Zorgen om
het klimaat

Jongeren tijdens de klimaatstaking

van afgelopen september in Den Haag

Tekst Ellen Röling

Beeld Hollandse Hoogte en Jonge Klimaatbeweging

Als de stem van jongeren zwaarder had geteld, dan zag het Klimaatakkoord er anders uit, aldus Maarten Labots, voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging: ‘Er zijn goede afspraken gemaakt. Maar de focus lag op doelen halen in 2030. Onze angst is dat het onvoldoende is om de fundamentele transitie in te zetten die nodig is voor een leefbare toekomst.’

‘Duurzaamheid moet integraal onderdeel worden van het curriculum’

De Jonge Klimaatbeweging is een van de jongerenbewegingen in Nederland die afgelopen jaar aan de Klimaattafels meepraatten over het Klimaatakkoord. De organisatie vertegenwoordigt bijna 70 jongerenorganisaties die zich bezighouden met klimaat, energie, milieu en duurzaamheid. Door bundeling van krachten versterken ze de stem en inbreng van jongeren.

Labots nam deel aan de overkoepelende Klimaattafel onder voorzitterschap van Ed Nijpels: ‘In de elektriciteitssector en de gebouwde omgeving zijn heel goede stappen gezet. Maar andere sectoren blijven achter. Daar maken we ons zorgen over. Bij jongeren leven grofweg twee gevoelens: een gevoel van bezorgdheid voor de toekomst, dat we nu niet genoeg doen. En daarnaast een gevoel van onrechtvaardigheid dat de toekomst bepaald wordt door mensen met belangen van gisteren en vandaag, terwijl wij in feite de belangrijkste stakeholders zijn. Dat we aan de Klimaattafel zaten, betekent niet dat we automatisch de agenda konden bepalen. Uiteindelijk werd de meerderheid vertegenwoordigd door de gevestigde orde.’


Beperkte transitie

Het Klimaatakkoord doorlopend stelt Labots dat de afspraken voor CO2-reductie in de industrie verontrustend zijn. ‘Wij begrijpen dat verduurzaming van processen tijd en geld kost. En waar een CO2-heffing in het conceptakkoord eind 2018 nog niet aan de orde was, is dat nu wel opgenomen, mede onder druk van de groene partijen. Dat is goed nieuws. Ook goed nieuws is de financiële steun voor innovatie. Heel teleurstellend is dat de industrie in 2030 de helft van haar CO2-reductie mag bereiken door het ondergronds op te slaan. Wij vrezen dat dit de druk vermindert om echt te innoveren tot een industrie die steeds minder CO2 uitstoot. Ze mogen het stof onder het tapijt vegen, terwijl we eigenlijk moeten voorkomen dat er stof valt.’

Ook in de mobiliteit ziet de Jonge Klimaatbeweging een beperkte transitie. ‘De voornaamste uitkomst is dat we fossiele brandstof gaan vervangen door elektrisch rijden. Maar dat is uiteindelijk niet de enige oplossing. We moeten toe naar een deeleconomie en een alternatieve visie op mobiliteit, met een fijnmazig netwerk van openbaar vervoer en het gebruik van de fiets. Dat lag niet alleen aan de deelnemers van de Klimaattafel. Dat kwam ook omdat de politiek, die de kaders voor elke tafel bepaalde, sommige thema’s taboe had verklaard, zoals rekeningrijden. Gelukkig wordt het rekeningrijden nu wel onderzocht, dus het taboe lijkt een beetje doorbroken.’

En dan de landbouw. ‘Met de afspraken uit het Klimaatakkoord zal de landbouw in 2030 zeker minder CO2 uitstoten. Maar we vrezen dat er geen wezenlijke verandering zal zijn in ons voedingspatroon en de wijze waarop we landbouw bedrijven. Krimp van de veestapel is onvermijdelijk. Het stikstofdossier maakt dat alleen maar urgenter. Dat had anders kunnen worden aangepakt, bijvoorbeeld door de halvering van de veestapel als uitgangspunt te nemen. Van daaruit hadden alle belanghebbenden samen kunnen kijken hoe we dat kunnen bereiken. Welke beleidsinstrumenten zijn er om het consumptiepatroon te veranderen? In dat licht is het best vreemd dat de btw op fruit en groente is verhoogd. Prioriteit is de vraag hoe boeren een goed inkomen verdienen met een nieuw verdienmodel en een nieuw landbouwmodel. Het stimuleringsplan voor een omslag naar circulaire landbouw in 2030 van minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit biedt daarvoor goede handvatten.’


‘We moeten toe naar een deeleconomie en een alternatieve visie op mobiliteit’

Donutmodel

Bewustwording van jong en oud over de impact van hun eigen keuzes staat aan de basis. ‘Er zijn al veel jongeren die bewust leven, maar nog lang niet iedereen. Als jongerenorganisatie doen we veel om jongeren te informeren en andere keuzes voor te leggen, zoals alternatieven voor vlees of reizen met de trein. Duurzaamheid moet wat ons betreft integraal onderdeel uitmaken van het onderwijscurriculum. wij zijn dan ook blij dat de taakgroep Scholing en arbeidsmarkt, die de Klimaattafels adviseerde, veel punten van onze agenda heeft overgenomen.’

Bewustzijn over duurzaamheid begint al op de basisschool. ‘Zo creëer je een nieuwe mindset. In Nederland zijn er opleidingen waar duurzaamheid op dit moment nagenoeg geen rol speelt. De laatste curriculumherziening is alweer 12 jaar geleden, waardoor circulaire modellen of een donutmodel [de cirkels die de sociale en ecologische grenzen tonen van ons economisch model, red.] in bijvoorbeeld het economisch onderwijs onderbelicht zijn. Dat zou niet moeten kunnen!’


Zaterdag 12 oktober organiseerde de Jonge Klimaatbeweging We Are Tomorrow. Labots: ‘Een festival dat volledig in het teken stond van onze Jonge Klimaatagenda. Dat is een visiedocument over hoe de wereld er volgens jongeren in 2050 uit moet zien. Daarbij staan vijf thema’s uit de leefwereld van jonge mensen centraal: wonen, werken, mobiliteit, voeding en onderwijs. De agenda is overhandigd aan vier Tweede Kamerleden van D66, SP, PvdA en GroenLinks. De rest van het festival bouwde voort op hoe we samen met de jongeren van Nederland de doelen uit onze agenda gaan bereiken. Verder was minister Sigrid Kaag er om ons Global Partnership met 9 landen wereldwijd te lanceren. Maar natuurlijk kon je er ook gewoon lekker dansen, speeddaten, vegan foodtrucks ontdekken en werden er duurzame biertjes getapt.’

‘We willen jongeren laten zien waar onze generatie tot in staat is als we als collectief in actie komen,’ aldus Labots. ‘Er zijn zo veel dingen die je kunt doen om systeemverandering naar een duurzame wereld te bereiken. Of dat nu door je individuele duurzame keuzes is, door je aan te sluiten bij een jongerenorganisatie of via een ander initiatief: wij zijn morgen en wij gaan het doen! Vandaar de naam van het festival We Are Tomorrow.’


Maarten Labots (r.) overhandigt de Jonge Klimaatagenda aan de Kamerleden (v.r.n.l) Sandra Beckerman, Lilianne Ploumen, Tom van der Lee (GL) en Matthijs Sienot (D66)

De Jonge Klimaatbeweging is in 2016 opgericht door een aantal jongerenorganisaties om het klimaat- en duurzaamheidsbeleid te beïnvloeden. De leeftijd van de jongeren is van 16 tot en met 32 jaar, variërend van werkenden tot studenten, van middelbaar beroepsonderwijs tot wetenschappelijk onderwijs en van stad tot platteland. Tegenwoordig verenigt de beweging de stemmen van bijna 70 diverse jongerenorganisaties. Zij organiseert onder andere Klimaatdialogen en probeert op basis van de Jonge Klimaatagenda beleid te beinvloeden met behulp van campagnes en gesprekken met politici, beleidsmakers en bedrijfsleven.


Duurzame alternatieven

Vliegen is vaak de snelste, gemakkelijkste en goedkoopste manier om je plaats van bestemming te bereiken. Maar het is ook een van de meest milieubelastende manieren van reizen. Vaak weten jongeren niet wat de impact van vliegen op het milieu is. Met hun bewustwordingscampagne #ikreisanders wil de Jonge Klimaatbeweging jongeren bewust maken van de problemen van de luchtvaart en op een positieve manier bijdragen aan het imago van de alternatieven als trein, bus, fiets en vakanties in eigen land. Door Europese vluchten te vervangen door een efficiënt netwerk van milieuvriendelijkere vervoermiddelen kan een Europees transportbeleid tot stand komen waarin duurzaamheid centraal staat. Op hun website ikreisanders.nl willen zij jongeren activeren een duurzaam alternatief te kiezen.

Greta Thunberg

Labots: ‘De jongeren die hebben meegeschreven aan de Klimaatagenda hebben echt een nieuw perspectief toegevoegd. Ze denken vanuit innovatie en komen met ideeën die de bestaande patronen van ons huidige systeem doorbreken. Bijvoorbeeld: hoe wonen we in 2050? De jongeren zeggen: we bezitten minder vierkante meters zelf, maar delen juist meer ruimtes. Onze huizen zijn met flexibele bouwsystemen en remontabel gebouwd.Voor vervoer geldt: zo duurzaam mogelijk, van a naar b staat voorop. Geen individueel autobezit, maar iedereen met het ov en de fiets. Indien je dan toch echt met de auto moet, dan vullen elektrische deelauto’s die behoefte op.

‘Wij zijn de belangrijkste stakeholder van de toekomst,’ zegt Labots. ‘Een Greta Thunberg helpt goed in de bewustwording hierover. Op dit moment weet niemand de belangen van klimaat en jongeren beter onder de aandacht te brengen dan zij. Zij zegt dingen hard en dat vinden mensen ongemakkelijk. Maar niet alle jongeren zijn zoals zij. Zij zorgt dat thema’s op de agenda komen. Andere jongeren kunnen vervolgens het stokje overnemen en zorgen dat het verder komt. Ik hoor nog vaak dat organisaties niet weten hoe ze jongeren kunnen betrekken. Maar jongeren zijn heel goed georganiseerd: er zijn talloze belangenorganisaties met jongeren met veel kennis die je kunt benaderen.’ ◼


Deel dit artikel