Maak jongeren
digisterker

Hoe word je wegwijs in de wereld van de e-overheid?

Tekst Pieter van den Brand

Beeld Stichting Digisterker

Jongeren wegwijs maken als het gaat om de digitale overheid. Dat is hard nodig, vindt Stichting Digisterker, vooral bij laagopgeleide jongeren. Binnen de beleidsagenda
NL DIGIbeter komt deze groep niet eens aan bod. ‘Gelukkig neemt het bewustzijn toe. De eerste stap naar een andere inrichting van de elektronische dienstverlening aan jongeren moet echter nog worden gezet.’

‘Niet iedere jongere kan terugvallen op zijn ouders’

Vliegensvlug een appje versturen, een spelletje doen, een videootje uploaden naar YouTube of een plaatje posten op Instagram. Jongeren zijn vergroeid met hun smartphone. Toch schort er nog wat aan hun digitale souplesse. Met de ‘lifestyle-vaardigheden’ zit het wel snor. Tal van onderzoeken tonen echter aan dat jongeren tekortschieten als het om digitale informatievaardigheden gaat. Denk aan het zoeken van een baan, het afsluiten van een zorgverzekering via internet en last but not least het regelen van zaken met de digitale overheid.


Vanaf hun vijftiende komen jongeren steeds meer in aanraking met de overheid, bijvoorbeeld als ze een identiteitskaart nodig hebben of studiefinanciering aan willen vragen. Dan komt het aan op andere digitale ‘kunstjes’, die een grote groep jongeren ontbeert. Directeur Piet Boekhoudt en programmaleider jongereneducatie Angeliek van der Zanden van Stichting Digisterker spreken zelfs van een tweedeling in de maatschappij. ‘Er ontstaat een nieuwe klasse van burgers die niet in staat is haar digitale zaken te regelen,’ waarschuwt Boekhoudt, ‘ook niet die met de overheid.’ De in 2014 opgerichte Stichting Digisterker, die samenwerkt met onder meer de Koninklijke Bibliotheek en de Belastingdienst, ontwikkelt educatief lesmateriaal over het gebruik van de e-overheid. Via een landelijk netwerk van scholen en bibliotheken kunnen volwassenen en jongeren cursussen volgen om hun overheidszaken via internet snel en gemakkelijk te regelen, van het aanvragen van een paspoort tot het aanmelden op MijnOverheid.


Jongeren die elkaar helpen, dat werkt heel goed

‘Scholen doen incidenteel
aan digitale geletterdheid’

Riskant

Vooral jongeren in het vmbo en mbo zijn onvoldoende ‘digitaal geletterd’. ‘Om op internet de juiste informatie te vinden, moet je een geschikte zoekvraag formuleren met goede trefwoorden. Zoiets moet je leren,’ vertelt Van der Zanden. ‘Ben je aan het googlen, dan zijn de eerste hits niet automatisch de beste. Je moet in staat zijn online informatie kritisch te beoordelen. Hoe weet je of je op een betrouwbare overheidssite zit? Staat er een slotje vóór het webadres? Jongeren zijn gauw geneigd privacygevoelige informatie weg te geven. Dat kan riskant zijn.’


‘De websites van de overheid bevatten bovendien veel terminologie en ingewikkeld taalgebruik. Dan haken jongeren die laag zijn opgeleid al snel af. Ze zijn daardoor niet goed op de hoogte van regelingen die voor hen beschikbaar zijn. Ook vinden ze het moeilijk om op een goede manier gebruik te maken van de websites en apps van overheidsorganisaties waar deze regelingen zijn terug te vinden. Niet iedere jongere kan terugvallen op een ouder of andere opvoeder die hem of haar kan helpen. Het is zonde als ze geld laten liggen. Je ziet dat er flinke schulden kunnen ontstaan. Het niet tijdig stopzetten van studiefinanciering of de studentenreiskaart kan stevige financiële consequenties hebben.’


Intussen moet de overheid jongeren als doelgroep nog echt ontdekken, constateren Boekhoudt en Van der Zanden. Binnen beleidsagenda NL DIGIbeter komen jongeren en jong-volwassenen niet aan bod. De zoekterm ‘jongere’ levert in de online omgeving en het document zelfs nul resultaten op. ‘Dat is opmerkelijk,’ zegt Boekhoudt. ‘Doel van de agenda is immers dat zoveel mogelijk burgers digitaal mee kunnen doen. En je hebt het over de volwassenen van de nabije toekomst. Gelukkig neemt het bewustzijn toe. Er zit beweging in. De eerste stap naar een andere inrichting van de elektronische dienstverlening aan jongeren moet echter nog worden gezet.’


‘Om te beginnen zouden overheids­websites veel toegankelijker moeten zijn. En waarom zou je jongeren niet benaderen via hun eigen kanaal, bijvoorbeeld via een filmpje op YouTube. Met niet te veel tekst, rustig verteld en in duidelijke taal, door een jongere zelf. Dat zou echt helpen. Ga als overheid met jongeren in gesprek over hoe je je digitale dienstverlening kunt verbeteren. Je kunt zo waardevolle kennis vergaren. Verdiep je in de leefwereld van jongeren. Door het gesprek met hen aan te gaan kun je jezelf als overheid bovendien veel interessanter maken als toekomstig werkgever. Jongeren zijn immers ook de ambtenaren van de toekomst.’


Een positieve ontwikkeling, stelt Van der Zanden, is dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ‘digitale geletterdheid’ hoog op de agenda heeft staan als verplicht onderdeel van het kerncurriculum in het basis- en voortgezet onderwijs in 2020. ‘Maar dan duurt het nog een paar jaar voordat dit onderwerp een plek krijgt in lesmaterialen en leerplannen van scholen. De vrijblijvendheid is er in elk geval af. Scholen moeten er iets mee. Een groot deel doet niet structureel aan digitale geletterdheid. Wel, incidenteel, bijvoorbeeld een cursus programmeren. Jammer, want het onderwijs is de aangewezen plek om de digitale zelfredzaamheid van jongeren te vergroten en hun gang door de digitale overheid te vergemakkelijken. Immers: voorkomen is beter dan genezen.’


Realistisch

Zelf zit Digisterker niet stil. Begin maart lanceerde de stichting het online lesprogramma Doe je digiding! Jongeren en de digitale overheid voor jongeren tussen 15 en 18 jaar in het vmbo en mbo. Met verschillende lesmodules worden ze wegwijs gemaakt in de wereld van de e-overheid. ‘Natuurlijk weten we dat we zo niet alle jongeren zullen bereiken, zo realistisch zijn we wel,’ zegt Van der Zanden. ‘Maar het begin is er. Op een mbo-school in Den Bosch starten vierdejaars leerlingen, die het nieuwe lesprogramma als pilot volgen, een spreekuur voor eerstejaars. Jongeren die elkaar helpen, zo hebben we in de praktijk gemerkt, dat werkt heel goed.’ ◼

Deel dit artikel