Tekort aan solidariteit, regie en democratische controle

Energiestrategie heeft draagvlak nodig

Tekort aan solidariteit, regie en democratische controle

Energiestrategie heeft draagvlak nodig

Tekst Bas Nieuwenhuijsen Beeld ANP

De invulling en uitvoering van het energie­beleid heeft politiek Den Haag in hoge mate op regionaal niveau belegd. In de uitvoering begint dat te knellen, signaleert prof. dr. Caspar van den Berg, hoogleraar Global and Local Governance aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zo moeten we voorkomen dat het landelijk gebied de last van de “stadse droom” onevenredig krijgt te dragen. De energietransitie zal alleen slagen als hij door iedereen als fair wordt gezien.

De helft van alle groene stemmers woont in de randstad, maar slechts een kwart van de duurzame energie wordt in dat gebied opgewekt.

‘RES-regio's hebben geen eigen democratisch mandaat’

‘De grote opgave waaraan het kabinet zich heeft gecommitteerd door het Akkoord van Parijs te tekenen, is als het ware opgeknipt in dertig stukjes: elke regio stelt een eigen Regionale Energiestrategie (RES) op,’ zegt Van den Berg. ‘De regio’s onderzoeken zelf waar in hun gebied de benodigde ruimte, het draagvlak en de financiële haalbaarheid is voor duurzame elektriciteitsopwekking en het gebruik van warmtebronnen. Dit legt veel spanning op het decentrale niveau, want iedereen kan wel een goede reden vinden waarom er juist in zijn of haar gebied géén windmolenpark of zonneweide moet komen.’ De RES-en worden vanuit het rijk ondersteund door het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES). Van den Berg: ‘Toch is het binnen en tussen RES-regio’s erg moeizaam om te komen tot de ingrepen die de internationale afspraken van het kabinet moeten waarmaken. Er zijn veel vragen, want er liggen geen landsbrede afwegingen: ieder gebied heeft zijn deelopgave en hoe die vervuld wordt, wordt in de regio uitgevochten. Dat kan tot problemen leiden: als de ene regio windmolens wil plaatsen bij de grens met een andere, dan kunnen alleen de inwoners van de regio waar de windmolens komen te staan bezwaar maken. Maar net over de grens hebben ze er ook last van. Dan heb je een soort arbiter nodig, die het conflict kan beslechten. In verschillende RES-regio’s zou men graag zien dat het rijk hierop meer regie voert.’

Democratisch tekort Een ander punt dat Van den Berg maakt: er is een democratisch tekort. ‘Bij zo’n maatschappelijk beladen onderwerp is democratische input en verantwoording extra belangrijk,’ aldus Van den Berg. ‘Maar omdat een RES-regio geen eigen democratisch mandaat heeft, bemoeilijkt dat het proces. Natuurlijk controleren gemeenteraden en provinciale staten de besluiten die bestuurders nemen, maar op de meeste plekken voelen zij dat ze onvoldoende grip op de besluitvorming binnen de RES hebben. De decentrale bestuurders zijn spelers in een spel dat we in de bestuurswetenschappen een two-level game noemen: besluiten nemen doe je op niveau A, en verantwoording afleggen doe je later op niveau B.’ Van den Berg: ‘In de RES-regio’s nemen bestuurders bij meerderheid besluiten, vervolgens leggen ze die bij de betrokken gemeenteraden neer als de resultaten van ingewikkelde onderhandelingen, waar de raadsleden niet bij zijn geweest. Dan verwatert de democratische controle. Om je in zo’n constellatie te vergewissen van voldoende legitimiteit en draagvlak, moet het spel goed en zorgvuldig worden gespeeld. In vijf van de twaalf provincies valt de RES overigens één-op-één samen met de provincie. In die gebieden zouden de provinciale staten de RES van een directe democratische input en controle kunnen voorzien. Maar de ideeën en belangen van de meerderheid in provinciale staten komen niet altijd overeen met wat de deelnemende gemeenten willen.’

Caspar van den Berg: ‘De groene transitie is geen simpel vraagstuk, dat je snel oplost’

Kluwen ‘De groene transitie is geen simpel vraagstuk, dat je snel oplost,’ zegt Van den Berg. ‘Het raakt aan allerlei andere ruimtelijke en maatschappelijke zaken, zoals de landbouwtransities, stikstof, de woningbouwopgave en de toekomst van het landelijke gebied. In dichtbevolkte gebieden is de druk op de ruimte enorm. In landelijke gebieden is de ruimte er misschien wel, maar wil je de aantrekkelijkheid van de landschappelijke kwaliteit liever niet aantasten door zonneweiden of windmolenparken aan te leggen. Het is dus een kluwen, waarin landsbrede afwegingen door het rijk op dit moment gemist worden. De RES-aanpak is goed verklaarbaar vanuit het belang van regionale zeggenschap en maatwerk, maar het opknippen van de nationale opgave in dertig stukjes zorgt ook voor impasses in de regio en onzekere uitkomsten van het totaalproces.’ Van den Berg wijst nog op een andere uitdaging: draagvlak en solidariteit. ‘Ik draag de groene transitie een warm hart toe, en juist daarom maak ik me zorgen over een aantal politieke en bestuurskundige hobbels die te weinig aandacht krijgen. Zo is de politieke en electorale steun voor de energietransitie in de grootstedelijke gebieden groter dan op het platteland. De helft van alle groene stemmers woont in de Randstad, maar slechts een kwart van de duurzame energie wordt in dat gebied opgewekt. Wat we moeten voorkomen is dat het landelijk gebied de last van de “stadse droom” onevenredig moet dragen, want daarmee neemt de ervaring in het landelijk gebied van niet gehoord en niet bediend worden, alleen maar toe.’

‘Technisch en financieel is heel veel mogelijk, maar zaken als gedrag, gevoel van urgentie en fairness zijn essentieel om voldoende draagvlak te scheppen. Als dat er niet is, hebben we een probleem. Dat leren we op dit moment in de tweede coronagolf, maar geldt voor veel meer urgente vraagstukken in het openbaar bestuur.’ ◼

‘Voorkom dat de minst draagkrachtigen het meest betalen’

Deel dit artikel