Op zoek naar oplossingen en snelle wegen

In het belang van Nederland

Pieter-Jan Jongeling (b.) en Arjen Linders (o.) wilden graag helpen om medische beschermingsmiddelen te sourcen

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Hilbert Krane

Bij de oprichting van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) twijfelden Mediq en OneMed geen moment. De twee bedrijven, in het dagelijks leven concurrenten van elkaar, sloegen de handen ineen. Door spelregels af te spreken en elkaars expertise maximaal te benutten, wisten de concurrenten te komen tot een vruchtbare samenwerking.

'Lokale kennis van wereldmarkten kwam goed van pas'

Door de uitbraak van het coronavirus moest het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) dingen doen die het nooit eerder had gedaan, zegt Pieter-Jan Jongeling, algemeen directeur van OneMed. ‘VWS was niet gewend om in een crisissituatie overal ter wereld medische beschermingsmiddelen te sourcen, terwijl wij dat op dagelijkse basis doen. Daarom boden we graag onze expertise aan.’ Ook Arjen Linders, algemeen directeur van Mediq Benelux, wilde direct helpen. ‘Het bedrijfsbelang is op zo’n moment niet belangrijk, het gaat om het belang van Nederland.’

Spelregels Om dat belang te waarborgen en te zorgen dat de juiste beschermingsmiddelen zo snel mogelijk in Nederland aan zouden komen, besloten OneMed en Mediq om onder regie van VWS samen te werken. Maar niet voordat ze enkele spelregels hadden afgesproken. ‘Er is een aantal risico’s wanneer concurrenten samenwerken,’ zegt Jongeling. ‘We zouden distributie verzorgen die andere leveranciers ook hadden kunnen doen. Dat had je kunnen zien als concurrentiebeperking. We hebben daarom met het ministerie en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) afspraken gemaakt over samenwerkingsverbanden tussen concurrenten in crisistijd. Onderling spraken we bovendien af dat we zonder winstoogmerk zouden werken en volledig transparant zouden zijn. Door dat soort zaken vast te leggen, werd het ook aantrekkelijker en eenvoudiger voor andere bedrijven om aan te sluiten.’

Lokale kennis ‘Je kunt dit alleen maar samen doen,’ zegt Linders. ‘Iedereen die dacht een bijdrage te kunnen leveren, was welkom. Ieder bedrijf brengt zijn eigen expertise mee. Wij zijn groot bij zorginstellingen, OneMed is juist sterker in ziekenhuizen en bij ambulances. Door specifieke expertise van iedere partij in te zetten, konden we zo effectief mogelijk helpen.’ Lokale kennis van verschillende wereldmarkten kwam daarbij goed van pas. OneMed en Mediq opereren in verschillende landen en kopen wereldwijd producten in, waardoor ze in verschillende landen een breed netwerk konden inzetten. Ook in het crisiscentrum in Leusden merkten Jongeling en Linders dat het handig was om elkaar aan tafel te hebben. ‘Ik vond het prettig dat er open en transparant overleg met Pieter-Jan plaats kon vinden. Wanneer bleek dat bepaalde problemen in de levering of logistiek ontstonden, kon samen naar oplossingen gezocht worden,’ zegt Linders. ‘Dan reflecteer je samen en ga je zoeken naar oplossingen, brainstormen over de mogelijkheden. Met de contacten van de één en de netwerken van de ander vind je altijd snelle wegen. Alleen ben je soms niet in staat om het op te lossen, maar samen kun je werkelijk het verschil maken.’

Onmerkbaar en onmisbaar OneMed en Mediq wilden niet te koop lopen met hun rol bij het LCH en hebben het er in de media zo min mogelijk over. ‘We hebben ons heel bewust op de achtergrond gehouden,’ legt Linders uit. ‘Wij waren onmisbaar, maar wilden onmerkbaar opereren.’ Daarom werd ook goed gelet op de rolverdeling binnen het LCH. Jongeling, Linders en andere directeuren gaven advies, maar de overheid diende de besluiten te nemen. ‘Er mag ook geen discriminatie in informatie zijn,’ zegt Jongeling. ‘Wij beperkten ons tot de producten die wij moesten leveren. Naar eer en geweten hebben wij ons werk gedaan, waarbij we de besluiten hebben overgelaten aan het dagelijks bestuur van het LCH.’ ‘In het begin was ik daar ook wel huiverig voor, dat gezegd zou worden dat wij van het LCH zouden profiteren of exclusief zouden werken,’ zegt Linders. ‘Maar we hebben onze concurrenten erbij gevraagd en op transparante wijze samengewerkt.’ Hij vond het pijnlijk om te zien dat bepaalde partijen zoveel geld verdienden aan de coronacrisis. ‘Sommige mondmaskers gingen voor zes, zeven keer de reguliere prijs over de kop. Ethisch gezien ben ik blij dat wij niet hebben meegedaan aan die prijsrace. Wij hebben het maximale gedaan om te helpen, niet om eraan te verdienen.’

‘Het is goed dat we niet hebben meegedaan aan de prijsrace’

Perfecte improvisatie De medewerkers van beide bedrijven zijn blij om te kunnen bijdragen aan de strijd tegen corona, maar Linders wil niet spreken over trots. ‘Het was heel heftig. Het ging echt om mensenlevens. Liever was ik 3 maanden eerder begonnen, zodat we voorbereid waren geweest. Maar dit had niemand zien aankomen.’ Volgens Jongeling is reflectie op het eigen handelen daarom raadzaam. ‘We hebben naar omstandigheden perfect geïmproviseerd, maar het LCH is wel een noodmaatregel geweest. We moeten nu op een structureler niveau analyseren hoe we ons het beste kunnen voorbereiden op een volgende pandemie. Men spreekt ervan om een nationale ijzeren voorraad aan te leggen, maar dat is, denk ik, niet de beste oplossing. Het heeft niet veel zin om een pand te hebben met stilstaande producten. Er zijn varianten denkbaar. Hoe gaan we nou echt verder, hierna?’ ◼

Deel dit artikel