Nieuw consortium bundelt kennis en informatie van publieke organisaties

Alle data voor de energietransitie paraat

Tekst Pieter Verbeek

Beeld Dimitry de Bruin

Van de ontwikkeling van de Regionale Energie­strategieën (RES) tot de planning van aardgasvrije wijken. Voor de uitvoering van de energietransitie is er dringend behoefte aan betrouwbare informatie. Juist op decentraal niveau. Gemeenten en provincies moeten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord nu nog te veel zelf data bij verschillende instanties opvragen en naast elkaar leggen. Het project VIVET gaat daar verandering in brengen. ‘We hebben nu een consortium opgebouwd dat uitgaat van dezelfde informatie.’

‘Goede informatie­voorziening is hard nodig’

Waar lopen de warmtenetten precies in de regio? Hoe staat het met het aantal geïnstalleerde zonnepanelen? Hoe zijn huizen geïsoleerd in een bepaalde wijk? In het project Verbetering van de Informatievoorziening Voor de EnergieTransitie (VIVET) bundelen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), het Kadaster, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Rijkswaterstaat data, kennis en informatie rond de energietransitie. Deze informatie was tot voor kort te vinden in verschillende databases, zonder dat er een koppeling was met elkaar.

Begin oktober hebben de vijf organisaties op verzoek van de ministeries van Economische Zaken (EZK) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dan ook een samenwerkingsovereenkomst getekend om hun data te bundelen. ‘Slim gebruik van data staat hoog op de agenda bij EZK,’ stelt Ric de Rooij, Chief Information Officer bij het ministerie. ‘Betrouwbare, actuele en uitwisselbare data, zoals die van slimme energiemeters, kunnen bijdragen aan een goede informatievoorziening en uitvoering van de energietransitie. Het VIVET-project is hier een mooi voorbeeld van.’


Klimaatakkoord

Want goede informatievoorziening is hard nodig. Nu het Klimaatakkoord is getekend, moet Nederland snel in actie met de uitvoering ervan. ‘We hebben al heel veel informatie voor bredere vraagstukken bij die transitie, nu hebben we juist data nodig om ermee aan de slag te gaan op wijk- en buurtniveau,’ legt Marja Exterkate, de kersverse programmamanager van VIVET uit. ‘Denk aan concrete vragen als waar gas- en elektriciteitsnetten precies liggen. Welke bronnen van restwarmte zijn er en waar? Hoe worden huizen verwarmd in bepaalde wijken? Hoeveel geld kost dat?’

Veel van de informatie is volgens Exterkate weliswaar beschikbaar maar het is versnipperd en te vinden bij allerlei verschillende partijen. ‘De samenhang ontbreekt. In dit project willen we al deze informatie koppelen zodat gemeenten en provincies er iets aan hebben. Vooral gemeenten hebben data nodig om hun besluiten te ondersteunen bij de energietransitie.’


Koppelen van data

Vier van de vijf partijen die meewerken aan het project zijn bronhouder. ‘We hebben allemaal onze eigen specifieke data die we nu aan elkaar gaan koppelen,’ legt woordvoerder Meindert Kappe van het CBS uit. ‘Als CBS willen we bijvoorbeeld energiedata koppelen aan onze data over de huishoudens in het land. Dat kunnen gemeenten bijvoorbeeld inzetten voor hun plannen om wijken van het gas te halen. Je kunt daar technisch naar kijken maar ik kan me voorstellen dat het ook heel nuttig kan zijn om te weten waar de lagere en hogere inkomens precies wonen in de gemeente. Dat soort informatie kun je meenemen in je besluitvorming om te bepalen welke wijken je het eerst de stap wilt laten maken. Een ander project dat we in kaart willen brengen, is waar het potentieel ligt voor energieopwekking. Dat gaat over gemeentegrenzen heen. Daar heb je dus een goede onderbouwing voor nodig. Als we allemaal over dezelfde informatie beschikken dan wordt het makkelijker voor gebruikers als RES-regio’s, onderzoeksbureaus, VNG en IPO.’

Ook het bedrijfsleven schuift aan. Exterkate: ‘We zitten bijvoorbeeld aan tafel met Netbeheer Nederland, de koepelorganisatie. Die wil ook betrokken zijn. De netbeheerders beschikken over ongelofelijk veel data die we hard nodig hebben bij de energietransitie.’


Vijf projecten

Nu de handtekeningen zijn gezet is het nieuwe samenwerkingsverband gestart met vijf concrete projecten die elk door een van de leden wordt getrokken. ‘Allereerst werken we aan gebiedsgerichte ontsluiting van de energie-infrastructuur,’ legt Exterkate uit. ‘We verkennen de mogelijkheden van een register dat de ligging, aansluitingen en bronnen van bestaande warmte, gas en elektriciteitsnetten in samenhang met elkaar op een rij zet. Dit project wordt getrokken door Kadaster.’

Een tweede project, onder leiding van RVO.nl, is het maken van een overzicht van de al bekende duurzame warmtebronnen. ‘Dit overzicht willen we aanvullen en updaten in de Warmte Atlas. Daarin komen ook de restrictiegebieden te staan, waarin juist geen warmte mag worden gewonnen’, aldus de programmamanager. ‘Denk daarbij bijvoorbeeld aan drinkwatergebieden, natuurgebieden en archeologische gebieden.’

CBS trekt het derde project dat als doel heeft om aan de hand van databestanden inzichtelijk te maken welke woningen en welke utiliteitsbouw precies gebruikmaken van welke warmtevoorziening. Ook de vraag om welke totale energiestromen het gaat op lokaal niveau staat daarbij centraal. Rijkswaterstaat leidt het project dat kijkt hoe er meer eenheid en kwaliteit kunnen komen in de informatievoorziening van informatieportalen van het rijk. Het vijfde project, waarbij CBS en RVO.nl het voortouw nemen, verkent de haalbaarheid van een centraal register waarin alle energie-installaties op een rij komen te staan. Van energiebronnen, typen installaties tot productie, conversie tot opslag.


Meedenken

In maart 2020 presenteren alle vijf de projecten hun resultaten. Dan zal het werkprogramma opnieuw worden ingevuld. Exterkate: ‘We proberen per jaar het programma aanpasbaar te maken aan de wensen vanuit de gebruikers. Elk jaar kijken we opnieuw wat nodig is. Ook staan we open voor partijen die niet zijn gelieerd aan dit project. We nodigen hen uit om mee te denken en mee te doen.’

Want hoe beter de data ontsloten zijn, hoe beter we aan de slag kunnen met de energietransitie, stelt de programmamanager. ‘De behoefte aan informatie is in ieder geval sterk. Het is mooi dat we nu een consortium hebben opgebouwd dat uitgaat van dezelfde informatie. We hebben nogal een opgave liggen in Nederland.’ ◼

Deel dit artikel