Draagvlak onder de energietransitie

Tijd voor het echte gesprek

Tekst Bas Nieuwenhuijsen Beeld Einte Visser

Voor de energietransitie zijn een breed draagvlak in de samenleving en actieve participatie van burgers en bedrijven essentieel. Maar hoe krijg je die voor elkaar? Wie moet je bij elkaar brengen en hoe zorg je ervoor dat die partijen zich niet ingraven, maar echt naar elkaar luisteren en met elkaar praten? Irma Straathof (RVO) en Sanne Tonneijck (MSG Sustainable Strategies), die de Participatietafel Energie faciliteren, vertellen over de zoektocht naar draagvlak.

‘Als je een gemeenschappelijke taal spreekt, kun je beter samenwerken en samen leren’

‘De koplopers doen sowieso wel mee, die zijn al bij de energietransitie betrokken,’ stelt Straathof vast. ‘Maar hoe bereik je de rest?’ De groepen die er nu nog nauwelijks mee bezig zijn, of die gewoon het geld niet hebben om bijvoorbeeld zonnepanelen op hun dak te laten leggen?’ Tonneijck: ‘In verschillende fora is er aandacht voor allerlei aspecten van de energietransitie, maar lessen trekken over participatie met alle betrokken partijen, dus ook burgers en bedrijfsleven, is wat onderbelicht. Daar richt onze tafel bij DuurzaamDoor zich op.’

Leerdag Straathof en Tonneijck wilden een divers gezelschap bij elkaar brengen. ‘We richten ons op alle O's,’ zegt Straathof, ‘dus overheden, ondernemers, onderwijs, onderzoek en “onderop”, zoals burgerinitiatieven en maatschappelijke organisaties. Daarbij is het belangrijk dat ze over hun eigen belangen heen kunnen kijken en zich buigen over de vraag wat er nodig is voor de energietransitie.’ ‘We merkten dat de verschillende partijen elkaar niet goed begrepen, van alles voor elkaar invulden. Dus hebben we onder meer verrijkingssessies gehouden om over en weer begrip te kweken. We hebben ook een “leerdag” georganiseerd over hoe je nou het goede gesprek met elkaar aangaat en je echt openstaat voor de ander.’

Andere gespreksvormen ‘Dat vraagt een andere manier van praten met elkaar,’ voegt Tonneijck toe. ‘Je praat niet meer vanuit belangen, met het doel de ander te overtuigen, maar je gaat luisteren en doorvragen, dilemma’s met elkaar delen. Zo krijg je, vanuit je eigen invalshoek, zicht op wat de ander beweegt, wat zijn/haar mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Als je samen een gemeenschappelijke taal spreekt en wederzijds vertrouwen krijgt, kun je beter samenwerken en samen realiseren.’ Straathof en Tonneijck hebben de deelnemers aan de Participatietafel allerlei tips en tools aangereikt om open gesprekken te voeren. ‘Partijen zijn gewend om bijvoorbeeld een presentatie te maken en aan de hand daarvan hun verhaal te vertellen,’ zegt Tonneijck. ‘Op de leerdag hebben we ze andere manieren aangereikt, zoals Deep Democracy, opstellingen en Appreciative Inquiry.’ Tips kunnen ook op een heel praktisch niveau liggen. Straathof: ‘We hebben bijvoorbeeld uit buurtprojecten geleerd dat het goed werkt om mensen aan te spreken op wat zij zelf interessant of leuk vinden. In elke buurt zijn mensen met een technische achtergrond die je kunt vragen mee te denken. Maar in de praktijk blijkt dat je diverse soorten mensen nodig hebt. Naast de techneut heb je ook de ondernemer en een verbinder nodig. Kijk of je ook een netwerker kunt betrekken die de buurt kent en het leuk vindt om met mensen in gesprek te gaan, of bijvoorbeeld gastheer of -vrouw te zijn voor een huiskamergesprek. Zo raken mensen betrokken bij het onderwerp en betrek je meer mensen dan alleen de koplopers.’

Gespreksvormen en -technieken zijn buitengewoon belangrijk in de zoektocht naar draagvlak. ‘Als het om participatie gaat, willen mensen graag een checklist: wat moet ik doen om de participatie te organiseren,’ aldus Straathof. ‘Maar de basis is dat je echt verbinding maakt met elkaar, dat je het echte gesprek aangaat.’ ‘Voor participatie bestaat geen magische formule,’ benadrukt Tonneijck. ‘De juiste invulling verschilt per geval, per plaats, per organisatie. Maar het gaat altijd om betrokkenheid en verbinding.’ Elkaar leren kennen, je openstellen voor je gesprekspartners is een proces, dat niet zomaar van de ene dag op de andere is afgerond. Terwijl voor de energietransitie de tijd dringt. Tonneijck: ‘De urgentie is hoog en de deadlines zijn strak. Dat is lastig als het om participatie gaat, want daar is tijd voor nodig. Om te kunnen versnellen, moet je eerst vertragen.’ Straathof: ‘We krijgen vaak te horen dat mensen het fijn vinden dat ze even samen kunnen reflecteren op de problematiek, even kunnen uitzoomen. Juist met mensen die een andere rol in het energiespeelveld hebben. Daarna kun je weer versnellen.’

‘De basis van participatie is dat je echt verbinding maakt met elkaar’

Kennis delen In praktische zin vertaalt zich dat in een aantal projecten. Zo heeft DuurzaamDoor burgercollectieven op het gebied van de energievoorziening, zoals “warmte-commons”, in gesprek gebracht met de overheid. ‘Het zijn initiatieven op lokaal niveau,’ vertelt Straathof, ‘die dan kunnen praten met ministeries. Dat is geen politiek geladen gesprek, ze praten gewoon over waar ze tegenaan lopen. Zo maken ze kennis met elkaar en elkaars werelden en ontstaat over en weer begrip. We zijn echt een platform voor open gesprekken.’ Een ander project betreft een onderwijs-challenge rond klimaatadaptatie en de energietransitie. Doel daarvan is vmbo-leerlingen kennis te laten maken met deze vraagstukken. De kennis en inzichten die mede dankzij de Participatietafel Energie zijn vergaard, worden gedeeld. Tonneijck: ‘Dat doen we via podcasts, een reeks essays en een online dialoogtafel in samenwerking met Publiek Denken .’ ‘We koppelen de wetenschap en de praktijk aan elkaar,’ zegt Straathof. ‘Dat is echt verrijkend.’ DuurzaamDoor werkt nog aan een samenvatting van wat men aan de Participatietafel Energie heeft geleerd.’ Tonneijck: ‘Daar zijn we echt trots op.’ ◼

Deel dit artikel