Pluim aan LCH

Tekst Maurits van den Toorn Beeld Hilbert Krane

In een heel korte periode is het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) opgezet. ‘Met veel adrenaline hebben we binnen een paar weken een goede organisatie opgebouwd, met voldoende voorraden voor een tweede golf,’ zegt André Brand, bestuurder van HilverZorg. Voorzitter van de raad van bestuur van het Flevoziekenhuis Anita Arts vult aan: ‘Als ziekenhuisbestuurder heb ik me echt gesteund gevoeld doordat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de zorginstellingen in staat heeft gesteld veilig te werken. Secretaris-generaal van VWS Erik Gerritsen is vooral trots dat ‘we dat hebben gedaan in een tempo dat we van de overheid niet gewend zijn.’

Door de handen succesvol ineen te slaan wisten de betrokkenen bij het LCH meer dan voldoende PBM naar Nederland te krijgen. Op de foto: minister Martin van Rijn voor Medische Zorg bij een perspresentatie in het distributiecentrum van het LCH

Erik Gerritsen ‘Dat zaken misgaan, is niet te vermijden’

‘Van wie het idee voor het LCH precies kwam is niet eens meer na te gaan,’ zegt Erik Gerritsen. ‘We zijn gewoon begonnen zonder een formele structuur, het was een nauwelijks geformaliseerde PPS-constructie (publiek-private samenwerking, red.) waarbij het ministerie garantstellingen voor marktpartijen leverde. Wij lieten de mensen doen wat nodig was – kopen, kopen, kopen – en gaven ze daarvoor rugdekking. We vroegen hulp en we kregen het, zorginstellingen stuurden hun beste inkopers en mensen van SkyTeam (allantie van samenwerkende luchtvaartmaatschappijen, red.) zorgden ervoor dat de spullen hierheen kwamen. Het moest allemaal snel: spullen kopen, zorgen dat de kwaliteit deugt en zorgen dat het hier komt – eerst per vliegtuig en later toen de acute nood over was per boot en trein.’

Communiceren André Brand was in mei en juni 2 maandenlang een van de twee managers van het LCH. Het was op het hoogtepunt van de hectiek. ‘Niemand wist wat er op ons afkwam. We moesten zorgen dat er altijd voldoende beschermingsmiddelen waren, maar niemand wist hoeveel en voor hoelang. Iedereen had behoefte aan beschermingsmiddelen terwijl er maar een paar fabrieken zijn, dus de prijzen liepen op, het was een turbulente markt. Wat bij ons in de pakhuizen terechtkwam was 100 procent goed en gecertificeerd, maar we zagen dat door ons afgekeurde partijen opnieuw werden aangeboden en elders terechtkwamen. De normale markt liep deels wel door, maar met inferieure producten.’

Anita Arts is bij het LCH betrokken geraakt namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, samen met Frida van den Maagdenberg en Gabriël Zwart namens de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra. ‘Ik zat in een klankbordgroep als een sparringpartner voor degenen die het LCH zijn gaan runnen. Mijn rol was ervoor zorgen dat alle ziekenhuizen hiervan wisten en zich lieten helpen. Dat betekende vooral communiceren tussen de ziekenhuizen en het LCH, en zeker ook laten blijken hoe ontzettend blij we als ziekenhuizen waren met wat de mensen van het LCH deden.’ Aanvankelijk was er nogal wat negatieve publiciteit. Zo kregen mensen die spullen aanboden vaak pas na lange tijd een reactie. Gerritsen snapt wel hoe dat komt: ‘We kregen elke dag honderden mailtjes, het waren er zoveel dat we die aanvankelijk niet allemaal konden beantwoorden; later ging dat beter. Overigens ging het bij die aanbiedingen in meer dan 90 procent om windhandel of om spullen van slechte kwaliteit.’

Kritiek Ook was er kritiek op de tekorten in verpleeghuizen. Brand: ‘Ja, dat klopt, maar bedenk dat het in de hectiek van de eerste fase niet zo onlogisch was dat alle aandacht naar de ziekenhuizen en de IC’s uitging. We hadden het doembeeld van Italië voor ogen, we vreesden dat er bij de deur van de IC keuzes gemaakt moesten worden. Er was schaarste en we moesten kiezen waar de hulpmiddelen heen gingen. Nu de grote drukte is weggeëbd is er tijd om terug te blikken en na te denken over wat goed ging en wat een volgende keer anders kan. Dat valt nog niet mee, vindt Gerritsen: ‘Eigenlijk zit ik er nog te veel middenin om daar nu al antwoord op te kunnen geven. Het belangrijkste blijft wat mij betreft dat we hebben geacteerd, ook op dingen waar we niet voor waren. Ik ben er trots op dat we dat hebben gedaan in een tempo dat we van de overheid niet gewend zijn. Natuurlijk zijn er zaken misgegaan. Dat is onvermijdelijk, gezien de hectiek. Zo hebben we geleerd dat we niet voorbereid waren op alle just in time-leveranties en de afhankelijkheid van Azië. Daar moeten we vanaf.’

Anita Arts ‘Het is moedig van VWS om de leiding te nemen’

André Brand ‘We moeten vasthouden wat we nu hebben’

Adrenaline Brand heeft vooral positieve ervaringen. ‘In een heel korte periode is vanuit het niets een samenwerkingsverband opgezet. Met veel adrenaline hebben we binnen een paar weken een goede en homogene organisatie opgebouwd, die daarna gaandeweg is uitgebouwd tot een “echte” organisatie met inmiddels voldoende voorraden voor een tweede golf. Ik ben hierdoor een pleitbezorger geworden van veel meer samenwerking in de zorg; waarom zou je als organisatie alles zelf moeten inkopen? We moeten echt proberen om vast te houden aan wat we nu hebben.’ Hij heeft twee aandachtspunten voor de toekomst. ‘Het was lastig om van tevoren te bepalen welke kwaliteit producten we moesten bestellen. We hebben sommige normeringen aan elkaar gelijkgesteld omdat we niet altijd precies konden krijgen wat we wilden. Door de schaarste moesten we vaak heel snel beslissen en daardoor viel de kwaliteit weleens tegen. Voor een volgende keer zou ik er daarom voor pleiten om eerder te bepalen welke normeringen we precies willen hanteren en wat we precies willen kopen. En als tweede punt: we moeten beter kijken naar de hele breedte van de zorg, dus ook naar verpleeghuizen, de thuiszorg, enzovoort.’ Dat laatste is Arts van harte met hem eens: ‘We moeten nog preciezer alle sectoren van de zorg actief erbij betrekken en zorgen dat ze allemaal vertegenwoordigd zijn. Ook is er nu tijd om de organisatie te professionaliseren, met meer duidelijkheid over de positie en de rol van de deelnemers. ‘Het is logisch dat je dat in the heat of the moment niet kunt doen, maar nu kan het wel voor er mogelijk opnieuw topdrukte ontstaat.’ Arts wil een pluim geven aan het ministerie: ‘Ik vind het heel moedig van VWS om hier zo de leiding in te nemen. Als ziekenhuisbestuurder heb ik me echt gesteund gevoeld doordat het ministerie de zorginstellingen met het LCH in staat heeft gesteld in deze bijzondere omstandigheden veilig te werken. Dat is een compliment waard.’ ◼

Deel dit artikel