‘Hoe langer maatregelen uitblijven, des te duurder het wordt’

Behalen Nederlandse klimaatdoelen blijft onzeker

‘Hoe langer maatregelen uitblijven, des te duurder het wordt’

Behalen Nederlandse klimaatdoelen blijft onzeker

Tekst Jelle van der Meulen Beeld PBL

Het kabinetsdoel om in 2030 maar liefst 49 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990 is nog niet in zicht, zo blijkt uit de recente Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Eerder dit jaar bleek al dat landen wereldwijd worstelen met implementatie van het Klimaatakkoord van Parijs. ‘Europa, Nederland incluis, doet het heus niet slecht, het is alleen te weinig om op nul uit te komen.’

‘De vermindering van uitstoot blijft steken op 34 procent’

Wordt het een koude winter, komt er een nieuwe lockdown en zullen we veel elektriciteit exporteren? Stuk voor stuk belangrijke vragen die mede bepalen of we de Urgenda-doelstelling, 25 procent minder broeikasgassen in 2020 ten opzichte van 1990, zullen halen. Eind 2019 stelde de rechtbank actiegroep Urgenda in het gelijk in haar aanklacht tegen de Nederlandse staat, oordelend dat de Nederlandse staat niet voldoende deed om de CO2-uitstoot te beperken. Het kabinetsdoel voor 2030, 49 procent minder uitstoot ten opzichte van 1990, is nog een stuk onzekerder. Met het huidige beleid blijft de vermindering van uitstoot steken op 34 procent. ‘In 2019 zien we 19 procent reductie ten opzichte van 1990,’ zegt Pieter Boot, hoofd van de sector Klimaat, Lucht en Energie bij het PBL. ‘Je moet dus twee keer zo hard gaan als in 2019 om het doel te gaan halen. Ik moet daarbij wel aantekenen dat beleid dat na 1 mei tot stand is gekomen nog niet is meegenomen in de KEV.’ Groene elektriciteit Opvallend is dat de reducties die wel hebben plaatsgevonden voornamelijk afkomstig zijn uit de elektriciteitssector. Door een sterke toename van hernieuwbare elektriciteit en de sluiting van kolencentrales zullen de emissies daar in 2030 meer dan gehalveerd zijn ten opzichte van 1990. De reden voor dit succes is tweeledig, aldus Boot. ‘Enerzijds ontwikkelt de technologie in die sector zich spoedig. Ook is ze overal in de wereld ongeveer hetzelfde, wat het makkelijk maakt innovaties op grote schaal te “kopiëren” naar andere landen.’ ‘Anderzijds zie je in de elektriciteitssector dat het kabinet heel duidelijk heeft gezegd: dit is het doel, zo gaan we dat halen. Een doel stellen is niet moeilijk, maar dat opvolgen met beleid is soms lastig. Dat heeft het kabinet in dit geval goed gedaan. Bovendien kan het huidige kabinet voortbouwen op het werk dat het vorige kabinet, met toenmalig minister Kamp van Economische Zaken, is begonnen. Ter vergelijking: bij de industrie was eigenlijk nog niets bedacht. Ook is die sector ingewikkelder, omdat je te maken hebt met veel verschillende bedrijven en tal van verschillende technologieën. Verduurzaming kent daar meer verschillen en is dus ook lastiger.’ Daarnaast missen andere sectoren de grote beleidsinstrumenten die de elektriciteitssector wel heeft. ‘In de andere sectoren is het soms vooral kruimelwerk,’ aldus Boot. ‘En er zijn bij wijze van spreken een hoop kruimels nodig om de resterende procenten bij elkaar te krijgen.’

Al doende leren Nederland kiest ervoor om de meeste afspraken uit het Klimaatakkoord regionaal in praktijk te brengen. Voorbeelden zijn de Regionale Energiestrategieën (RES'en) en het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Bij een analyse van de RES'en door het PBL bleek dat de regio’s met een groter aanbod kwamen dan waartoe ze volgens het Klimaatakkoord verplicht waren. ‘Maar je moet er ook meer voor betalen,’ zegt Boot. Voorkeuren van regio’s zijn vaak niet het meest kostenefficiënt qua netwerk, technologie en omvang, blijkt uit het rapport. Dit leidt tot een spanningsveld tussen regionale voorkeuren en nationale betaalbaarheid. De analyse van de RES'en laat daarnaast zien dat je vooral lessen leert door simpelweg te beginnen met het uitvoeren van beleid, aldus Boot. ‘Je ziet dat bijvoorbeeld bij de RES'en en de PAW. Het verschil tussen die twee genereert een belangrijk aandachtspunt voor de rijksoverheid; hoe wil je de regio’s nou eigenlijk helpen? Bij de RES'en zie je duidelijk dat het rijk, de gemeente en de regio het samen doen. De regio’s voeren weliswaar uit, maar het rijk voelt zich medeverantwoordelijk de doelen te halen. Bij de PAW daarentegen faciliteert het rijk de financiën, maar is het de gemeente die het moet doen. Dat is net een verschil. Het PAW is opgezet om te leren, de RES'en om de doelen ook daadwerkelijk te halen. Dat laatste lijkt nu beter te werken, maar dat wist je niet als je het niet gedaan had. Door te doen leer je hoe het beter kan.’ Groen herstel Nederland is niet het enige land dat moeite heeft de klimaatdoelen te halen. Het PBL berekende in het voorjaar van 2020 dat wereldwijd de gezamenlijke nationale doelen maar tot 17 procent uitstootreductie leiden, terwijl het Klimaatakkoord van Parijs mikt op 40 à 50 procent in 2050. En hoe langer maatregelen op zich laten wachten, hoe duurder het wordt. In september kondigde de Europese Commissie aan om 55 procent CO2-reductie in 2030 na te streven ten opzichte van 1990, waar voorheen 40 procent was afgesproken. ‘Dat past wel bij de afspraken van Parijs,’ zegt Boot. ‘Nederland heeft zich gerealiseerd dat het doel van 49 procent eigenlijk te weinig is en heeft zich daarom ook in Europees verband ingezet om het doel op te hogen tot 55 procent.’ Toch doen we het in Europa zo slecht nog niet, aldus Boot. ‘Europa reduceert zijn emissies al langdurig, net als overigens de Verenigde Staten en Japan. Het is alleen nog niet genoeg om op nul uit te komen. De herstelpakketten om door de corona­crisis heen te komen bieden een goede mogelijkheid om de verduurzaming te versnellen. Inzetten op groen herstel kan een belangrijke bijdrage leveren aan het alsnog halen van de klimaatdoelen.’ ◼

‘Inzetten op groen herstel kan een belangrijke bijdrage leveren aan het alsnog halen van de klimaatdoelen,’ zegt Pieter Boot

Deel dit artikel