‘Trots op de Omgevingswet’

Toekomstvast instrumentarium voor aanpak maatschappelijke opgaven

Tekst Marc Notebomer

Beeld Hilbert Krane

De Omgevingswet gaat niet alleen over minder en eenvoudigere regels voor de fysieke leefomgeving. Ook biedt de wet een instrumentarium om grote, maatschappelijke opgaven als duurzame ontwikkeling, de energietransitie en de woningbouwopgave aan te pakken. Rosemarie Bastianen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Jan van den Broek van VNO-NCW en MKB-Nederland zijn trots op wat er is bereikt. ‘Met de systematiek van de wet kunnen we nog lang vooruit.’

Met wet- en regelgeving liggen we goed op koers, aldus Rosemarie Bastianen en Jan van den Broek

‘Met een botsproef toetsen we onze ideeën in de praktijk’

Rosemarie Bastianen is directeur van Eenvoudig Beter, het BZK-programma dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de Omgevingswet. Ze houdt zich al zo’n 8 jaar met ‘de stelselwijziging’ bezig. Wanneer het idee voor de Omgevingswet is ontstaan, vindt ze lastig te zeggen. ‘Het begint met gedachtevorming, een essaybundel en mensen die zeiden: moeten we niet eens iets doen? Maar dat er een programmadirectie is gekomen, was begin 2011.’


‘Het is begonnen met de zogenoemde herijkingsbrief van minister Dekker en staatssecretaris Van Geel van VROM,’ vult Jan van den Broek aan. Als senior legal counsel en omgevingsjurist bij VNO-NCW en MKB-Nederland was hij de afgelopen jaren intensief bij de ontwikkeling van de Omgevingswet betrokken. ‘In die brief werd voor het eerst gesteld: er is zoveel wetgeving, die moeten we samenvoegen. Daaruit is uiteindelijk de Wabo voortgekomen. Die vormt samen met de Crisis- en herstelwet de opstap voor de Omgevingswet.’


‘Met de Omgevingswet wordt het er een stuk eenvoudiger op,’ aldus Van den Broek. ‘De bundeling van regels brengt het aantal artikelen waarmee bedrijven te maken krijgen terug van 4700 naar bijna 700. En de 60 algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) worden er nog maar 4. Neem bijvoorbeeld het huidige Activiteitenbesluit; dat is vrij lastig te lezen. In de Omgevingswet wordt dat vervangen door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en daar zit een soort gebruiksaanwijzing bij. Je volgt de stappen in die gebruiksaanwijzing en je weet welke regels er voor je bedrijf gelden. Het is niet langer nodig het Bal van kaft tot kaft te lezen.’


Ook voor bijvoorbeeld gemeenten scheelt het veel werk, aldus Bastianen. ‘Als je nu een bestemmingsplan wilt maken, moet je er tientallen wetten, AMvB’s en regelingen op naslaan. Je hebt zoveel bij elkaar te zoeken dat ik me telkens weer verbaas. Dat daar nog een goed bestemmingsplan uitrolt, vind ik knap. In de nieuwe situatie vind je alles op één plek. En daar staat dan alles wat je nodig hebt onder elkaar. Het is een heel gebruiksvriendelijke wet en alles is geharmoniseerd. Er zijn bijvoorbeeld ook nog maar zes kerninstrumenten. Voorheen waren het er veel meer die allemaal net even anders waren.’


Botsproef

Om het draagvlak en de uitvoerbaarheid van de Omgevingswet te vergroten, heeft Eenvoudig Beter de afgelopen jaren intensief samengewerkt met andere partijen. Bastianen: ‘We hebben vijf zogenoemde preferente partners: VNO-NCW en MKB-Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en de samenwerkende natuur- en milieuorganisaties. Als we regels maken, schakelen we al heel vroeg met de praktijk. We hebben de “botsproef” uitgevonden waarmee we toetsen of onze ideeën in de praktijk werken. Zo zijn we de wet met elkaar aan het maken. Dat is belangrijk, want het is een grootschalige operatie die we niet alleen met draagvlak willen uitvoeren, maar die ook moet leiden tot uitvoerbare regels die hun doel bereiken.’


Toch wordt niet iedereen blij van de vereenvoudiging van het stelsel. Van den Broek: ‘Sommige betrokkenen worden ongerust van wetten schrappen. Ze hebben behoefte aan zekerheid en zijn bang dat het niet goed gaat als de overheid het niet regelt.’ ‘Een categorie die we schrappen is good housekeeping voor bedrijven,’ vult Bastianen aan. ‘Onder het huidige recht verplichten we ondernemers bijvoorbeeld om een lekbak onder een opslagtank te zetten. Maar ook dat die lekbak niet mag overstromen en schoon moet worden gehouden. Is dat noodzakelijk? Kom op zeg, dat is een kwestie van eigen verantwoordelijkheid.’


‘Vertrouw op het eigen initiatief van ondernemers en hun inzicht in het eigen bedrijf,’ zegt Van den Broek. ‘Pas daarna kun je via de zorgplicht in de Omgevingswet ingrijpen. Ga ervan uit dat ondernemers het goede willen in plaats van proberen hun hand te lichten met de regels.’


Maatschappelijke doelen

De Omgevingswet gaat niet alleen over minder en eenvoudigere regels voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het gaat ook om maatschappelijke doelen: wat willen we met de wet bereiken? En dan komen opgaven als een gezonde leefomgeving, duurzame ontwikkeling, de energietransitie, de woning­­bouwopgave en ruimte voor initiatief om de hoek kijken. Bastianen: ‘De Omgevingswet biedt het instrumentarium om die opgaven op te pakken, niet alleen los van elkaar, maar ook in samenhang en vanuit wat er in een gebied nodig is. Leuk, zo’n wet maar je doet het om iets in de buitenwereld te realiseren.’


Van den Broek: ‘Het gaat om wat het ministerie een paradigmawisseling noemt, om een andere visie op de leefomgeving. Niet alleen maar: wat mag er niet. Maar vooral: wat kan er wel. En met als belangrijkste basisvoorwaarde: oog voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.’


Toekomstvast

Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. ‘Als we van tevoren hadden geweten wat ons te wachten stond, waren we er misschien wel niet aan begonnen,’ zegt Bastianen lachend. ‘Het is echt een groot werk geworden, groter dan iedereen had gedacht. Maar we hebben ook veel meer gedaan dan iedereen had gedacht. Als je er eenmaal aan begint, moet je het ook goed doen. Als het gaat om wet- en regelgeving, liggen we goed op koers. Ook de Eerste en Tweede Kamer hebben inmiddels een ambitieus tijdpad. Aan de implementatiekant moet er nog wel wat gebeuren, bijvoorbeeld aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Gelukkig zijn gemeenten onder de Crisis- en herstelwet druk aan het oefenen met de mogelijkheden die de Omgevingswet straks biedt. Daarnaast maken ze vooruitlopend op de wet alvast omgevingsvisies.’ Van den Broek: ‘Bovendien beschikken gemeenten over de nodige ervaring. Ze kunnen al vergunningen verlenen of plannen voor de fysieke leefomgeving ontwikkelen. Het is niet zoals bij het sociaal domein. Dat was nieuw voor ze.’


Hoe duurzaam is de Omgevingswet? ‘De systematiek van de wet is toekomstvast,’ zegt Bastianen. ‘De instrumenten, de wijze van harmonisatie, de mogelijkheid om aan de voorkant integraal af te wegen. Wijzigingen van AMvB’s zullen er waarschijnlijk wel snel komen. Als het gaat om klimaatverandering of de energietransitie, zijn recent immers akkoorden gesloten, maar wat betekent dat voor de regels? Dat zit nu nog niet in de Omgevingswet en kan over anderhalf jaar dus tot wijzigingen leiden.’ Ook Van den Broek beaamt: ‘Met de essentie van de Omgevingswet kunnen we nog heel lang vooruit.’ ◼

Deel dit artikel