LCH pakt de handschoen op

Snelle deals onder hoge druk

Van links naar rechts: Pieter Völker, Gerwin Meijer en Peter Prenger

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Hilbert Krane

Het acute tekort aan hulpmiddelen betekende een zoektocht naar nieuwe bronnen in Azië. Maar hoe vind je middelen van de juiste kwaliteit op een oververhitte wereldmarkt? ‘De hele wereld dook op dezelfde hulp­middelen. Dan is het echt even chaos.’

Het merendeel van het land maakte zich nog weinig zorgen, toen eind februari het eerste officiële geval van corona gesignaleerd werd in Nederland. Bij de universitaire ziekenhuizen zag men echter al snel dat er een probleem ontstond voor de levering van bepaalde productgroepen uit China, zegt Gerwin Meijer, bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) verantwoordelijk voor de coördinatie van de aanschaf en handel in hulpmiddelen. ‘Reguliere leveranciers waren aanvankelijk behoorlijk laks met het onderkennen van de toch al duidelijke risico’s. Wij zagen onvoldoende een gevoel van urgentie om zo snel mogelijk tot actie over te gaan. Toen het LCH eenmaal opgericht was, hebben we gelukkig snel kunnen opschalen.’

Hectische opstart Waar ziekenhuizen onder normale omstandigheden direct hulpmiddelen inkopen bij zogeheten A-leveranciers, bleek dat tijdens de crisis niet meer mogelijk. ‘De voorraden van onze A-leveranciers droogden al snel op,’ vertelt Meijer. ‘Dus zijn we doorgeschakeld naar handel, om direct in te kopen in het Verre Oosten.’ Door tegelijkertijd eigen productielijnen op te zetten hoopte het LCH te voldoen aan twee doelstellingen: de acute nood ledigen en een noodvoorraad opbouwen. Maar hoe vind je hulpmiddelen in een oververhitte markt, waar de hele wereld probeert zaken te doen? ‘Iedereen dook op dezelfde spullen, dus het was noodzakelijk om ook leads op te volgen van bedrijven die zichzelf aanboden,’ zegt Peter Prenger, één van de traders van het LCH. ‘Je zoekt bedrijven die kunnen leveren tegen een acceptabele prijs en die de juiste testrapporten kunnen overleggen. We begonnen met een enorme batterij aan potentiële producenten, van een Disney-fabriek tot een fabriek waar normaliter tandpasta wordt gemaakt. Soms was de kwaliteit onacceptabel, maar we zijn ook af en toe blij verrast.’

Aanvankelijk zat er soms niets anders op dan genoegen te nemen met een iets lagere kwaliteit dan gewenst. ‘Bepaalde normeringen, bijvoorbeeld van de fit van mondmaskers, weken wel wat af van wat wij gewend waren,’ vertelt Prenger. ‘Wij eisen gewoonlijk een infiltratieniveau van het mondmasker van 98 procent, maar China gaat uit van 95 procent. Dat zijn kleine nuances waarmee je nog goed uit de voeten kunt. Het wordt een ander verhaal als er bijvoorbeeld schimmel in de mondmaskers zit.’ Ook het sluiten van deals bleek in crisistijd in vrijwel elk aspect af te wijken van de reguliere werkwijze. ‘Allereerst was er de enorme tijdsdruk,’ zegt Pieter Völker, eindverantwoordelijke van het team Trade bij het LCH. ‘In heel korte tijd moesten we certificaten beoordelen op juistheid. Na een tijdje hadden we mensen in China die naar de fabrieken gingen om controles uit te voeren, maar in het begin waren die er niet. Daarnaast plaatsten we orders met een aanbetaling, wat je gewoonlijk niet snel doet. We moesten heel ad hoc denken en handelen. Wie het eerst een order plaatste en het snelst een aanbetaling deed, had een productieslot te pakken. Met een fabriek spraken we dan af: als de kwaliteit goed is, kun je rekenen op repeat orders. Zo bouwden we aan een vaste toestroom van hulpmiddelen.’

Mandaat In de beginfase van de crisis hielp het niet mee dat de beste fabrieken in China al snel gealloceerd werden door de Chinese overheid. ‘Die mochten alleen nog maar aan China zelf leveren,’ legt Meijer uit. ‘Dat is een begrijpelijke reflex, maar die zorgt er wel voor dat de hele wereld aangewezen is op mindere producten. Het ene land gaat daar makkelijker mee om dan het andere, maar het is echt chaos, op zo’n moment. We moesten ook zo snel handelen dat er simpelweg geen tijd meer was voor een Europese aanpak.’ Pieter Völker onderschrijft dat de missie van het LCH eerder had kunnen beginnen, maar roemt de snelheid waarmee uiteindelijk gehandeld is. ‘Op 19 maart kregen we een briefing, een week later kwamen de eerste spullen al binnen. Het mandaat van het LCH was heel goed geregeld, waardoor we snel orders konden plaatsen.’

Om een noodvoorraad te blijven opbouwen voor de nog altijd onzekere toekomst komen momenteel nog steeds hulpmiddelen aan in Nederland. ‘Uit onze berekeningen blijkt dat onze uiteindelijke voorraad in principe toereikend is om nog twee keer een golf als de eerste golf aan te kunnen,’ zegt Meijer. ‘Alleen onderzoekshandschoenen zijn nog een probleem. De markt daarvoor is op wereldschaal nog steeds ernstig verstoord en het is hartstikke lastig om die zelf te maken.’ Dat weerhoudt Prenger er niet van om de productie van handschoenen toch naar Nederland te halen: hij is momenteel bezig zijn eigen productielijn voor onderzoekshandschoenen op te zetten. ‘Het werk bij het LCH heeft mij ook persoonlijk veel gebracht, namelijk ontwikkeling en vooral reflectie,’ legt Prenger uit. ‘De tekorten die we hadden zijn een gevolg van het alles willen uitbesteden aan lagelonenlanden. Nederland is maar een klein vlekje op de wereldkaart. We zouden er daarom denk ik goed aan doen minder afhankelijk te zijn van Azië. Daarom heb ik besloten zelf de handschoen op te pakken.’ ◼

Deel dit artikel