Democratic case

Thorbecke vond van gemeenten niet dat zij de rol van gemeenschappen over moesten nemen, maar wilde gemeenschappen stutten met wat helder staatsrecht. Het moet ons lukken ook de energietransitie vorm te geven naar die bedoeling van Thorbecke. Zonder weglek. ‘De schaal van de overheid behoort niet te worden afgeleid uit de taak van de overheid, maar de taak uit de schaal. De legitimiteitsvraag is dan niet meer het sluitstuk van een organisatievraagstuk maar het vertrekpunt ervan. Het heet dan ook opeens het organiseren van collectieve autonomie,’ schrijft Geerten Boogaard, Thorbecke-hoogleraar, in het essay Ruimte door Regels. Voor de energietransitie is die legitimiteit essentieel. En daarvoor hebben we spelregels nodig, niet alleen een verlangen naar draagvlak en een participatieproces. Thorbecke zou er een fikse kluif aan hebben. In de energietransitie gaat het immers niet alleen over het ontrommelen van staat en gemeenschap. We hebben ook te maken met grote marktpartijen. En hij zou waarschijnlijk spuit 11 zijn, niet aan de voorkant betrokken in deze kluwen. Want wat wist hij nou van business cases?

Marije van den Berg is onderzoeker bij Democratie in uitvoering en houdt zich onder andere bezig met het democratisch gehalte van de majeure keuzes die we bij de energietransitie moeten maken.

In de energietransitie stuiten we op mensen zoals hij. Mensen die te laat, te ongeorganiseerd, te lastig, te arm, te ongeletterd, te leefwerelds, te weinig ondernemend of te cynisch zijn om aan tafel te passen. Wijkambtenaren, die in verwoede pogingen iedereen erbij te betrekken stuiten op boze bewoners die hadden willen horen dat je van start ging, en botsen met collega’s die met de markt onderhandelen. Ondernemers uit de wijk, vaak zelf bewoners, die niet meeprofiteren van investeringen in hun buurt en daar terecht vraagtekens bij hebben. Bestuurders, wie de volksvertegenwoordiging verwijt dat ze al in gesprek zijn met institutionele partijen terwijl er ook een buurtinitiatief op de deur klopt. Of juist volledig andersom: dat ze niet eerst met de raad en de staten, aan hun “voorkant”, tot kaderstellende overeenstemming zijn gekomen, voor ze in gesprek gingen met wie dan ook. Huurders en huiseigenaren, voor wie de keuze voor een transitie-aanpak of leverancier al gemaakt is, vaak in een taal die zij niet spreken (duurzaamheidsjargon, MBA-speak of Nederlands).

Je zou er regent van worden, om zo met goede bedoelingen en een sigaar, die grilligheid een beetje te kunnen sturen tot er een lintje op volgt. Wat blauwe helderheid, stappenplannen en overzicht brengen. En natuurlijk een mooie subsidie en een daarop tochtvrij aansluitende zakelijke deal. In die deal zit de democratische weglek van zeggenschap van de gemeenschap. In de woorden van Boogaard is het een keuze tussen “een maatschappelijk speelveld voor de civil society en een economisch speelveld voor commerciële partijen”. Zou Thorbecke de energietransitie democratisch in orde willen maken? Benutten voor het versterken van lokale gemeenschappen? Ik durf te stellen van wel. En dat concentreert zich rond zeggenschap. Die legitimiteitsvraag als vertrekpunt: wie heeft hier de zeggenschap, sluit welke deal en klopt dat? Betere regels hebben we nodig. Om van de energietransitie niet alleen een goede business case te maken, maar een legitieme democratic case.

Deel dit artikel