Ennatuurlijk

‘Profiteer van de expertise van
warmteleveranciers’

Tekst Ellen Röling

Beeld Serge Hagemeier

Warmteleveranciers worden nog te laat betrokken bij het maken van de Regionale Energiestrategie (RES), constateert algemeen directeur Erik Stronk van Ennatuurlijk. De eerste conceptplannen voor warmte zijn daardoor regelmatig technisch niet haalbaar en financieel onrendabel. ‘Dat is zonde. De opgave is te groot om kostbare tijd te verspillen.’

Erik Stronk: ‘De eerste jaren zullen we zwaar moeten leunen op warmte uit biomassa’

‘In deze tijd telt het resultaat en niet wie het doet’

Ennatuurlijk behoort tot de top drie van grootste warmteleveranciers van Nederland. Het bedrijf legde al warmtenetten aan in meer dan 70 gemeenten door heel Nederland. Stronk heeft daardoor een goed beeld van de manier waarop regio’s de ontwikkeling van hun energiestrategie oppakken. ‘In sommige regio’s zijn we vanaf het begin betrokken. Bij sommige niet of nauwelijks, of in een te laat stadium. Ik vind dat jammer. Warmtenetten aanleggen en exploiteren is complexe materie, waarbij vele factoren bepalen of een project kansrijk is of niet. Als je binnen een stuurgroep plannen maakt die uiteindelijk niet realiseerbaar zijn, dan is dat zonde van alle energie en tijd die daarin is gaan zitten. En het levert onnodig vertraging op.’
Stronk proeft soms koudwatervrees om marktpartijen te betrekken. ‘Er zijn maar weinig bedrijven in Nederland met kennis van het aanleggen en exploiteren van een warmtenet. Als onafhankelijk warmtebedrijf zaten we de afgelopen jaren bij vele gemeenten en woningcorporaties aan tafel als adviseur om de mogelijkheden voor warmte door te spreken. We beschikken over de ervaring, de kennis en over veel data. We kunnen adviseren over mogelijke bronnen en de kosten ervan. Over hoe je bewoners informeert en betrekt. Over wat er komt kijken bij de aanleg en wat realistische tijdpaden zijn. In de planfase een bedrijf consulteren dat ervaring heeft met de aanleg van warmtenetten, is een kwestie van realiteitszin. Waarom zou je niet van bestaande expertise profiteren?’


Aan tafel

Een warmtebedrijf hoeft geen onderdeel te zijn van de stuurgroep, stelt Stronk. ‘Maar betrek ons bij de eerste grove verkenningen voor de RES. Of zodra de mogelijkheden voor warmte in de regio aan de orde komen. In de regio Breda/Tilburg zitten we bijvoorbeeld in een klankbordgroep die feedback geeft op conceptstrategieën en input levert voor verbetering. In de regio Twente/Enschede zijn we kennispartner van de stuurgroep. We delen de kennis en ervaring die we opdeden bij de ontwikkeling van het warmtenet in Enschede. En adviseren over de (on-)mogelijkheden in de regio. Zo krijgen we als warmtebedrijf ook de kans om aan de rem te trekken als een stuurgroep te optimistisch is over de mogelijkheden voor een warmtenet.’ Een wijk met relatief goed geïsoleerde woningen in de buurt van een fabriek die restwarmte kan leveren, kan een ideale situatie lijken, maar hoeft dat helemaal niet te zijn. ‘Er spelen heel veel verschillende factoren een rol. Wat snel vergeten wordt, is bijvoorbeeld de continuïteit. De wet schrijft voor dat een warmteleverancier moet kunnen garanderen dat ze altijd warmte levert. Dat betekent dat je – in dit voorbeeld – langetermijncontracten met de fabriek moeten afsluiten. Maar dat blijkt vaak lastig: een contract voor 15 jaar kan voor een bedrijf al te veel zijn. En zonder garanties gaan warmtebedrijven niet investeren in een warmtenet. Dan heb je dus een back-upvoorziening nodig, en dat maakt het project weer extra duur.’ Ook de bereidheid van consumenten om aan te sluiten kan een project de das omdoen. ‘Als bewoners niet bereid zijn te investeren in een warmteaansluiting, dan is zo’n project moeilijk rendabel te krijgen.’


Onnodige vertraging

Stronk waarschuwt dat Regionale Energiestrategieën niet tot onnodige vertraging van de energietransitie mogen leiden. ‘Als warmtebedrijf gaan we ondertussen gewoon door.We helpen gemeenten met de aanleg van nieuwe warmtenetten, breiden bestaande netten uit, verduurzamen onze bronnen en helpen woningcorporaties hun woningvoorraad aardgasvrij te maken. Tot nu toe waren de lijnen met gemeenten en woningcorporaties kort. Maar nu we bezig zijn met de Regionale Energiestrategieën wordt het proces ondoorzichtiger. Er is onduidelijkheid over wie wat doet en over de uitkomst van de RES. En veel meer partijen kregen inspraak in warmteprojecten.’ Dat de publieke partijen aan hun nieuwe rol moeten wennen begrijpt hij, maar de RES moet de warmtetransitie versnellen en niet vertragen. Marktpartijen kunnen met hun kennis en ervaring helpen om de totstandkoming van de RES een impuls te geven. In deze tijd telt het resultaat en niet wie het doet.’


Voor een succesvolle warmtetransitie is ook duidelijkheid nodig over het gebruik van biomassa. ‘Als we gasloos willen zijn in 2050, dan is er geen tijd te verliezen. De eerste jaren zullen we daarbij zwaar moeten leunen op warmte uit biomassa. Er zijn geen goede alternatieven: all-electric is op dit moment vooral geschikt voor nieuwere, goed geïsoleerde woningen. Warmtebronnen op basis van restwarmte zijn beperkt aanwezig of bieden te weinig continuïteit. En nieuwe schone warmtetechnologieën als aardwarmte (geothermie) en aquathermie zijn weliswaar veelbelovend, maar wat betreft ontwikkeling nog in de beginfase. We verwachten dat ze pas over 15 tot 20 jaar op grote schaal toepasbaar zijn. Tot die tijd hebben we biomassa hard nodig als transitiebrandstof, om de tussenstap te maken naar schonere technologieën.’


‘Ennatuurlijk heeft daarom de afgelopen jaren onder meer geïnvesteerd in rioolslibvergisting. Nu het draagvlak voor biomassa in de samenleving in rap tempo minder wordt, moet de overheid heel snel een duidelijk standpunt over biomassa innemen. Zo niet, dan is dat een bom onder de warmtetransitie. Want het enige alternatief is dat we gewoon gas blijven stoken, maar daarvan hadden we gezegd dat we dat niet meer wilden, toch?’ ◼

‘De RES moet de warmtetransitie versnellen en niet vertragen’

Deel dit artikel