‘Daar doen we het voor: het duurzame Europa van de toekomst’

Tussen groene ambities en praktijk

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Shutterstock

Nederland moet meer doen om de omslag naar een groene economie te bewerkstelligen, vindt Europarlementariër Bas Eickhout. Polderen is mooi, maar de weg der geleidelijkheid kan ook een excuus zijn om niets te doen.

Als je weggaat uit de Brusselse bubbel, zie je zoveel mensen die al met verduurzaming aan de slag zijn

De Europese Green Deal, uit de koker van Frans Timmermans, liegt er niet om. Europa moet in 2050 het eerste klimaatneutrale continent van de wereld zijn. De netto broeikasgassen dienen gereduceerd te zijn tot nul; we hebben economische groei zonder grondstoffen uit te putten; en geen mens of regio wordt aan zijn of haar lot overgelaten. Ronkende plannen, maar om die uit te voeren moet de politiek wel doorpakken, zegt Bas Eickhout die voor GroenLinks in het Europarlement zit. ‘We zijn goed in het uitspreken van ambities, maar dat per sector vertalen naar beleid blijkt vooralsnog lastiger.’

‘De Nederlandse achterstand is te verklaren door afwachtend­heid’

Succesvol veranderen Illustratief voor het gat tussen ambitie en beleid is volgens Eickhout de stemming van het Europees Parlement over de hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), die eind oktober plaatsvond. De Europese Commissie hanteerde een hervormingsvoorstel dat dateert van voor de Green Deal, waardoor de jongste duurzame plannen er niet in verwerkt werden. Ook zijn de voorwaarden voor duurzaamheidseisen niet bindend; het is aan de lidstaten ze te implementeren en te handhaven. ‘Dit betekent zeven jaar stilstand voor verduurzaming van het GLB,’ aldus Eickhout. ‘De basiseisen waaraan boeren moeten voldoen om subsidie te ontvangen zijn hetzelfde als voorheen: minimaal. Het geld dreigt uitgegeven te worden zonder dat er daadwerkelijk duurzame verandering plaatsvindt. Ontzettend zonde, maar de politiek durfde helaas niet door te pakken.’ ‘Terwijl het juist aan de politiek is om durf te tonen en innovatie te stimuleren,’ vervolgt Eickhout. ‘We willen de fossiele economie transformeren in een groene economie. Dat is natuurlijk niet gemakkelijk en vereist een omslag in denken voor iedereen. Het is daarbij niet meer dan logisch dat de Europese Unie de leiding neemt om die omslag te maken. De Europese economieën zijn gigantisch met elkaar verweven. Legt de EU normen op, dan beweegt een hele sector de juiste kant op.’ Omdat de landbouwsector in grote mate bijdraagt aan de CO2-uitstoot, is juist hervorming van die sector een belangrijke pijler onder de verduurzaming van de economie. Boeren hebben volgens Eickhout zelf ook baat bij verduurzaming van hun bedrijfstak. ‘De individuele boer heeft al veel veranderend beleid meegemaakt, heeft soms schulden; ik begrijp dat hij dan niet klaarstaat met applaus om grootschalige veranderingen door te voeren,’ zegt Eickhout. ‘Maar het is hard nodig. Boeren willen ook heus wel verduurzamen, ze weten alleen niet altijd hoe. Zij zitten nu simpelweg vast in het systeem. De marktmacht zit bij de tussenhandelaren, zoals supermarkten, banken en investeerders Als de boer niet aan de eisen of voorwaarden van de tussenhandelaren voldoet, kan hij geen gezond bedrijf runnen. Het is daarom aan de politiek om ook de tussenhandelaren serieuzer aan te pakken, te zorgen dat ook daar vergroening plaatsvindt. Dan kunnen we het systeem succesvol veranderen.’

‘Het bedrijfs­leven wordt tot nu toe uit de wind gehouden’

Nieuw doel

Volgens het ministerie van EZK is een aanzienlijk pakket maatregelen dat dit jaar is getroffen, nog niet meegenomen in de ramingen in de KEV. Dat zou deels de Nederlandse achterstand in het behalen van de klimaatdoelen verklaren, aldus een woorvoerder. Onder meer aangescherpt biobrandstoffenbeleid, het subsidie-instrumentarium en CO2-heffing in de industrie en normering van de utiliteitsbouw in de gebouwde omgeving moeten nog leiden tot zo’n 10 procent extra van de totale reductieopgave. Een ambtelijke adviesgroep gaat zich binnenkort buigen over de vraag hoe te voldoen aan het nieuwe doel van 55 procent reductie dat de Europese Commissie onlangs stelde.

‘Duitsland heeft wél zijn nek uitgestoken’

Nederlandse achterstand Nederland vormt geen uitzondering op de discrepantie tussen duurzame ambitie en uitvoering. Eind 2019 maakte het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) al bekend dat Nederland zijn klimaatdoelen niet zou gaan halen. Uit de nieuwste Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van 2020, uitgevoerd door het PBL, bleek dat een verdubbeling van de jaarlijkse uitstootreductie nodig is om de doelen van 2030 te halen. De Nederlandse achterstand is volgens Eickhout deels te verklaren vanwege de afwachtende houding van het land. ‘Het is typisch Nederlands dat we wachten op hoe iets zich ontwikkelt, voordat we meedoen. Neem duurzame energie. In Nederland zetten we inmiddels weliswaar stappen met het Energieakkoord, maar dat is rijkelijk laat. Duitsland heeft wél zijn nek uitgestoken. Daardoor hebben zij een competitieve industrie gekregen en is het voor de rest van de wereld eenvoudiger om duurzame energie goedkoper te maken. En een gelijkwaardig economisch alternatief is van cruciaal belang om een transitie te doen slagen: gaan de kosten omlaag, dan stapt men erin.’ Rellen Het huidige kabinet onderschrijft de groene ambities van de Europese Green Deal, maar kiest daarbij wel voor de geleidelijke weg: het is niet de bedoeling dat mensen hun manier van leven in een keer aan moeten passen, zei premier Rutte vorig jaar op de Klimaattop in Madrid. ‘Dat is begrijpelijk, omdat verandering wel draagvlak moet hebben,’ zegt Eickhout. ‘Maar het pad der geleidelijkheid kan ook een makkelijk excuus zijn om niets te doen. Neem de discussie een aantal jaar geleden over de gloeilamp. Daar waren grote rellen over, Europa mocht zoiets niet bepalen, werd er gezegd. Uiteindelijk is de innovatie gewoon naar de spaarlamp gegaan. Nu heb je prima modellen met zacht licht. De hele markt is veranderd en niemand heeft het er nog over. Dat is een goed voorbeeld van de politiek die gewoon een norm moet zetten. De markt verandert wel mee en de consument merkt er uiteindelijk weinig van.’ Minder mild is Eickhout over de verdeling van de kosten van de klimaattransities. ‘Verandering heeft nu eenmaal een prijs, maar het bedrijfsleven wordt tot nu toe uit de wind gehouden. Hak je de bijdrage van de industrie weg, dan komt de prijs bij de consument te liggen. Daar hoor je nog te weinig over. Over ons belastingbeleid, ook in verhouding tot de klimaattransities, is gek genoeg weinig verontwaardiging. We zijn in Nederland van oudsher geneigd de industrie als vanzelfsprekend te beschouwen en zijn bereid daar flink voor te betalen. We zien nu dat dat ten koste gaat van een sector als de gezondheidszorg, maar ook de klimaatdoelen lijden daaronder.’

Tijd voor groene actie!

Directeur van stichting Urgenda Marjan Minnesma is het eens met Bas Eickhout dat de Nederlandse overheid heel goed is in prachtige doelen stellen, maar ze zelden haalt en daar ook niet echt heel hard haar best voor doet. ‘Dat is precies de reden dat wij een rechtszaak startten en wonnen. Nederland had zich verbonden aan het doel van 25 tot 40 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2020, maar koerste af op een veel lagere reductie. Aangezien de gevolgen heel ontwrichtend zijn, als we niet voldoende doen om een opwarming van 3-4 graden te voorkomen, eiste de Hoge Raad dat de Nederlandse staat het minimum van 25 procent reductie wel moest halen.’ Voor het eerst werd Nederland met de eigen doelen en normen om de oren geslagen, aldus Minnesma. ‘Ook de EU faalt om te doen wat nodig is om de slechte situatie op het gebied van biodiversiteit en de klimaatcrisis te keren. Mooie woorden, maar niets wezenlijks veranderen in het landbouwbeleid: vooral de jongeren beginnen zich steeds scherper te keren tegen de hypocrisie van mooie woorden, zonder daden. Tijd voor groene actie!’

Groene toekomst Hoewel het coronavirus wrang genoeg tot dusver een positief effect heeft op de klimaatdoelen, is Eickhout er niet van overtuigd dat klimaat in de huidige crisis één van de prioriteiten blijft. ‘Er zal de komende tijd angst in de markt zijn en private investeringen zullen teruglopen,’ verwacht hij. ‘Juist daarom zijn publieke investeringen nu hard nodig. Een beter milieu levert ook banen op. Iedere wetenschapper ziet dat investeringen in het milieu het dubbel en dwars waard zullen zijn, maar het blijven natuurlijk investeringen voor de langere termijn. In een crisis kan zoiets een politieke splijtzwam worden.’ Eickhout is zwaar teleurgesteld over de uitkomst van de stemming over het GLB, die volgens hem een belangrijke stap had kunnen zijn in de richting van een groene economie. ‘Gelukkig zie je ook veel positieve ontwikkelingen, ook op lokaal niveau. Als je even weggaat uit de Brusselse bubbel, zie je zoveel bestuurders en maatschappelijke groepen die gewoon zelf met verduurzaming aan de slag gaan. Die trekken zich niets aan van het Brussels debat, dat is ook weleens fijn,’ knipoogt hij. ‘Maar we blijven vechten voor elke centimeter. We weten waar we het voor doen: het groene Europa van de toekomst.’ ◼

Bas Eickhout ‘Verandering heeft nu eenmaal een prijs’

Deel dit artikel