes aangelegd. Er zit zoveel energie en passie in! Je ziet de vrouwen letterlijk tot bloei komen. Dat is mooi om te zien.’


Bloeicoach

Een belangrijke randvoorwaarde voor Eigen Haard was dat er altijd een tuincoach aanwezig is op de dagen dat de tuin open is. De tuincoach, een medewerker van Bloei & Groei, brengt de groene kennis over en begeleidt de vrouwen. Daarnaast is er ook een bloeicoach, die regelmatig op de tuin komt, een luisterend oor biedt en workshops persoonlijke ontwikkeling geeft. Een andere voorwaarde was dat de bewoners van blok 10 ook betrokken werden. Dat werd een win-winsituatie.


Een van de bewoners die vanaf het eerste uur bij de tuin betrokken is, is Gilma Laurence. Koranteng-Kumi herinnert zich nog goed dat zij voor het eerst op de tuin kwam: ‘Ze kwam naar me toe en vroeg letterlijk: “Wat kan ik voor je doen?” Dat vond ik heel bijzonder, juist hier in Zuidoost, waar iedereen toch vaak voor z’n eigen plekje vecht.’ Behalve dat ze actief is in de tuin doet Laurence nog veel meer voor de buurt. ‘Ik had een droom. Ik wilde iets doen voor de kinderen in de wijk. Sport en spel aanbieden en samen werken aan een betere buurt,’ vertelt ze gepassioneerd. Ze zette in haar eentje Stichting SES op, waarbij SES staat voor South East Stars, maar ook voor Sport en Spel. Inmiddels bestaat de stichting uit een heel team van vrijwilligers dat van dinsdag tot en met vrijdagmiddag allerlei activiteiten organiseert voor kinderen uit de buurt.


Vertrouwen

Op de vraag wat de rol van de gemeente is bij dit soort initiatieven, antwoordt Laurence: ‘De gemeente, in dit geval het stadsdeel Zuidoost, is natuurlijk belangrijk als het gaat om subsidies. Maar wat ik belangrijker vind, is de kennis en het netwerk waarover zij beschikken. Die heb je nodig om succesvolle buurtinitiatieven naar een hoger plan te tillen en uit te breiden naar andere buurten. Tegelijk hebben zij ons, de veldwerkers, nodig bij het opzetten van projecten. Wij kennen de buurt goed en kunnen veel makkelijker contact leggen met de bewoners.’


Dat het in de praktijk nog niet altijd zo werkt, heeft volgens de dames vooral te maken met de manier waarop het georganiseerd is. ‘Wat we vaak zien is dat er een projectteam van buiten wordt ingevlogen, met een mooi projectplan en een flinke zak geld. Terwijl we hier in Zuidoost mensen hebben die over dezelfde kennis beschikken. Of er wordt een pilot opgestart die vervolgens na twee jaar stopt. Op die manier kun je geen duurzaam effect sorteren. Je moet eerst bouwen aan vertrouwen, wil je de bewoners meekrijgen. Dat kost tijd.’


Was de gemeente nog niet betrokken bij de totstandkoming van de moestuin in Venserpolder, inmiddels werkt Koranteng-Kumi wel met hen samen. Samen met het projectteam Ontwikkelwijken en Buurtwerkkamer De Handreiking zette ze de derde Bloei & Groeituin op, aan de Hoptille, eveneens in Amsterdam Zuidoost. ‘Het contact met het projectteam verloopt heel prettig. Ze hebben deuren voor ons geopend, zodat dingen sneller gaan. Ze zien ook wat er nodig is in zo’n buurt en dat het juist van initiatieven zoals die van ons moet komen.’ Ook is ze met hen in gesprek over een nieuwe locatie voor Bloei & Groei en meerdere moestuinen in de buurt, zoals bij het Boeninhuis aan de Barbusselaan, waar Stichting SES huist. ‘Het zou heel mooi zijn als we onze kennis en expertise kunnen bundelen en samen met de wooncorporatie en de gemeente daar een nieuwe moestuin kunnen beginnen. Zodat we nog meer vrouwen kunnen bereiken!’ ◼


‘Je moet eerst bouwen aan vertrouwen, wil je de inwoners meekrijgen’

Deel dit artikel